Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten

 08 okt 2021 10:14 

Risico's toenemende wolvenpopulatie voor professionele veehouders


over wetenschappelijk advies over de risico's van een toenemende wolvenpopulatie voor professionele veehouders
van Tinne Rombouts aan minister Hilde Crevits

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Tinne Rombouts (CD&V)

Collega’s, mijn vraag om uitleg heb ik al een tijdje geleden ingediend naar aanleiding van een aanval op een rund in augustus. Ondertussen hebben ook jullie de actualiteit gevolgd. We hebben moeten vaststellen dat er in de afgelopen weken onder het grootvee heel wat slachtoffers zijn gevallen: runderen, maar ook pony’s en paarden.

Minister, dit noopt me ertoe een opvolgvraag te stellen. Ook collega Ceyssens heeft hierover in het verleden gevraagd op welke manier we moeten omgaan met enerzijds wolven en anderzijds met het feit dat er heel wat aanvallen zijn op grootvee, waaronder ook landbouwhuisdieren. Daarvan is steeds gesteld geweest dat het een bijzondere uitzondering zou zijn dat grootvee zou worden aangevallen.

Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) zijn aanvallen op gezonde runderen en paarden veeleer zeldzame fenomenen. Dat leiden ze af uit de situatie in Duitsland die volgens het INBO vergelijkbaar is met de situatie bij ons.

Maar, stelt het INBO, naarmate er meer wolven aanwezig zijn, wordt de kans groter dat er gevallen opduiken. Bij een aanwezigheid van meer dan honderd roedels werden vorig jaar over heel Duitsland elf paarden en pony’s aangevallen, goed voor 0,4 procent van de schade toegebracht aan vee.

Bij runderen zouden vooral kalveren het grootste risico lopen, maar zijn gezonde volwassen runderen in een kudde in staat om wolven op een afstand te houden. Wolven zoeken zwakke dieren uit die een gemakkelijke prooi vormen. De meeste wolven zouden runderen links laten liggen, maar eens ze geleerd hebben om succesvol runderen aan te vallen, moeten alle weides beveiligd worden in het gebied waar een individu zich vestigt, om te vermijden dat dit gedrag wordt aangeleerd aan een volledige roedel.

Die stelling en analyse werden gemaakt op basis van de situatie in Duitsland. Nu stellen we vast, zeker in de afgelopen weken, dat er toch stelselmatig veelvuldige aanvallen zijn geweest en dat het niet enkel over kalveren gaat, maar over gezonde runderen. De vraag die vorig jaar werd gesteld, ging ook niet over een individu in de wei, maar over jong vee in een kudde. Ook daar werden runderen dodelijk aangevallen. Het ging over twee shetlandpony’s. Zij die paarden en pony’s kennen, weten dat die vaak assertiever zijn dan grotere paarden, als ze in kudde zijn. Dat is geen belangrijk element, maar we moeten vaststellen dat ze wel worden aangevallen met de dood tot gevolg.

Minister, gezien de aanvallen op gezonde runderen in mei en recenter in augustus, neemt de bezorgdheid op het terrein sterk toe. Na de eerste aanval gaf u aan dat er prioritair wetenschappelijk onderzoek wordt ingewonnen in gebieden die vergelijkbaar zijn met Vlaanderen, met de nodige aandacht voor de impact op verschillende diersoorten zoals rund, paard en schaap, wanneer de wolvenpopulatie zou toenemen. U zou ook zelf aan het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) wetenschappelijk advies vragen.

Een wetenschappelijk advies en zeker ook een vergelijking met andere landen zijn zeker interessant, want waar men nu sterk naar grijpt is onder andere een wolfproof afrastering, die de dieren moet beschermen. Dat hebben we in het afgelopen jaar sterk gestimuleerd en het wordt ook financieel ondersteund bij schapenhouders. Ondertussen is dat ook opengesteld voor grootvee, maar voor de praktische, realistische uitvoerbaarheid daarvan voor grootvee spreken we natuurlijk over een veel grotere oppervlakte dan voor schapen. Het moet ook op een veilige manier kunnen voor de dieren. Ik denk bijvoorbeeld aan paarden, waarvoor je moet werken met 4000 volt en een draad aan de buitenzijde. Dat maakt dat je geen twee weiden naast elkaar kunt hebben, want een gladde draad is gevaarlijk voor het beenwerk van paarden.

Om maar aan te geven dat er heel wat praktische bezorgdheden zijn, zeker wat betreft uitvoerbaarheid en onderhoud. Men moet 4000 volt aanhouden. We weten dat er al aanvallen gebeurd zijn waar er een wolfproof afrastering was, maar waar de elektriciteit op de draad uiteindelijk te laag was. Als er gras tegen groeit, heb je verlies en dus te weinig volt. Er zijn dus toch heel wat bezorgdheden.

Ten tweede, als we alles denken af te spannen, hoe zit het dan met de biodiversiteit? En uiteindelijk zal de wolf altijd heel slim zijn, hij zal altijd het zwakste dier vinden. Ik begrijp de grote bezorgdheid die op het terrein leeft. Minister, daarom stel ik ook mijn vraag naar verdere wetenschappelijke inzichten die u ondertussen zou hebben of waar men aan werkt. 

Is er reeds een wetenschappelijk advies vanuit ILVO, specifiek over de risico’s die de toenemende wolvenpopulatie voor professionele veehouders in Vlaanderen met zich mee kunnen brengen? Wat houdt dat advies in en hoe is het advies onderbouwd?

Zijn er reeds maatregelen genomen die voortkomen uit het advies van ILVO? Wat houden deze maatregelen in of wanneer worden maatregelen genomen?

Zijn er redenen om aan te nemen dat door een wijziging in het gedrag van de wolf, de populatie wolven of andere, het wolvenprotocol aangepast moet worden? Want we spreken over de wolf en de probleemwolf, maar we hebben hier uiteindelijk ook met een wolvenroedel te maken, wat ongetwijfeld – de interactie van de ene met de andere – ook gevolgen heeft. Moet het wolvenprotocol aangepast worden?

Minister Demir heeft ondertussen ook aangekondigd dat zij een evaluatie van het hoofdprotocol zal doen. Bent u daar ondertussen van op de hoogte en bent u daar al bij betrokken? Of weet u de timing daarrond al? Anders is dat zeker ook interessante informatie.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega, dank u wel voor de vraag. Eerst en vooral: ik ben ook heel bezorgd over de stijgende angst van mensen op het terrein voor die wolven. We moeten daar zeer veel aandacht voor hebben. Ik ga straks ook wat op het wetenschappelijke onderzoek in. Ik ben ook heel blij dat collega Demir gezegd heeft dat ze het wolvenprotocol wil herbekijken. Uiteraard zal ik haar ook vragen om ons daar heel nauw bij te betrekken.

Anderzijds ben ik natuurlijk ook niet blind voor het onderzoek dat er gebeurt, onder andere door ILVO. Collega Rombouts, daar gaat uw vraag heel specifiek over. ILVO heeft op basis van wetenschappelijke papers en andere beschikbare informatie van betrouwbare bronnen, zoals het INBO, een advies uitgewerkt en vorige week aan mij bezorgd. Ik heb dat advies ook bij me. Ik zal het aan het secretariaat van deze commissie bezorgen, zodat het tot bij jullie geraakt, want het is goed dat dit advies bij iedereen geraakt. Het is een onafhankelijk advies.

Ui het advies blijkt – ik geef een paar lijnen mee, u kunt het zelf lezen – dat een gunstige combinatie van tal van factoren zorgt voor een opmars van de wolf, zoals de snelheid van voortplanting, de mogelijkheid om zich ver te verplaatsen en zich aan te passen, ook aan nieuwe verstedelijkte gebieden. Het advies geeft aan dat de wolvenroedel in Limburg actief zou zijn in een zone van ongeveer 400 vierkante kilometer. Binnen deze zone zouden ze geen andere soortgenoten toelaten, wat wil zeggen dat het aantal dieren geplafonneerd is tot de aantallen die er zijn, zijnde een ouderpaar met hun jongen – ik lees voor uit het verslag, ik ben hier niet zelf dingen aan het uitvinden. In dat advies staat ook dat roedels een relatief constante grootte hebben en er nooit meer dan één roedel in een gebied zit, waardoor het aantal wolven binnen een gebied, en daarmee het gevaar voor vee, niet blijft toenemen. Je hebt dus altijd dezelfde roedel. Dat is voor mij een vaststelling, maar dat neemt niet weg dat als een wolf of een roedel vijf dieren doodbijt, dat dit natuurlijk wel heel grote schade voor de veestapel betekent.

Om de risico’s van een wolvenaanval te verminderen zou het volgens ILVO niet zinvol zijn om het aantal dieren van de roedel te verminderen. Dat is wel het geval bij everzwijnen. Er is blijkbaar een groot verschil tussen everzwijnen en wolven. Bij wolven zou men dan het territorium moeten kunnen verschuiven.

In het advies van ILVO wordt ook verwezen naar enkele studies waaruit blijkt dat menselijke ingrepen om het wolvenaantal te reduceren, het probleem vaak versterken. De sociale rangorde wordt dan verstoord en roedels vallen uit elkaar, waardoor er meer individuele dieren rondzwerven die net zorgen voor meer schade. Het is een interessant advies om te lezen.

Bovendien blijkt uit onderzoek in onder meer Duitsland dat het percentage vee in het dieet van wolven afnam naarmate zij langer gevestigd waren in een gebied. In het begin is er dus sprake van een stijging, nadien is er een afname.

Maar nogmaals, ik ben bezorgd, en ik hoop dat dit een gezamenlijke bezorgdheid is, over de psychologie van wat er nu gebeurt, ook in Limburg.

Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en het INBO hebben in 2018 al een wolvenplan opgemaakt. Daarin staan een aantal preventieve maatregelen die kunnen worden toegepast om de kudde te beschermen. In het Interventieprotocol probleemsituaties wolf wordt verder ingegaan op de concrete procedures die te volgen zijn bij verschillende scenario’s. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een probleemsituatie en een probleemwolf, die elk een andere aanpak vergen. De bevoegde instanties volgen dat wolvenplan en interventieprotocol op en overleggen hierover met de lokale betrokkenen. Ook mijn diensten staan in contact met het ANB.

De maatregelen om vee te beschermen tegen een wolvenaanval richten zich voornamelijk op preventie: dieren afschermen en waakhonden inzetten bij kuddes waarbij afscherming niet mogelijk is.

Ik heb me gisterenavond nog wat ingelezen over de wolf, omdat die problematiek me intrigeert. Ik heb ook gelezen dat het belangrijk is om zich te beschermen, waar toch wat discussie over bestaat. Voor veehouders die in een risicozone liggen en een bestaande omheining willen aanpassen om wolven af te weren, zijn er bijkomende steunmaatregelen in de vorm van subsidies. Voor de professionele veehouders kan dit via de niet-productieve investeringen van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), waar wij ook passende maatregelen hebben genomen.

Collega’s, dit is een zorgzame situatie die zeker moet worden opgevolgd. Ik denk dat ook collega Demir al op een aantal vragen heeft geantwoord. De bevoegdheid zit bij haar, maar de professionele veehouders zitten dan weer bij mij. Ik volg dit samen met haar van nabij op.

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Tinne Rombouts (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is duidelijk dat dit een complexe problematiek is. Het is ook een feit dat we moeten zoeken naar een manier om samen te leven met dieren of wilde dieren. Maar de grote maatschappelijke onrust die er vandaag is, waarbij mensen vrezen voor het lot van de dieren die zij houden, is voor mij niet aanvaardbaar. Ik heb heel veel begrip voor de preventieve maatregelen, maar – en ik stel dat als niet-Limburger – het is nogal gemakkelijk om te zeggen wat men allemaal moet doen. Als ik dan zie dat zich bij de uitvoering heel wat praktische problemen stellen, dan moeten we daar ook oog voor hebben. Ik wil die praktische zaken graag van naderbij bekijken en heb daar ook begrip voor, omdat we weten en omdat ook altijd, ook in dit parlement, is erkend dat het niet de bedoeling kan zijn om elke weide volledig af te rasteren. Als je dan beseft dat jouw dier misschien het zwakste is en eventueel zal worden aangevallen, wat moet je dan doen? Ik vind dat wij hier de plicht hebben om een oplossing te zoeken.

Minister, in die zin ben ik geïnteresseerd in het bijkomend onderzoek. U stelt dat wanneer een roedel zich gevestigd heeft, het aantal eenheden rundvee of grootvee dat wordt aangevallen afneemt. Tot nu toe stellen we echter vast dat het aantal wolven nog altijd stijgt en dat ook het aantal aangevallen dieren nog sterk stijgt, en dat in een zeer korte periode. We zitten dus nog niet in die situatie die u schetst en dat baart me toch wel zorgen. Ik wil dan ook extra onderzoek vragen en vragen om nader te bekijken welke extra maatregelen er mogelijk zijn.

Ik begrijp dat het wegnemen van een dier uit een roedel voor interactie zorg,t waardoor de rangorde en het gedrag wijzigen. Dat is wat ik omgekeerd aangaf: wanneer één wolf aanvalt, heeft dat ook een effect op het roedelgedrag. Maar ik heb ook begrepen, minister, dat u aangeeft dat het verplaatsen van het territorium misschien wel een optie is. Die link werd daarnet gelegd, maar ik zal het advies er nog eens nauwgezet op nalezen om te zien of het eventuele hefbomen bevat om tot oplossingen te komen.

Minister, ik heb nog een bijkomende vraag. Minister Demir heeft aangegeven dat ze bereid is om bijkomende maatregelen te onderzoeken en te bekijken. Het Europees kader schept ook ruimte om bijkomende maatregelen te nemen wanneer we daar gemotiveerd een duidelijke regelgeving op afstemmen. Wat het wolvenprotocol betreft, heb ik begrepen dat u zult vragen om daarbij te worden betrokken. Maar bent u of is ILVO momenteel ook betrokken bij onderzoek naar bijkomende maatregelen?

De voorzitter

De heer Pieters heeft het woord.

Leo Pieters (Vlaams Belang)

Ik heb er al eerder op gewezen dat één probleemwolf niet bestaat; een roedel is het probleem en dat heeft de minister ook net aangehaald. Bij het verwijderen van één wolf verandert de sociale randorde, maar daar is nu net het probleem van een roedel. Het gaat om een sociale hiërarchie. Wanneer een roedel honger heeft, gaat die in de aanval, maar dat gebeurt zeer strategisch en tactisch. Alles afrasteren kunnen we bijna niet, de roedel zal dan ook aan de rasters voorbijgaan en gewoon naar de volgende weide gaan.

U hebt het over een roedel binnen een straal van 400 kilometer. In het begin werd steeds gezegd dat dit niet zou gebeuren, maar na verloop van tijd gebeurt het dus wel. De jongen verlaten het nest en er komt een nieuw nest, maar die eerste jongen horen nog altijd bij de roedel. Zij komen ook af ten toe terug naar hun oorspronkelijke roedel en gaan dus niet zo ver weg. Zij blijven in de buurt en stichten daar een nieuwe roedel, en dat zal ongetwijfeld binnen die 400 kilometer zijn.

Minister Demir heeft ook al aangegeven dat er in Vlaanderen plaats is voor drie roedels. Daar zal toch ook wel enige wetenschappelijke onderbouwing aan te pas gekomen zijn. De ruimte die daarvoor beschikbaar is, ligt in een relatief kleine regio: Limburg, Antwerpen en richting Wallonië. Minister, ik wil toch enige betrokkenheid vragen en u vragen om bij het overleg met de burgemeesters ook landbouw te betrekken. Daarnaast moet in het protocol het gegeven van de roedel duidelijk worden omschreven in functie van het probleem. In het protocol moeten ook acties worden opgenomen voor het geval dat er zich problemen voordoen. Het kan niet zijn dat landbouwers, zoals zij me komen vertellen, met schrik gaan slapen of hun weides elke avond nog eens moeten nakijken om te zien of de stroomdraden nog in orde zijn.  Wanneer immers de stroom uitvalt, omdat iets op de draden valt, is het prijs.

We moeten daar toch een oplossing voor vinden. Ons altijd verwijzen naar Europese richtlijnen vind ik wat gemakkelijk. Wij leven hier in Vlaanderen. Het vergelijken met Duitsland, Nederland of Frankrijk, is ook vrij gemakkelijk. Want wij hebben een ruimtelijke ordening die daar totaal van verschilt. Wij hebben eigenlijk een wanordelijke ruimtelijke ordening, dus niet gepast voor wolven.

De voorzitter

Mag ik iedereen vragen om de tussenkomsten gebald te houden? Een aansluitende tussenkomst is beperkt tot 2 minuten. We gaan dat niet beoordelen met een apothekersweegschaaltje, maar ik vraag er toch even aandacht voor, want we hebben nog een volle agenda. Iedere mening is belangrijk, maar probeer ze gebald naar voren te brengen.

De heer Brouns heeft het woord.

Jo Brouns (CD&V)

Minister, ik vind het goed dat u heel duidelijk aangeeft dat u het probleem zeer ernstig neemt. We kunnen inmiddels getuigen dat het harmonieus samenleven van mens en wolf toch wel een zeer, zeer grote uitdaging is. We moeten samen durven toegeven dat we de situatie hebben onderschat. Van in het begin is er inderdaad gezegd dat de wolf grootvee met rust zou laten. Dat blijkt nu niet het geval te zijn. We hebben een aantal situaties onderschat. Dat blijkt ook nu we een aantal maatregelen nemen die we bij de komst van de wolf niet hadden voorzien.

Maar goed, het doel blijft  een geloofwaardig wolvenbeleid. Het is belangrijk dat we maximaal beschermen, dat we maximaal inzetten op die preventieve maatregel. U hebt er al naar verwezen. U hebt ook een aantal bijstellingen gedaan. Ook minister Demir doet dat. Dat is absoluut noodzakelijk, dat blijkt ook uit bevragingen in de regio. Mensen willen absoluut dat er heel streng en kordaat wordt opgetreden en dat de onkosten die ze hebben, zo snel mogelijk worden vergoed. In dat verband is het belangrijk om te kijken naar de situatie van vandaag. Hoeveel dossiers zijn er recent ingediend door de professionele veehouders, om zich bijkomend te beschermen in dat kerngebied? De professionele paardenhouders zitten met de beperking rond de 1600 meter omheining. Kan dat eventueel worden meegenomen in de evaluatie? Ik begrijp dat het vandaag ook geen evidentie is om de kuddebewakingshonden te financieren. Ook dat moet eventueel worden bekeken binnen het plattelandsbeleid. Zijn dat zaken die u mee in overweging wilt nemen? Om een zo geloofwaardig mogelijk wolvenbeleid te kunnen voeren, is het absoluut noodzakelijk dat we maximale preventieve maatregelen ook financieel ondersteunen.

De voorzitter

De heer Steenwegen heeft het woord.

Chris Steenwegen (Groen)

Minister, ik ben eigenlijk heel blij met uw antwoord. Uw antwoord was een antwoord gebaseerd op wetenschap en op een studio die ILVO heeft laten uitvoeren. Dat moet uiteindelijk de basis zijn van hoe wij naar dit probleem kijken. De wolf is een beschermde soort en we weten dat we het samenleven zullen moeten organiseren. Of we dat nu willen of niet, dat is gewoon een realiteit.

Ik ben ook blij dat ILVO in dezen trouwens dezelfde conclusies trekt als het INBO in zijn analyse en hoe het in zijn werk gaat met de wolven.

Aan de andere kant is heel die wolvenproblematiek inderdaad een kwestie van psychologie. U hebt daar ook op gewezen. Het is die angst die – spijtig genoeg – wordt aangewakkerd en uitgebuit. Dat is een spijtige zaak, vind ik. We zouden er eigenlijk van hieruit allemaal samen voor moeten zorgen dat dat niet gebeurt en eerder moeten proberen de grote emotie hierrond wat te temperen.

Net vandaag is er in de krant verschenen dat er een studie is gemaakt in Nederland. Maar Nederland is toch wel vergelijkbaar met Vlaanderen. En daar heeft men 25 elementen bovengehaald en uitgespit die proberen een antwoord te geven op vele vragen die men zich stelt rond dat samenleven met de wolf. In die maatregelen wordt er bijvoorbeeld gezegd dat je snel moet afrasteren, zodat wolven niet het gevoel krijgen dat dat vee gemakkelijk te pakken is. Als je snel afrastert, dan gaat die reflex weg. Ik heb hierover een bijkomende vraag voor u. In hoeverre worden er, vanuit de departementen, vanuit uw bevoegdheid, inspanningen gedaan om dat debat op een correcte manier door te voeren, de juiste informatie te geven en op die manier de gemoederen wat te sussen, en inderdaad boeren en andere mensen ertoe aan te zetten, te stimuleren, te helpen om de juiste maatregelen te nemen? Want afrastering helpt wel degelijk, dat bewijst de realiteit.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Sofie Joosen (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik heb zeker begrip voor de bezorgdheden. Er zijn de laatste weken een heel aantal spijtige incidenten gebeurd. En dat zijn natuurlijk telkens drama's voor de betrokken landbouwers.

Er zal effectief een evaluatie komen van dat wolvenprotocol. Minister Demir heeft dat ook bevestigd in de commissie Leefmilieu en u bevestigt het vandaag opnieuw. Het is heel belangrijk dat dat gebeurt. Maar verder zijn die beschermingsmaatregelen cruciaal, het nemen van die wolfwerende maatregelen. Iedereen moet daar wel mee aan de kar trekken.

Die kennis moet echt bij onze landbouwers op het terrein komen. Ik merk dat dat vandaag toch nog wel onvoldoende het geval is. Ik hoor cijfers van 9 procent wolfwerende omheiningen. Ik hoor in de commissie ook zeggen dat we niet alles kunnen afrasteren. Maar 9 procent is natuurlijk nog niet echt een hoog cijfer.

Er is een heel belangrijke rol weggelegd voor de burgemeesters van de lokale besturen om die informatie tot bij onze land- en tuinbouwers te brengen. Daarnaast denk ik ook dat er een rol is weggelegd voor het departement om die kennis en kunde op het terrein te vergroten. Ik hoor vandaag ook spreken over een aantal praktische problemen. Laten we dan de informatie over die praktische problemen tot op het terrein brengen, zodat onze landbouwers goed geïnformeerd zijn om deze maatregelen te kunnen nemen.

De voorzitter

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ludwig Vandenhove (Vooruit)

Voorzitter, collega's, minister, ik wil me graag aansluiten bij wat collega Chris Steenwegen heeft gezegd. Op basis van deze vraag van collega Rombouts hebben we een heel sereen antwoord gekregen van de minister en een heel sereen debat gevoerd, dit in grote tegenstelling tot sommige verklaringen en andere zaken een paar weken geleden in Limburg. We kunnen dit alleen maar oplossen door wederzijds begrip en door goed overleg tussen enerzijds de verdedigers van de wolf en anderzijds degenen die zich aangevallen voelen, in dit geval de landbouwers. Ik ben echt blij dat wat dat betreft de rust en de sereniteit zijn teruggekeerd, in tegenstelling tot de verklaringen over de betoging rond de wolf en het vuur die er in Limburg zijn geweest. 

Bart Dochy (CD&V)

Ik wil zelf graag aansluiten bij wat collega Steenwegen beaamt, namelijk dat wetenschappelijk onderzoek belangrijk is. Maar toch hoef je niet in sprookjes te geloven om te weten dat er op termijn ook risico's zullen ontstaan voor de mens. Ik vraag me af of die wetenschappers eventuele slachtoffers of nabestaanden recht in de ogen zullen kunnen kijken, ondanks alle wetenschap die van toepassing is. Ik verwijs naar de emotionaliteit die er soms mee gepaard gaat, over het verlies van dieren. Want het gaat niet alleen over landbouwhuisdieren, maar ook over andere dieren die desgevallend in de focus van de wolf kunnen komen. Ik vind dat men toch wel heel licht over dat aspect van het debat gaat. Wetenschap is goed, maar je kunt toch niet ontkennen dat er een zeker gevoel van risico en een echt risico kan ontstaan ten aanzien van mensen? Want ik hoor van landbouwers uit de omgeving dat die wolven echt niet bang zijn van de mensen. Ze komen dichtbij, ze zijn in zekere zin bijna gedomesticeerd. Er is toch wel een vreemd element aan dat verhaal dat wat mij betreft veel te weinig in de focus wordt genomen.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik dank u voor alle aanvullende opmerkingen.

Ik wil starten met in te gaan op de opmerking van de voorzitter, aansluitend bij wat een aantal andere collega's zeiden rond de psychologie. Dit is niet alleen een kwestie van oppoken of psychologie. Als steeds groter vee wordt doodgebeten, dan heeft dat ook een impact op modale huisgezinnen. Het is niet alleen iets wat de landbouwer treft. Maar de angst die mogelijkerwijze wordt verspreid, komt bij gewone huisgezinnen. Er is op een bepaald moment een optocht geweest; het waren niet alleen landbouwers die daarin meeliepen. Je voelt dus dat er wel een angst is. En als er angst is bij mensen, dan moet je een manier zoeken om daar goed mee om te gaan. We zitten nu eigenlijk in een hele moeilijke periode, omdat er zich opeenvolgende feiten hebben voorgedaan die die angst wat voeden, waar we niet omheen kunnen en die bij mij ook wel een bezorgdheid teweegbrengen.

Ik heb aanvullend advies gevraagd. Ik denk dat ik, collega Steenwegen, hetzelfde onderzoek heb gelezen als u. Want dat wat u zei, heb ik onder andere gisterenavond gelezen. Ik ben ook aan het zoeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat er wat rust ontstaat. Ik heb ook gelezen dat het zeer goed is om snel omheiningen aan te brengen.

Collega Pieters, het ging om 400 vierkante kilometer, dus niet 400 kilometer. Dat wil ik toch even zeggen, want dat is wel een groot verschil in omvang.

Ik voel ook dat, onder andere collega Pieters, vragen stelt bij een aantal besluiten uit dat onderzoek. U bent allemaal parlementslid. Ik zou enorm graag hebben – maar dat laat ik over aan de voorzitters van de commissies – dat er hier eens een gedachtewisseling plaatsvindt met de wetenschappers, met ILVO en het INBO, over wat er zich op het veld voordoet, over de angst.

Collega Pieters, ik kan uw bewering niet ontkennen. Of als u zegt ‘u ziet toch wat er gebeurt’: ik zie inderdaad wat er gebeurt, maar ik zie ook wat de wetenschap schrijft. Ingaand op wat de voorzitter daarnet zei, ik zou het eigenlijk goed vinden dat er hier eens een parlementaire gedachtewisseling is, mensen van ILVO gaan daar zeker toe bereid zijn, en dat u al uw vragen kunt stellen en al uw zorgen kunt meegeven. Ik kan natuurlijk onderzoeken bestellen. Collega Demir en ik zijn bereid om het wolvenprotocol aan te passen en te herzien, maar we doen dat natuurlijk ook op basis van de wetenschap. Dat is voor mij niks emotioneels. Dat is iets corrects, maar ik wil mij ook niet te veel zorgen hoeven te maken dat we het mogelijk bij het verkeerde eind hebben. Dat is een onbestaand iets. Maar collega’s, op dit ogenblik heb ik geen enkele reden om mij niet te baseren op de wetenschap, maar we moeten een antwoord vinden. Het kan niet dat mensen zeggen dat ze niet meer durven te gaan wandelen of de kinderen vrij te laten spelen omdat ze bang zijn dat er een wolf komt. Ik vind dat verschrikkelijk. In een bos moet een kind kunnen spelen. We zitten daar nu in een moeilijke periode. Voorzitter, u moet zelf eens kijken, dat kan misschien met de twee commissies samen gebeuren.

Wat de maatregelen betreft: collega Joosen, ik stel samen met u vast dat er helemaal niet zo veel landbouwers gebruikgemaakt hebben van onze ondersteuning. Collega Brouns heeft gevraagd of de oorzaak misschien ligt in het feit dat er nog beperkingen zijn, onder andere de 1600 meter. Ik ben zeker bereid om te kijken of we dat kunnen uitbreiden. Dat is geen probleem voor mij. We moeten er natuurlijk ook voor zorgen dat de budgetten niet ontsporen. Ik heb wel in de wetenschap gelezen, in tegenstelling tot sommige criticasters, dat afrastering wel een goede zaak is, dus we mogen daar volop op inzetten. Daarmee is een ander woord van kritiek meteen gesmoord. Ik wil ook samen met mijn administratie kijken hoe we de boeren nog wat meer kunnen informeren over wat ze kunnen doen. Collega Demir heeft vanuit haar kant ook budgetten voor particulieren voorzien. Dus dat moet eigenlijk ook hand in hand gaan.

Ik heb ook gelezen over hoe positief de impact van wolven kan zijn op een ecosysteem. Ik ga zeker de wolf vandaag niet veroordelen, maar er is een samenlevingsprobleem op dit ogenblik waar we de ogen niet voor kunnen sluiten. Ik wil daar een oplossing voor en minister Demir ook. Daarom denk ik dat er hier misschien op korte termijn ook eens een gedachtewisseling georganiseerd kan worden. Voorzitter, ik ben er de komende twee weken niet, waardoor er geen commissie kan zijn. Misschien is dat een interessante opportuniteit, want we mogen dat debat ook niet te lang laten aanslepen. Het is beter dat er een gedachtewisseling gebeurt, vooraleer er besluiten genomen worden over de herziening van het wolvenprotocol, als u wel bereid bent om erop in te gaan.

De voorzitter

Dank u wel minister, ook voor deze suggestie. We zullen dit straks ook in de regeling van de werkzaamheden bekijken. Iedereen kan er ook zijn mening over geven. Eventueel kunnen we een gedachtewisseling organiseren samen met de commissie Leefmilieu.

Collega Rombouts heeft het woord.

Tinne Rombouts (CD&V)

Dank u wel, voorzitter. Het is wel duidelijk dat dit thema iedereen beroert. Minister, zoals u aangeeft is inzetten op preventie en afrastering op zich een goede maatregel, maar we weten ook dat de wolf de slimste zal zijn en altijd het zwakste dier zal blijven vinden. We zeggen in ditzelfde parlement ook dat we het niet zien zitten dat elke weide voorzien wordt van een wolfproof afrastering. Daar blijft wel een dualiteit zitten.

Collega’s, ik ben volksvertegenwoordiger. Het is dus niet aan mij om enerzijds gemoederen op te poken, of niet. Ik denk dat ik hier in het parlement altijd op een heel serene manier het debat gevoerd heb, maar het is ook niet aan mij om gemoederen te temperen of te sussen. Ik heb zonet ook aangegeven dat het heel gemakkelijk is om als niet-inwoner te zeggen dat men rustig moet blijven, dat men niet moet overdrijven, maar je zal er maar wonen en willen gaan slapen en  schrik hebben voor de dieren die op uw weide staan. Dat zijn niet alleen landbouwers, dat zijn ook mensen met hobbydieren. We erkennen toch allen dat leven met schrik het ergste is wat je kunt meemaken. Ik vind dat niet normaal, dat is onaanvaardbaar en daar moet een oplossing aan gegeven worden.

En wetenschap? Ja. U weet ook dat ik iemand ben die steeds vertrekt vanuit de wetenschap, maar ik ben ook realistisch. Ik sta met beide voeten op de grond. Zoals ik aangeef, is de wetenschap ook al een aantal keren moeten terugkeren op een aantal uitspraken die hier in het parlement gebeurd zijn. Als de wetenschap botst met het maatschappelijk leven en beleven, dan moet dat opgelost worden. Dan ga je er met wetenschap alleen niet geraken. Daarom blijft mijn oproep om dit thema zeker inderdaad verder te bekijken en doe ik een oproep aan de regering om bijkomende maatregelen te nemen om het samenlevingsprobleem op te lossen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

 


  Nieuwsflash
 
Steun voor precisielandbouw via pre-ecoregelingenLees meer
 
 
Het watergebruik in de landbouwLees meer
 
 
Vlaanderen moet blijven investeren in eigen gasproductieLees meer
 
 
Steun aan de Vlaamse varkenssector in crisisLees meer
 
 
Verlies aan biodiversiteit terugdraaien Lees meer
 
 
Innovatieve grondbewerking, irrigatie en waterconservering helpen droge seizoenen overbruggen Lees meer
 
 
EU-Parlement hekelt Ďachtergehoudení landbouwstudie Lees meer
 
 
Erkende rampen noodweer WalloniŽ 14-16 juli en 24 juli 2021: besluit vergoedingsregelingLees meer
 
 
MB omtrent ammoniakemissiearme stalsystemenLees meer
 
 
ABS blijft aandringen op algemene toepassing Richtlijn tegen oneerlijke handelspraktijken Lees meer
 
 
Potato Days Live inspireert sector tot duurzame keuzes Lees meer
 
 
LCG-graanavonden najaar 2021 Lees meer
 
 
Oproep Go4Food Lees meer
 
 
Varkenssector slaat handen in elkaar Lees meer
 
 
Erkende DROOGTE 2020: laatste dagen om schadedossier in te dienenLees meer
 
 
Overstromingen 14-16 juli 2021 in WalloniŽ erkend als ramp: indienen schadedossiers Lees meer
 
 
Werken in de landbouw, de job van je levenLees meer
 
 
LCG rassenonderzoek wintertarwe en -gerstLees meer
 
 
Terugbetaling van de inhouding voor financiŽle discipline Lees meer
 
 
Overstromingen WalloniŽ op 24 juli 2021 erkend als algemene rampLees meer
 
 
Uitdoofbeleid voor de kweek van plofkippenLees meer
 
 
Agristo maakt radio samen met Tom De CockLees meer
 
 
1921: het droogste jaar van de 20ste eeuw Lees meer
 
 
Plan Vlaamse Veerkracht focust op klimaatinvesteringen in de landbouw Lees meer
 
 
Eindelijk Interpom Kortrijk 28-30 november 2021Lees meer
 
 
Waarschuwing voor toename van giftige stoffen in granen tijdens bewaringLees meer