Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Vorig ArtikelVorig artikel Volgend artikelVolgend Artikel

 01 apr 2021 09:27 

Stroomgebiedbeheerplannen


Vraag om uitleg over het advies van de Minaraad, de SALV en de SERV over de stroomgebiedbeheerplannen van Mieke Schauvliege aan minister Zuhal Demir

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Mieke Schauvliege (Groen)

Het advies van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad), de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) over het ontwerp van de derde stroomgebiedbeheerplannen bevat een zeer groot aantal fundamentele bemerkingen, wat niet verrassend is.

De resultaten van de tweede stroomgebiedbeheerplannen zijn teleurstellend. Er is wel vooruitgang voor een aantal parameters, maar het doel om de goede toestand in 17 speerpuntgebieden in 2021 te bereiken, werd in geen enkel speerpuntgebied gehaald, en in 48 oppervlaktewaterlichamen is er sprake van achteruitgang. De waterlopen in Vlaanderen behoren tot de vuilste van Europa.

Het is dan ook logisch dat de raden unaniem het verlaagde ambitieniveau van het plan sterk betreuren. Er is volgens de adviesraden meer vooruitgang mogelijk, zelfs met dezelfde middelen. Dit kan via het principe van doorwerking. Dat betekent door de resultaten van de tussentijdse analyse van de tweede stroomgebiedbeheerplannen te laten doorwerken naar concrete acties en maatregelen en door systematisch links te leggen tussen status, druk en maatregelenprogramma.

Het stroomgebiedbeheerplan zou eenduidige links moeten leggen tussen de status van de waterlichamen, de drukken die op die waterlichamen uitgeoefend worden en de maatregelen om die drukken te remediëren. Daartoe zou de afstand tussen de huidige en de gewenste toestand in beeld moeten worden gebracht, de zogenaamde gap. Die doelafstand zou vervolgens verdeeld kunnen worden tussen de relevante bronnen, de reductiedoelen. Ten slotte dient het plan maatregelen te bevatten om de doelafstand te overbruggen, ook voor hydromorfologische maatregelen.

De raden vragen grondige hervormingen in het waterzuiveringsbeleid. Zelfs na alle inspanningen van de afgelopen decennia zijn de huishoudens immers nog steeds verantwoordelijk voor 20 procent van de stikstof en 50 procent van de fosfor in het oppervlaktewater. De stijging van de rioleringsgraad verloopt te traag, de zuiveringsgraad vlakt af en de onderhoudskosten stijgen. Het tempo waarop de zuiveringsgraad toeneemt, daalt al tien jaar.

Uit de evaluatie van de vorige plannen blijkt duidelijk dat die te vrijblijvend waren. Uit de voortgangsrapportage van 2019 blijkt immers dat 43 procent van de gemeentelijke saneringsprojecten uit de tweede stroomgebiedbeheerplannen, vastgesteld in 2015, en 23 procent van de projecten uit het eerste plan, vastgesteld in 2010, nog niet in uitvoering waren.

Minister, de raden vragen om systematisch de link te leggen tussen status, druk en maatregelenprogramma. Voor landbouw en industrie vragen ze een kosteneffectief maatregelenprogramma op te maken om de doelafstand voor stikstof en fosfor te dichten. Ze vragen om soortgelijke oefeningen op te zetten voor andere parameters en om actiefiches te vervolledigen. Op welke manier zult u de hiaten in het maatregelenprogramma proberen weg te werken?

Op korte termijn stellen de raden voor te onderzoeken om nieuwbouw zonder riolering door het afleveren van een nieuwe omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen onmogelijk te maken, zolang er geen riolering ligt die aangesloten is of zolang ze geen individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA) kunnen aanleggen. Zult u ingaan op deze voorstellen?

De raden stellen voor om de doelstellingen zoals die opgenomen zijn in de stroomgebiedbeheerplannen, effectief bindend te maken voor rioolbeheerders. Dit impliceert dat eenduidig de link wordt gelegd tussen de saneringsplicht die bij de drinkwatermaatschappijen rust en de realisatie van deze doelstellingen. Zult u ingaan op dit voorstel?

De raden vragen meer transparantie over en garanties voor een correcte besteding van de middelen die verzameld worden via de waterfactuur. Ze vragen om in de omzendbrief de mogelijkheid te schrappen, of minstens te beperken, dat deze middelen ook kunnen worden besteed aan het herstel van de bovenbouw in oorspronkelijke toestand of de aanleg van een nieuwe bovenbouw. Zult u ingaan op deze voorstellen?

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Het openbaar onderzoek over de stroomgebiedbeheerplannen werd op 14 maart afgesloten, twee weken geleden dus. Naast het advies van de Minaraad, de SERV en de SALV heeft de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) meer dan 840 bezwaarschriften en adviezen ontvangen. Dat is een heel pak. Bovendien kunnen gemeenten ook nog eens tot en met 26 maart de bezwaarschriften overmaken die bij het college zijn ingediend. Dat zal daar dus ook nog bij komen.

Al die adviezen en bezwaren hebben ook het recht, denk ik, om op een grondige manier te worden geanalyseerd en verwerkt. Dat zal ook de nodige tijd vragen. Het gaat over 840 bezwaarschriften, dus een heel pak. De CIW behandelt die adviezen en bezwaarschriften. Normaal gezien is dat tegen eind juni. Voorafgaand worden de bekkenspecifieke delen nog besproken binnen de bekkenoverlegstructuren. In de zomerperiode worden de documenten dan technisch verder op punt gesteld en wordt ook het definitieve plan-MER (milieueffectrapport) verder afgewerkt. Dat betekent – en dat is eigenlijk mijn grote boodschap – dat elk bezwaar grondig zal worden geanalyseerd en dat we dat plan dan ook zeer grondig zullen bijstellen. Ik denk dat ik daar heel duidelijk over ben.

Pas na de zomer wordt het volledige dossier dan aan mijn kabinet overgemaakt. De doelstelling is om dit dossier voor 22 december van dit jaar op de agenda van de Vlaamse Regering te zetten. Het spreekt echter voor zich, denk ik, dat we het beheerplan grondig zullen moeten aanpassen.

Zoals net gezegd: de analyse van de bezwaren uit openbaar onderzoek van de stroomgebiedbeheerplannen is aan de gang. De suggestie die u doet in uw tweede vraag, vind ik zeer oké. We zullen die dus ook meenemen en onderzoeken.

Ik deel ook de vaststelling van de adviesraden dat de doelstellingen op het vlak van sanering en waterzuivering en de effectieve realisatie sterker aan elkaar zouden moeten worden gekoppeld. Ik ben zelf ook een voorstander van meer responsabilisering op dat gebied. De concrete uitwerking daarvan zullen we ook verder voorbereiden, maar nogmaals, ik ga nog niet te veel voorafnames doen op de verwerking van de opmerkingen die tijdens het openbaar onderzoek zijn geformuleerd. Ik voel echter eigenlijk wel veel voor uw suggesties.

Zoals aangeven in het regeerakkoord, zullen we de financieringssystemen voor de gemeenten hervormen naar een meer resultaatgerichte aanpak, met sterk vereenvoudigde procedures en meer responsabilisering in de taakverdeling tussen de VMM en de rioolbeheerders. Zoals gezegd, is het voorbereidende werk aan de gang. We verwachten het resultaat tegen eind dit jaar. De suggestie van de raden zal daarbij zeker worden meegenomen.

De voorzitter

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Mieke Schauvliege (Groen)

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Dat klinkt me als muziek in de oren. Ik ben er heel tevreden over dat u aangeeft dat u die stroomgebiedbeheerplannen ernstig zult bekijken en dat daar grondige wijzigingen aan zullen gebeuren. Het stemt me ook tevreden dat u de vraag om een omgevingsvergunning te weigeren als er geen riolering ligt, ook zeer ernstig overweegt. Ik denk dat dat een belangrijke maatregel is, die heel wat voordelen met zich meebrengt.

Ik heb echter nog een tweede suggestie. Wat ook opviel aan de kaarten van die stroomgebiedbeheerplannen, is dat de inspanningen die worden geleverd in Oost- en West-Vlaanderen om de waterkwaliteit te verbeteren, eigenlijk minimaal zijn. Als die stroomgebiedbeheerplannen zouden worden uitgerold zoals die nu zijn opgesteld, zou de waterkwaliteit er nauwelijks verbeteren, omdat de middelen vooral worden geconcentreerd op een aantal andere bekkens elders in Vlaanderen. Minister, ik zou dus toch willen vragen om dat ook grondig te bekijken en ervoor te zorgen dat ook in Oost- en West-Vlaanderen de kwaliteit van de waterlopen kan verbeteren, dat er ook voldoende inspanningen en middelen naartoe gaan om daaraan te werken. Op dit moment is dat immers niet het geval. Dat zit niet in het voornemen zoals dat nu in de plannen in openbaar onderzoek zit, en dat lijkt me eigenlijk toch wel een groot hiaat te zijn.

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega Schauvliege, ik begrijp wat u bedoelt. Dat stuk rond West- en Oost-Vlaanderen was ook mij een doorn in het oog. Vandaar dus ook mijn boodschap dat we het zeer grondig zullen bijsturen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Koeien kunnen ons klimaat reddenLees meer
 
 
Rassen savooikool 2020 vertoonden veel sleet Lees meer
 
 
Plannen voor een maïsdoolhof? Lees meer
 
 
KB betreffende natuurlijk mineraal water en bronwaterLees meer
 
 
Economisch dossier Fedagrim voorgesteldLees meer
 
 
Grasgroei matig Lees meer
 
 
Grondwaterstanden blijven in maart laag voor tijd van het jaar Lees meer
 
 
Krimp Belgisch aardappelareaalLees meer
 
 
Jaarverslag 2020 InagroLees meer
 
 
Maatregelen tegen bruinrot in Antwerpen en Limburg Lees meer
 
 
Advies Brede Weersverzekering 2021 en vlasverzekering op maatLees meer
 
 
Controle op de toegekende subsidies mestverwerkingsbedrijvenLees meer
 
 
Weg met de polderbelasting en hervorming beheer onbevaarbare waterlopenLees meer
 
 
Jongeren op het werkLees meer
 
 
Innovatiespiraal: steun in elke fase van het innovatieprocesLees meer
 
 
Verzamelaanvraag 2021: tegen 30/4 en naam verzekeraar BWVLees meer