Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Vorig ArtikelVorig artikel Volgend artikelVolgend Artikel

 26 nov 2019 11:37 

Wie werkt, maakt het meeste kans op een nieuwe job


Meer dan de helft van werknemers die voor een nieuwe job aangeworven worden zijn al aan het werk. Slechts 14 % is werkzoekend. Dat blijkt uit een onderzoek over loopbaanbewegingen. Het is voor het eerst dat die bewegingen zo gedetailleerd in kaart zijn gebracht. De studie wordt vandaag op het “Dynam-Reg colloquium” in Brussel voorgesteld, in samenwerking met de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en de andere gewesten. Voor Vlaams minister van Werk Hilde Crevits is het onderzoek een goede wetenschappelijke graadmeter voor de geplande beleidsmaatregelen. Eén ervan is om de overstap van de ene naar de andere sector als werknemer of als werkzoekende meer te faciliteren.

Op vraag van de Vlaamse overheid heeft de VIONA Leerstoel Arbeidsmarktdynamiek de bewegingen van en naar werk verzameld. Loopbaanbewegingen zijn een belangrijke graadmeter van een goed functionerende arbeidsmarkt. Relaties tussen werknemer en werkgever worden om allerlei redenen soms verbroken.

Onderzoekers van de KU Leuven hebben de bewegingen naar en vanuit werk zowel op kortere (van kwartaal naar kwartaal) als op langere termijn (na een periode van 3 jaar) bij 1,5 miljoen werknemers onder de loep genomen. Samen met het profiel van de werknemers en de kenmerken van de job.

Dit resulteert in volgende bevindingen:

  • De helft van de aanwervingen omvat job-naar-job transities. Dat betekent dat 56 % van de aangeworven werknemers voordien op een andere plaats aan het werk was. Slechts 14 % van alle aanwervingen in Vlaanderen gaat om werkzoekenden. Een andere 14 % was niet-beroepsactief en van de overgebleven groep was de voorgaande positie niet bekend. De cijfers tonen dat niet-werkende werkzoekenden in hun zoektocht naar een baan in grote mate en in vele sectoren in concurrentie treden met werknemers. 
  • Niet-werkenden vinden vooral een job in de horeca en de uitzendsector. In het rapport worden dit ‘instapsectoren’ genoemd. Dit zijn ook de sectoren met de meeste kortgeschoolden en personen met een migratieachtergrond. In de industrie, de logistiek en het openbaar bestuur zijn 70 tot 90% van de aanwervingen werkenden.  Wel lijkt een deel van de instroom van onder meer de industrie of de logistieke sector ook via de uitzendsector te verlopen.
  • 40% van de aanwervingen leidt tot een tewerkstelling van minstens een jaar, 28% tot een tewerkstelling van maximaal één kwartaal. In de uitzendsector, de horeca en de landbouw zijn deze verhoudingen anders, hier duurt ongeveer 40% van de aanwervingen niet langer dan één kwartaal en slechts 10-30% tot een tewerkstelling van een jaar of langer.
  • Stabiele loopbanen zijn weggelegd voor een bepaald segment werknemers. Een aanwerving van een werkende leidt in de helft van de gevallen tot een tewerkstelling van minstens een jaar, een aanwerving van een werkzoekende slechts in een kwart van de gevallen. Kortlopende jobs worden dus vaker ingevuld door werknemers die in het kwartaal daarvoor werkzoekend waren. 
  • Jobduur heeft een impact op langere termijn. Wie niet langer dan 3 maanden aan de slag blijft, blijkt ook 3 jaar later een grote kans te hebben om niet-werkend te zijn. Slechts de helft van hen is op dat moment aan het werk. 
  • 3 jaar na de aanwerving, heeft ongeveer 1 op 4 werknemers nog dezelfde job. 30% van de respectievelijk werknemers is opgeklommen naar een hoger loon in een andere job. Slechts 7% van de werknemers is na 3 jaar aan hetzelfde loon aan het werk in een andere job (neutrale mobiliteit).
  • Als de tewerkstelling van werknemers wordt stopgezet, is ongeveer 1 op de 10 een jaar later weer aan het werk in een nieuwe job aan hetzelfde loon, 19-29% van de respectievelijk kort- en hooggeschoolde werknemers is weer aan het werk in een nieuwe job aan een hoger loon, 24-23% werkt aan een lager loon, en 38% (hooggeschoolden) tot 49% (kortgeschoolden) is werkzoekend of niet beroepsactief.  
  • Een kwart van de aanwervingen gaat over jongeren onder de 25 jaar. Twee op drie van de aanwervingen omvat de groep van 25- tot 55-jarigen. De 55-plussers maken slechts 6% uit van alle aanwervingen.

Meer openheid nodig op arbeidsmarkt

Vooral de gezondheidszorg, openbare diensten en het onderwijs zijn gesloten sectoren. De industrie en de financiële sector zijn meer open sectoren. Werkzoekenden en kansengroepen worden vooral in de horeca en in de uitzendsector aangeworven, maar krijgen elders minder kansen. Net daarom is belangrijk om competentieversterkende trajecten te organiseren en aandacht te hebben voor levenslang leren.

Daarnaast wijzen de cijfers op een groep van mensen die langere tijd verstoten blijven van duurzame tewerkstelling. Vooral kortgeschoolde mensen wisselen korte periodes van laagbetaalde arbeid af met periodes van werkloosheid en inactiviteit. Deze kwetsbare groep heeft nood aan begeleiding tijdens hun loopbaan en bij de verdere ontwikkeling van hun competenties. Het onderzoek wijst ook op het belang van nazorg eenmaal iemand aan het werk is geraakt. 

Vlaams minister van Werk Hilde Crevits: “Het is belangrijk dat we voor het eerst in detail een zicht krijgen op de verschuivingen van werknemers op de werkvloer. Veel jongeren, mensen met migratieachtergrond en kortgeschoolden komen minder terecht in duurzame jobs en lopen een hoger risico om werkloos te zijn. De toekomstperspectieven voor midden- en hooggeschoolden om van job te veranderen zijn duidelijk beter. Onze plannen om meer arbeidsbeweging te creëren tussen de verschillende sectoren, om voldoende aandacht te hebben voor heroriëntering, om meer maatwerk aan te bieden bij de zoektocht naar werk en het belang van levenslang bijscholen en omscholen sluiten aan bij de bevindingen van de onderzoekers.”

Professor Ludo Struyven: “Meer job-naar-job veranderingen zijn goed voor de arbeidsmarkt, maar niet voor de outsiders zonder werk en voor werknemers die in een zwakkere positie zitten. De tweedeling tussen werkenden en niet-werkenden krijgt er met ons onderzoek een dimensie bij: ook bij de verdeling van jobs en het opbouwen van continuïteit in de loopbaan zijn het de laaggeschoolden en migranten die sneller opnieuw werkloos of inactief vallen. Die periodes van niet-werk blijken ook de latere job-kansen negatief te beïnvloeden. Een korte duur van de arbeidsrelatie bij één werkgever is niet per se negatief, op voorwaarde dat dit een opstap vormt naar een meer stabiele baan. Vandaar ons pleidooi om veel meer in te zetten op externejobrotatie, ook tussen sectoren, voor werknemers in een zwakkere positie. De vertegenwoordigers van de sectoren hebben daartoe een sterk instrument van sectoraal beheerde opleidingsfondsen in handen, die ze samen kunnen inzetten om intersectorale mobiliteit te stimuleren. Het is ook het instrument om preventief grote schokken (bv.finance) op te vangen.”

Link studiehttps://www.dynamstat.be/nl/publicaties/viona_loopbanenrapport2019



  Nieuwsflash
 
Erkenning storm en rukwinden 9-15 maart 2019 als algemene ramp Lees meer
 
 
Nieuwe EU-regels voor de plantengezondheid Lees meer
 
 
SALV biedt kompas met aanbevelingen voor klimaatbestendige visserijsector Lees meer
 
 
Succesvolle studiedag vloeibaar bemesten Lees meer
 
 
Oostenrijk trekt gepland glyfosaatverbod in Lees meer
 
 
Rundveesector - Imago-ondersteunende initiatieven Lees meer
 
 
Slachthuizen - Omgevingslawaai tijdens het slachtproces Lees meer
 
 
Inzet seizoenarbeiders in land- en tuinbouwLees meer
 
 
VLAM presenteert vandaag zijn promotieplannen voor 2020Lees meer
 
 
Moeskopperijverbod Lees meer
 
 
Bejaging everzwijnenLees meer
 
 
158.000 subsidie voor studie naar oude landbouwmethode Lees meer
 
 
Product op basis van metalaxyl-M tijdelijk toegelaten tegen Pythium door behandeling zaaizaad vlasLees meer
 
 
Stijging van de perenprijzenLees meer
 
 
Handelsmissie naar China en onze productenLees meer
 
 
Op zoek naar gecombineerde waterbuffers bij landbouwersLees meer
 
 
Landbouwparlement op Agribex 2019: Slotspeech Johan ColpaertLees meer
 
 
Enkele gunstige wendingen na een moeilijk jaar 2018 voor de landbouwsector Lees meer
 
 
Agribex: brede weersverzekering toegelichtLees meer
 
 
De ondersteuning van bioclusters Lees meer
 
 
Corruptie bij het gemeenschappelijk landbouwbeleid Lees meer
 
 
Belgisch varkensvlees naar ChinaLees meer
 
 
Het pesticidegebruik in de landbouw Lees meer
 
 
Erkenning van Vlaanderen als aparte agrarische productie-entiteit Lees meer
 
 
Actualiteitsdebat over het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030Lees meer
 
 
Erkenning algemene ramp overstromingen 19 mei 2019 (Wallonië)Lees meer
 
 
Biodiesel en varkenspest doen palmolie boomenLees meer
 
 
Selectieve herbiciden voor niet-professioneel gebruik: einde van de gebruiksperiode 1Lees meer
 
 
MAP5 nog maar eens een flopLees meer
 
 
Kerstboomkwekers in de clinch met Ikea Lees meer
 
 
Europa staakt strijd tegen door Chinezen gevreesde bacterievuurLees meer
 
 
Toegang tot landbouwgrond voor CSA-boerenLees meer
 
 
17 goedgekeurde projecten en nieuwe oproep van 6.4 miljoen euro voor opleidingen rond AI en CS Lees meer
 
 
Waterkwaliteit in landbouwgebied in Vlaanderen moet beter Lees meer
 
 
Een POC kan de positie van de boer versterkenLees meer