Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 30 mei 2020 10:24 

De evaluatie van het mestbeleid


Vraag om uitleg over de evaluatie van het mestbeleid van Chris Steenwegen aan minister Zuhal Demir

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Chris Steenwegen (Groen)

Minister, het is precies lang geleden dat ik u nog eens een vraag gesteld heb. Het gaat over het mestbeleid en de evaluatie daarvan.

In het zesde Mestactieplan werd een engagement opgenomen om een tussentijdse evaluatie uit te voeren die nagaat of de resultaten van de waterkwaliteit in overeenstemming zijn met de doelstellingen van dat zesde actieprogramma. Wij hechten wel veel belang aan die evaluatie, niet in het minst omdat we ondertussen natuurlijk via het rapport van de Vlaamse Landmaatschappij hebben kunnen vaststellen dat het niet zo goed gaat met onze waterkwaliteit, dat die eerder achteruit gaat dan vooruit, en dat het echt nodig is om, waar mogelijk, zo snel mogelijk bijsturingen door te voeren. Die evaluatie was voorzien ten laatste op 1 juli 2020. In het Mestactieplan wordt aan die evaluatie ook een engagement verbonden om extra maatregelen te nemen als blijkt dat de vooropgestelde doelstellingen niet gehaald worden. 1 juli is natuurlijk al kortbij en vandaar mijn vraag om eens na te gaan hoe het staat met die evaluatie en de voorbereiding van die evaluatie.

Elk jaar publiceert de Vlaamse Landmaatschappij een rapport over de voortgang van het mestbeleid. Die mestrapporten zijn een decretale verplichting, voortvloeiend uit het Mestdecreet, en zij bieden een totaalbeeld van de mestproblematiek in de landbouw in Vlaanderen. Hoe verhoudt de geplande evaluatie zich ten opzichte van dat mestrapport? 

Op welke manier zal de evaluatie gebeuren? Met andere woorden: wat is de basis voor de evaluatie, of wat is het uitgangspunt? Is dat de kwaliteit van het water? Wordt dat primordiaal het uitgangspunt van de evaluatie? We hebben immers in het verleden vastgesteld dat daar de inpasbaarheid in de bedrijfsvoering eigenlijk de prioriteit heeft gekregen en dat dat het uitgangspunt was om de regelgeving op af te stemmen. 

De derde vraag gaat over wie de evaluatie uitvoert. Wie is de eindverantwoordelijke binnen de administratie voor die evaluatie? Wie voert die evaluatie uit? Kunt u de commissieleden het bestek van de evaluatieopdracht bezorgen? We gaan ervan uit dat dat er is. Wie wordt betrokken bij de evaluatie? Welke departementen zijn betrokken? Welke stakeholders worden betrokken? Is er eventueel een wetenschappelijk comité dat de evaluatie opvolgt? Wie zit daarin?

Op welke termijn zult u eventueel extra maatregelen nemen om in overeenstemming te zijn met de vooropgestelde doelstellingen? Dus hoe snel na de evaluatie en het mogelijk vaststellen van tekortkomingen zullen we kennis kunnen nemen van bijkomende maatregelen?

En nog een bijkomende vraag naar aanleiding van corona en de gevolgen daarvan. Een van de belangrijke elementen in het mestbeleid is de betere opvolging van het gebruik van kunstmeststoffen. De registratie van aankoop en verbruik is verplicht sinds begin dit jaar. Het was de bedoeling om vanaf 1 juli over te stappen naar een digitaal register dat ter beschikking zou worden gesteld door het Mestbankloket. Nu heeft de Vlaamse Regering beslist om dat uit te stellen en die verplichting te verschuiven naar 1 januari 2021. Mijn vraag daarover is heel eenvoudig: heeft dat impact op de evaluatie van het Mestactieplan? Dank u wel.

 

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega Steenwegen, ik zal proberen om volledig te antwoorden op uw vragen. De VLM publiceert inderdaad jaarlijks een Mestrapport, dat naar goede gewoonte jaarlijks wordt voorgesteld en besproken. Het Mestrapport 2019 bespraken we in deze commissie op 21 januari van dit jaar. Het rapport geeft jaarlijks een stand van zaken van de nitraat- en fosforconcentraties in het grond- en oppervlaktewater en de resultaten inzake het nitraatresidu en de fosfortoestand van de bodem. De conclusies van het Mestrapport worden uiteraard ook meegenomen in de evaluatie van het mestbeleid.

Op welke manier zal de evaluatie gebeuren? Er zijn drie belangrijke uitgangspunten voor de tussentijdse evaluatie van het mestbeleid. Een eerste is de actuele toestand van de waterkwaliteit en de evolutie van de waterkwaliteit tijdens de voorbije jaren. Dit is onder andere van belang als voorbereiding voor de in MAP 6 voorziene tweejaarlijkse herziening van de gebiedsindelingen. Ten tweede bekijk ik welke vooruitgang MAP 6 kan betekenen in de waterkwaliteit tegen 2022 en tegen 2026. Ten derde ga ik na hoe groot de kloof is om de doelstellingen van MAP 6 en de kaderrichtlijn Water te bereiken.

De diensten zijn momenteel volop bezig met de nodige analyses en berekeningen om die vragen te beantwoorden. Ik verwacht die evaluatie tegen eind volgende maand rond te hebben.

Wie voert de evaluatie uit? De drie onderdelen van de evaluatie voer ik onafhankelijk uit, natuurlijk ondersteund door de VLM, de Vlaamse Milieumaatschappij en de dagelijkse werking van het Onderzoeks- en voorlichtingsplatform Duurzame bemesting. Ikzelf, als minister van Omgeving, ben uiteraard de eindverantwoordelijke voor die evaluatie. Er was tot nog toe geen nood aan het uitschrijven van een overheidsopdracht om hiervoor externe expertise in te schakelen. De administratie en het onderzoeksplatform beschikken over alle nodige gegevens, over voldoende rekencapaciteit en -modellen, en we hebben ook heel veel, voldoende expertise in huis bij onze administraties.

Wie wordt betrokken bij de evaluatie? Ik laat de evaluatie haar gang gaan via de diensten, maar als die eenmaal is gebeurd, zal ik op basis ervan en op basis van de beleidsnota eventuele voorstellen tot bijsturing van het beleid bespreken met de belanghebbenden in de milieu- en de landbouwsector. Op basis van dat overleg zal ik dit bespreken met de collega’s in de regering en zal ik, indien dat nodig blijkt, dit vertalen in verdere maatregelen om de waterkwaliteitsdoelstellingen te halen.

Wat uw laatste vraag betreft, de gewijzigde datum van het digitale kunstmestregister heeft geen enkele invloed op het evaluatieproces waarmee we nu bezig zijn.

De voorzitter

De heer Steenwegen heeft het woord.

Chris Steenwegen (Groen)

Minister, dank u wel voor uw antwoord, waarin ik toch heel wat positieve punten hoor. Ten eerste hoor ik dat de evaluatie tijdig klaar zal zijn. Eind volgende maand, zegt u. Dat is dan zoals voorzien. Ook neemt u vooral de waterkwaliteit als uitgangspunt, en de vooruitzichten voor de toekomstige evolutie van die waterkwaliteit. Dat vind ik natuurlijk superbelangrijk. Ik ben ook wel tevreden te horen dat u hierbij steunt op de administraties, en dat u bevestigt dat er binnen die administraties wel voldoende expertise aanwezig is. Ik ben er ook van overtuigd dat er binnen onze administraties echt wel veel kennis en expertise aanwezig is om dat op een goede manier te evalueren en, veronderstel ik, om samen ook een aantal aanbevelingen te doen voor mogelijke bijsturingen en verbeteringen. Dat zijn allemaal positieve elementen van uw antwoord.

Ik heb al gezegd dat het erg belangrijk is dat die evaluatie gebeurt. We moeten samen kijken hoe we, indien mogelijk en nodig, kunnen bijsturen. In die zin zou ik een suggestie willen doen naar de voorzitter en de leden van de commissie. Eens de evaluatie gebeurd is, zou ik het nuttig vinden om daar een hoorzitting over te organiseren want het is een heel fragiel en delicaat onderwerp. De mensen van de administratie die de evaluatie hebben uitgevoerd, kunnen we vragen om toelichting te komen geven over hoe de evaluatie is gebeurd en over de conclusies. Het zou heel interessant zijn om te kijken of we ons kunnen vinden in bepaalde maatregelen.

De voorzitter

Dat is genoteerd. Ik zag aan de lichaamstaal van de minister dat zij daar ook achter staat.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik ben tevreden dat we het eens kunnen zijn over een aantal zaken. Ik heb verder niets toe te voegen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Corona: steun uit noodfonds voor siertelers en aardappeltelers goedgekeurdLees meer
 
 
Welzijn konijnen in fokkerijen Lees meer
 
 
Steunregelingen GLB: wijziging voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwersLees meer
 
 
Actuele grondwaterstandenLees meer
 
 
Vijfjaarlijkse evaluatie van de toepassing van het decreet LandinrichtingLees meer
 
 
Activiteitenverslag 2019 van het Vlaams LandbouwinvesteringsfondsLees meer
 
 
Vragen over exportsteun voor de landbouwsector Lees meer
 
 
Bestrijdingsmaatregelen tegen de wortelknobbelaaltjes Meloidogyne chitwoodi en M. fallax Lees meer
 
 
Rampenfonds vanaf 2020Lees meer