Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 14 jan 2021 02:52 

Schadevergoedingen voor de pelsdierhouders


Vraag om uitleg over de schadevergoedingen voor de pelsdierhouders naar aanleiding van de beslissing tot uitdoving van de pelsdierhouderij in Vlaanderen van Gwenny De Vroe aan minister Ben Weyts

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Gwenny De Vroe (Open Vld)

Minister, in 2019 nam het Vlaams Parlement het decreet rond een verbod op het houden van pelsdieren en op het houden van dieren voor de productie van foie gras door middel van dwangvoedering aan. Krachtens deze regeling wordt het houden van pelsdieren vanaf 1 december 2023 verboden op Vlaams grondgebied. Aangezien het vooral ging om een ethische beslissing, werd beslist om de toenmalige zeventien nertsdierenhouders een vergoeding en compensatie toe te kennen. Eind vorig jaar bleek echter dat er in de praktijk nog maar een achttal pelsdierhouderijen actief waren, al sloot dat niet uit dat de leegstaande pelsdierhouderijen nog wel de mogelijkheid van een heropstart hadden. Door de covidpandemie en het besmettingsgevaar bij nertsen is er een sense of urgency ontstaan in hoofde van pelsdierhouders om te kiezen voor een snelle stopzetting van hun activiteiten. Dat is ook aangewezen, aangezien de bedrijven vanaf dit jaar 10 procent minder schadevergoeding per jaar zullen ontvangen.

Een probleem dat ik aanhoudend hoor, is dat er nog steeds geen duidelijkheid is over de concrete vergoedingen. Minister, u antwoordde op 25 november 2020 nog in deze commissie het volgende: “Er is een genereuze vergoedings- en compensatieregeling. Die procedure is klaar en duidelijk. Het dossier wordt overgemaakt aan de Vlaamse Landcommissie. Dat zijn vaste procedures die decretaal verankerd zijn in het Landinrichtingsdecreet, waarbij de Vlaamse Landcommissie onafhankelijk oordeelt.” U zei dat de afspraken duidelijk gemaakt waren en dat u nog eens contact zou opnemen met die kwekerijen, met het aanbod tot vervroegde sluiting.

Naar ik verneem, – vandaar ook deze vraag om uitleg – blijven de gesprekken met de sector heel moeizaam verlopen. De VLM zou terugkomen op de aanvankelijk vooropgestelde parameters waardoor de toegekende vergoedingen aan de sector lager zouden liggen.

Daarom heb ik de volgende vragen aan u, minister. Wat is de stand van zaken inzake het bepalen van de onkostenvergoedingen voor sluiting of reconversie van de Vlaamse pelsdierhouderijen? Welke zijn de concrete parameters die worden gehanteerd voor die ‘genereuze vergoedings- en compensatieregeling’? Hebt u effectief, zoals u in november stelde, die kwekerijen gecontacteerd met een aanbod tot vervroegde sluiting? Heeft dit geresulteerd in het indienen van extra dossiers bij de VLM? Wat is de stand van zaken inzake de behandeling van deze dossiers, inclusief het dossier inzake de IHD-PAS-regeling (instandhoudingsdoelstelling - Programmatische Aanpak Stikstof)?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Momenteel hebben de landcommissies de eerste aanvragen voor een vergoeding ontvangen. Via het aanvraagformulier wordt aan de aanvrager gevraagd om bij het plan van aanpak ook een overzicht te geven van de kosten die verbonden zijn aan de bedrijfsstopzetting of de bedrijfsreconversie. Op basis van dat overzicht zullen de landcommissies de onkostenvergoedingen bepalen.

In het uitvoeringsbesluit van de Vlaamse Regering van mei vorig jaar wordt zowel de procedure bij de landcommissie geregeld als de berekening van de vergoeding door de landcommissie. Het besluit zelf en de nota aan de Vlaamse Regering hierbij verduidelijken ook welke kosten in aanmerking komen. Ik heb hier in oktober en november al toelichting bij gegeven. Ik wil hier nog wel een kort overzicht geven van de vergoedingsregeling.

De totale vergoeding in geval van bedrijfsstopzetting enerzijds of bedrijfsreconversie anderzijds bestaat uit verschillende onderdelen met duidelijke vergoedingsregels die in dat besluit bepaald zijn.

Bij de bedrijfsstopzetting gaat dat om een vergoeding voor het verlies van het gebruik van onroerende goederen dat gepaard gaat met de bedrijfsstopzetting, sloopkosten, inkomensverlies, administratieve kosten verbonden aan de bedrijfsstopzetting, kosten voor het opkuisen van de bedrijfsgebouwen en eventuele energie- of personeelskosten die nog tijdelijk doorlopen tijdens het opkuisen van de gebouwen.

Bij de bedrijfsreconversie gaat dat om een vergoeding voor het verlies van het gebruik van onroerende goederen dat gepaard gaat met de bedrijfsreconversie, dus opnieuw sloopkosten, investeringen, administratieve kosten verbonden aan de bedrijfsreconversie, en kosten voor het opkuisen van de bedrijfsgebouwen die een andere functie zullen krijgen zonder investering.

Bij de bedrijfsstopzetting en de bedrijfsreconversie zijn meer concreet de volgende vergoedingen van toepassing, met dien verstande dat er bij de bedrijfsstopzetting sprake is van een vergoeding voor inkomensverlies en bij de bedrijfsreconversie sprake van een vergoeding voor de investeringen die gepaard gaan met de bedrijfsreconversie. 

Ten eerste is er de vergoeding voor verlies van gebruik. Dat is een vergoeding die bepaald wordt op basis van de regels van onteigening ten algemenen nutte, een bestaande regelgeving dus. Die vergoeding bestaat uit verschillende componenten, namelijk een vergoeding voor verlies van gebruik van gebouwen, die wordt berekend op basis van de huidige waarde van het gebouw en de toekomstwaarde na stopzetting. Daarvan wordt dan het verschil genomen. Een ander onderdeel van die vergoeding is de vergoeding voor het verlies van gebruik van materiaal, die wordt berekend op basis van de huidige waarde van het materiaal en de restwaarde na stopzetting. Ook hiervan wordt het verschil genomen. 

Er is ook de vergoeding voor het verlies op dieren. Die geldt enkel voor dieren die op een economisch nadelig tijdstip verkocht dienen te worden en wordt berekend op basis van het jaarlijks vervangingspercentage en het waardeverlies tussen de aankoopwaarde van het dier en de waarde van het dier bij slachting.

Een ander element, een andere vergoeding, is de sloopvergoeding, en die bedraagt maximaal 40 procent van de geschatte investering.

De vergoeding voor het inkomensverlies wordt bepaald op basis van de regels van onteigening ten algemenen nutte. Dat is opnieuw bestaande regelgeving. De vergoeding wordt berekend op basis van de fiscaal aangegeven winsten uit de boekhouding of de belastingaangiften van de laatste drie jaar, of forfaitair op basis van kengetallen.

De investeringsvergoeding bedraagt maximaal 40 procent van de gedane investering.

De vergoedingen worden in concreto bepaald door de landcommissies op basis van de gegevens en de kenmerken van het bedrijf. Zoals al herhaaldelijk gezegd, vervullen de landcommissies volgens het Landinrichtingsdecreet hun taken volledig onafhankelijk en kunnen ze van geen enkele instantie instructies of bevelen ontvangen.

De vergoedingen worden verminderd met 10 procent per jaar voor aanvragen ingediend vanaf 1 april 2021. Dat is een aanmoediging om de betrokkenen te stimuleren om zo snel mogelijk hun activiteiten te staken. Dat schijnt te werken.

In december en januari hebben zes pelsdierhouders een aanvraag ingediend. Ze hebben nog tijd tot 23 januari. het blijkt toch wel aan te slaan, want er zijn tot op heden zeven pelsdierhouderijen die een aanvraag bij de landcommissies hebben ingediend in het kader van de regeling van de vergoeding bij de bedrijfsstopzetting en -reconversie van pelsdierhouderijen. Deze maand beslist de landcommissie over de volledigheid van het eerste dossier. De beslissing over de andere dossiers zal natuurlijk volgen. Ik heb geen zicht op de snelheid daarvan.

Eén pelsdierhouderij diende een aanvraag in via de IHD-PAS-regeling. Deze maand is de beslissing over de vergoeding geagendeerd op de zitting van de bevoegde landcommissie. Hierna wordt het aanbod gedaan, waarna, als de pelsdierhouder in kwestie akkoord gaat, er tot betaling wordt overgegaan.

In totaal hebben dus acht pelsdierhouderijen een aanvraag ingediend voor vergoedingen. Bij de acht in kwestie gaat het om stopzettingen, niet om reconversies.

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Gwenny De Vroe (Open Vld)

Minister, het was goed om die duiding van de vergoedingen nog eens te geven. We weten allemaal dat de tijd voor snelle oplossingen voor de pelsdierhouders dringt. Ze hebben, zoals u zei, tijd tot april om hun dossier in te dienen, tenminste als ze onder de regeling van vorig jaar willen vallen en een vergoeding van 40 procent willen krijgen, daarna wordt het 10 procent minder.

Er werden zeven dossiers ingediend. Er is een extra push gegeven, maar ik hoor – en dat is zeker mijn taak als parlementslid – dat de landcommissie zou talmen met het nemen van beslissingen. Naar verluidt zou er een vergadering gepland zijn rond 19 januari en dan is mijn hoop en mijn vraag aan u dat er dan enkele knopen definitief worden doorgehakt.

Wat ik nog graag zou weten – dat heb ik u niet horen zeggen bij uw toelichting over de vergoedingen – is welke boekhoudingsjaren effectief in aanmerking zullen worden genomen. Gaat dat over 2017, 2018 en 2019? Wat met de KWIN-boeken (kwantitatieve informatie)? Daar had ik graag wat meer detailinfo over gehoord.

U sprak over het verlies van het gebruik van gebouwen. De pelsdierhouders hebben toch wel wat problemen met betrekking tot bezoeken of informatie die ze opvragen over bepaalde stalen, waar de houders niet onmiddellijk de bouw- of milieuvergunning van terugvinden.

Enfin, ik voel dat de communicatie niet met heel veel vertrouwen verloopt. Ik denk dat daarin toch wel stappen vooruit moeten worden gezet. Daarom wil ik het ook wel echt aankaarten. Ik heb het gevoel dat er nog heel wat onduidelijkheden en onzekerheden zijn. Ik weet dat de landcommissie onafhankelijk opereert, dat hebt u vorige keer ook heel duidelijk gesteld, maar wat een aantal concrete modaliteiten betreft en het scheppen van vertrouwenwekkende maatregelen denk ik wel, minister, dat u een belangrijke invloed kunt uitoefenen. Ik hoop dan ook oprecht dat u dat bijkomend zult doen. Ik reken op een snelle oplossing, zodat de mensen de volle compensaties bij een indiening voor april toch nog zullen krijgen. Ik vind dat daar toch echt naar gestreefd moet worden. Ik hoop ook dat de vergadering die op 19 januari zal plaatsvinden, een positieve evolutie kan teweegbrengen.

De voorzitter

Mevrouw Almaci heeft het woord.

Meyrem Almaci (Groen)

We hebben hier al verschillende debatten gehad over de sluiting van de nertsdierkwekerijen. U weet dat ik een grote voorstander ben van het aangrijpen van de coronacrisis voor een volledige ruiming zoals in Denemarken. Denemarken had het grootste marktaandeel wat de nertsenpelsen betreft. Die volledige ruiming van de nertsdierkwekerijen heeft een schokgolf in de sector teweeggebracht. Ik pleit ervoor om toch de gelegenheid te baat te nemen om naar een vervroegde sluiting te gaan, zoals ook Nederland heeft beslist. Dit jaar zullen zij in maart alle nertsenkwekerijen vervroegd sluiten. In ons land is die keuze niet gemaakt. U hebt gezegd dat u op het gezond verstand van de nertsenkwekers rekent. Uit de toelichting die u geeft – ik zou die criteria en die onderdelen van de bepaling van de tegemoetkoming of compensatie ook heel graag op papier hebben – versta ik, tenzij ik het verkeerd heb begrepen en daarom wil ik die vraag nog eens expliciet stellen, dat er eigenlijk een onderhandelingsmarge is.

Als door de combinatie van de beslissingen die in Nederland en Denemarken zijn genomen, de prijs van de nertsenpelsen op de internationale markten omhooggaat, dan zou ik het als beleidsmaker niet aangenaam vinden dat dat ertoe leidt dat men bij ons in een onderhandelingspositie terechtkomt waarin men sterker kan onderhandelen. Ik zeg dat niet vanuit een wantrouwen, maar ik stel gewoon de vraag zodat men in dit dossier een goed bestuur kan mogelijk maken. Ik denk nog altijd dat het het beste zou zijn dat we naar een vervroegde sluiting zouden gaan door een mogelijk besmettingsgevaar van ontsnapte dieren, iets wat niet denkbeeldig is, want we hebben in andere landen gezien dat er mogelijk mutaties en andere varianten kunnen optreden. We hebben in Groot-Brittannië ook gezien wat een mogelijke mutatie van het coronavirus voor de bevolking als gevolg kan hebben. Ik ben politiek van mening dat je daarin geen enkel risico mag nemen en dat vanuit die positie een vervroegde sluiting wel zinvol zou zijn. Ik respecteer dat men daarin een andere positie inneemt, maar mijn vraag is hoeveel van de acht kwekerijen die er nog zijn expliciet de beslissing hebben genomen om sowieso een laatste seizoen te lopen. U hebt aangegeven dat de compensaties gul zullen zijn en hoe vroeger hoe beter. Hoeveel van die kwekerijen hebben echter een definitieve beslissing genomen? Of is het afhankelijk van de verdere onderhandeling? Ik hoop dat dat niet het geval is, maar in hoeverre zou dan kunnen? Dat is mijn vraag aan u. Hoeveel zekerheid is er over die vervroegde stopzetting in de zeven dossiers die u hebt gekregen? Daar zou ik graag een verduidelijking over krijgen. Wilt u ook de technische onderdelen van de compensatieregeling schriftelijk aan ons bezorgen, zodat we dat eens dieper kunnen bekijken?

Ik heb heel veel genoteerd, maar het lijkt me wel zinvol.

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Tinne Rombouts (CD&V)

Voorzitter, collega's, minister, ik ga me aansluiten bij deze vraag, omdat ik denk dat de manier waarop dit wordt afgehandeld en wordt behandeld, heel belangrijk is wanneer een overheid bedrijven wenst te sluiten. Het is misschien een voorbeeld dat belangrijk is om goed op te volgen.

In het verleden hebben we daar al debatten over gehad, ook over het al dan niet versneld sluiten naar aanleiding van corona en over de regelgeving. Ik verneem dat er de afgelopen maanden een aantal extra dossiers zijn ingediend. Acht van de zestien dossiers hebben een besluit of een voorstel van besluit gekregen. Is er ook contact met de andere acht? Kennen we de eventuele reden? Het kunnen allemaal valabele redenen zijn, want er zijn natuurlijk bedrijfsspecifieke omstandigheden. Hebben wij een zicht op de keuzes en/of de overwegingen van de andere acht om momenteel geen dossier in te dienen?

Het is belangrijk dat de landcommissies snel in actie schieten voor diegenen die wel een dossier hebben ingediend. Is er een vooropgestelde behandelingstermijn vastgelegd? Het is belangrijk om onszelf doelen op te leggen om het werk binnen een bepaalde termijn te kunnen volbrengen en om dit te kunnen meedelen aan zij die aanvragen hebben ingediend. Zo weet men welke stappen er concreet gaan komen en binnen welke termijn. Niets is zo erg als niet te weten wat er gaat gebeuren. De leefsituatie van de mensen hangt hier wel van af en het brengt veel stress met zich mee. Is er dus een duidelijke behandelingstermijn vooropgesteld en hoe kunnen we die effectief garanderen? Het is heel belangrijk dat we als verantwoordelijke overheid duidelijk kunnen zijn en dat we een voorbeeld kunnen stellen om dit op een goede en correcte manier snel tot uitvoering te brengen.

Ik denk dat dit door diegenen die voor hun bedrijf nog niet tot een besluit zijn gekomen, ook zal worden gevolgd. Op welke manier loopt dit traject verder? Kan men inderdaad voldoen aan de vooropgestelde termijnen? Kan men voldoen aan de zaken die men zegt te gaan doen? Ik wil u dus vragen om dit heel stipt en nauwgezet op te volgen. Ik stel dus vooral de vraag naar de termijnen waarbinnen deze dossiers zullen worden opgevolgd.

De voorzitter

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ludwig Vandenhove (sp·a)

Mijn vraag is heel kort: gaat het enkel over nertsenkwekerijen of ook over de enig overblijvende producent van foie gras? Er wordt gesproken over zeven nertsenkwekerijen. Is die er dus bij of niet? Hebt u een zicht op de stand van zaken van dat dossier?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het gaat over acht pelsdierkwekerijen die de procedure zijn gestart.

Er werd verwezen naar Denemarken als na te volgen voorbeeld. ‘I beg to differ’, want daar zijn zonder rechtsgrond miljoenen dieren gedood. Het FAVV is ook stellig en zegt dat er in de pelsdierbedrijven in Vlaanderen geen corona is vastgesteld.

Dus wanneer het doden van dieren niet nodig en niet nuttig is, zou ik dat als dierenwelzijnsminister niet willen doen. Trouwens, de betrokken Deense minister van Dierenwelzijn heeft ontslag moeten nemen. Ik begrijp dat sommigen dat misschien een na te volgen voorbeeld vinden. Maar opnieuw, ‘I beg to differ.’

Wat betreft de timing: degenen die al een aanvraag hebben ingediend, moeten zich geen zorgen maken. Zij hebben een aanvraag ingediend voor 1 april van dit jaar, daar zal de reductie van 10 percent dus niet worden op toegepast. Dat is voor de aanvragen die worden ingediend na 1 april van dit jaar.

Verder zitten alle termijnen in de besluiten vervat, stap voor stap. Mevrouw Almaci, wanneer u eist dat die regeling op papier komt te staan, dan mag ik u verzoeken, als u de nodige tijd en energie aan de dag kunt leggen, om gewoon naar de betrokken website te gaan en naar de besluiten zoals goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Als u die op papier wil, dan moet u op de printknop drukken en dan hebt u heel die regeling en alle termijnen op papier. Daarin staat elke stap die moet worden genomen voor de aanvraag en voor het ontvankelijkheidoordeel. Dat is allemaal gevat door termijnen, die niet uit de lucht gegrepen zijn maar die teruggaan tot het Landinrichtingsdecreet en dus tot bestaande regelgeving, ‘proven concept’. Het is allemaal geregeld. De landcommissies kennen hun stiel en gaan accuraat, wettig en in de mate van het mogelijke pragmatisch te werk. Ik denk dat daar een heel grote mate van empathie aanwezig is ten aanzien van een bedrijfsvoering en dat er ook heel wat kennis aanwezig is.

De vergoeding voor het inkomensverlies wordt berekend op basis van de fiscaal aangegeven winsten uit de boekhouding of de belastingaangifte van de laatste drie jaar. Indien die data ontbreken, dan kan dat desnoods altijd forfaitair op basis van kengetallen worden berekend.

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Gwenny De Vroe (Open Vld)

(Slechte geluidskwaliteit)

Dank u wel, minister. Als u spreekt over de laatste drie jaar, ga ik ervan uit dat dat 2017, 2018 en 2019 zijn, aangezien 2020 toch wel een bijzonder jaar was in het kader van COVID-19. Desnoods stel ik daar nog een schriftelijke vraag over want dat is toch belangrijk. De vraag die ik gesteld had over de KWIN-boeken hebt u niet echt beantwoord.

Ik hoop natuurlijk op een positieve evolutie, want heel wat bedrijven moeten hun dossier nog indienen voor april. Ik hoop echt op die accuraatheid en dat pragmatisme waar u naar verwees, want langs de andere kant hoor ik nog heel veel andere signalen. Ik hoop dat u uw invloed als minister nog zult laten gelden. Ik hoop op een goede afloop van dit dossier. Ongetwijfeld zijn we hier binnen een tweetal maanden opnieuw met verdere vragen over dit dossier. Veel succes, in elk geval.

Meyrem Almaci (Groen)

Voorzitter, ik heb normaal geen recht op een repliek, maar de minister heeft iets heel specifieks gezegd ten aanzien van mezelf. Ik zou daarop willen repliceren om geen misverstanden te laten bestaan.

De voorzitter

Gaat het over uw persoon?

Meyrem Almaci (Groen)

Jaja. Hij heeft specifiek verwezen naar Denemarken en naar mijn persoon. Ik denk dat er een misverstand is bij de minister over welke vraag ik exact heb gesteld. De vraag die ik heb gesteld ... (Opmerkingen)

De voorzitter

Dat gaat niet over uw persoon maar over de inhoud, mevrouw Almaci.

Meyrem Almaci (Groen)

Neen, ik heb ook gezegd wat ik moest zeggen. Het ging niet over de case in Denemarken. Dat heeft de minister misschien verkeerd verstaan, ik zou daar geen misverstand over willen laten bestaan. Dat is alles. Ik ga hier geen debat openen, ik wil gewoon dat dat geacteerd wordt. (Opmerkingen)

Ik ben ook gestopt, hoor, collega.

De voorzitter

We gaan er nu geen groot incident van maken, maar voor de toekomst is het wel belangrijk om enkel bij persoonlijke feiten tussen te komen en niet bij inhoudelijke feiten, want anders blijft het debat duren.

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Land≠bouw≠rap≠port 2020 (LARA) Lees meer
 
 
Fevia lanceert nieuwe duurzaamheidsroadmap van de Belgische voedingsindustrieLees meer
 
 
VLIf steunmaatregelen voor landbouwers getroffen door PFOS-vervuiling 3M ZwijndrechtLees meer
 
 
ANB en VLM - aangekochte grondenLees meer
 
 
Voldoet jouw teeltplan aan de pre-ecoregeling voor verhogen v/h effectieve organisch koolstofgehalteLees meer
 
 
Bedrijfseconomische resultaten per landbouwsectorLees meer
 
 
liquiditeitsbescherming aan varkenshoudersLees meer
 
 
Verlening eenmalige korting varkenshouders voor ophaling krengenLees meer
 
 
Wetgeving driftreductie en bufferzones op een rijtje Lees meer
 
 
Algemene Vergadering Phytofar 2021: de plantaardige voedselketen en klimaatveranderingLees meer
 
 
Overstromingen WalloniŽ op 24 juli 2021 erkend als algemene rampLees meer
 
 
Overstromingen 14-16 juli 2021 in WalloniŽ erkend als ramp: schadedossier indienenLees meer