Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Vorig ArtikelVorig artikel Volgend artikelVolgend Artikel

 23 nov 2021 08:33 

Algenboerderijen


Vraag om uitleg over algenboerderijen
van Bart Dochy aan minister Hilde Crevits

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Bart Dochy (CD&V)

Voorzitter, minister, beste collega’s, algenteelt is iets nieuws. Het is misschien een teelt die ook wel wat perspectief biedt voor de landbouwsector in de brede zin. In Nederland en Duitsland wordt heel veel geëxperimenteerd met algenboerderijen. In die algen zitten er immers veel eiwitten en omega 3-vetzuren. Dat zijn dus gezonde producten. Ze zijn ook schimmelwerend en kunnen dus worden gebruikt in de biologische landbouw. Dit is een product dat zeer breed kan worden ingezet. Vandaag wordt er op het vlak van techniek wel redelijk wat kennis vergaard, maar het is ook belangrijk dat de commercialisering van algen en de eventuele productie ervan op punt worden gesteld. Het is ook duidelijk dat de kweek van algen zowel binnen als buiten kan. Nu gaat men eigenlijk meer opteren voor stabiele omgevingen, dus binnenteelten. Dat is toch wat men leest in de literatuur.

Minister, ik heb een aantal vragen over hoe men daar in Vlaanderen mee omgaat. In andere landen wordt volop geëxperimenteerd met het kweken van algen op land. Zijn er vandaag ook programma’s of samenwerkingen ter zake waar de Vlaamse overheid op inzet? Zo ja, met wie zijn die samenwerkingen en hoe verlopen ze? Hoe staat u tegenover dergelijke innovatieve technieken om duurzame alternatieven voor de landbouw uit te bouwen? Welke onderzoeken of proeven lopen vandaag, en hoe verlopen die?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik wil eerst en vooral meegeven dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen microalgen en macroalgen, namelijk zeewier. Microalgen groeien in reactoren of gesloten systemen. Macroalgen groeien op zee of in open containers. De verkregen biomassa bij microalgen is meestal ook een stuk lager dan de biomassa bij macroalgen. De kweek van algen maakt deel uit van de aquacultuursector. Die kweek wordt ook opgevolgd binnen het Vlaams Aquacultuurplatform, dat de ontwikkeling van de aquacultuursector stimuleert. Op het jaarlijkse symposium voor aquacultuur worden de ontwikkelingen inzake de commerciële kweek en het onderzoek van algenteelt frequent naar voren gebracht. Het symposium van 2018 was zelfs volledig gewijd aan het thema micro- en macroalgen. Je zou er honger van krijgen.

Op de webpagina van het Vlaams Aquacultuurplatform wordt informatie over projecten en producenten actief in de algenteelt ook publiek ter beschikking gesteld. In Vlaanderen zijn er op dit ogenblik twee commerciële microalgenkwekerijen en één melkveehouder met een algeninstallatie. In onze Vlaamse eiwitstrategie 2021-2030 omschrijf ik het potentieel van algen. Ze maken deel uit van het strategisch thema ‘meer nieuwe eiwitten’. We willen ook van Vlaanderen een hotspot maken op het gebied van kennis, productie en verwerking van nieuwe eiwitbronnen zoals algen. Op dit moment lopen er drie oproepen bij het Departement Landbouw en Visserij waarbij in het kader van het relanceplan Vlaamse Veerkracht projecten rond nieuwe eiwitten kunnen worden ingediend. In februari van volgend jaar zal er een Vlaamse algenmaand plaatsvinden, met diverse symposia die zullen worden georganiseerd.

Ik kom tot uw tweede vraag. Algen zullen in de toekomst een steeds belangrijkere rol krijgen als eiwitbron, ook in Vlaanderen. Bovendien kunnen ze, zoals u ook aanhaalde, bepaalde emissies en reststromen nuttig valoriseren. Daarom is het absoluut mijn bedoeling om die ontwikkelingen zwaar te ondersteunen. Er wordt ook al onderzoek uitgevoerd naar de productie van algen in Vlaanderen, door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), door het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), door de KU Leuven, door de UGent en door Thomas More. Er zijn vandaag ook een aantal praktische uitdagingen, en we weten dat het economisch potentieel op basis van de huidige Europese afzetmarkt nog veeleer beperkt is.

Waarom is dat nog beperkt? Er is een heel hoge energiekost om algen te produceren en te oogsten. Er zijn ook veel investeringskosten. Er is ook nog geen grote lokale afzetmarkt. Bovendien is er veel concurrentie met goedkope import. Er zijn dus wel wat factoren die de snelle groei belemmeren.

Ook de wetgeving loopt achter, de Europese Novel Food-wetgeving, waardoor een aantal commercieel interessante microalgensoorten, die vandaag al kunnen worden gekweekt op grote schaal, niet in de menselijke voedselketen mogen worden gebracht. Er zijn een aantal Europese onderzoeksgroepen die recent het initiatief hebben genomen om in het kader van de komende Europese algenstrategie ook voldoende aandacht te besteden aan het wegwerken van die bottleneck.

Voor de potentiële afnemers zijn de bezorgdheden de beschikbaarheid van de algenbiomassa en de selectie van de algenfracties die nuttig zijn. En ook de kwaliteit is een aandachtspunt. Er zijn dus nog wel wat obstakels, ondanks het potentieel.

Onze Vlaamse universiteiten, hogescholen en ILVO zijn ook actief. Er zijn al een tiental afgeronde projecten, die vooral focussen op de technologieën die nodig zijn om algen te valoriseren. Het gaat zowel om Interreg-projecten als om projecten met steun van het Programmeringdocument voor Plattelandsontwikkeling (PDPO), het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) of het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). Als jullie dat wensen, kan ik de linken naar die onderzoeken in detail overmaken via het secretariaat.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Bart Dochy (CD&V)

Bedankt voor het antwoord, minister. Het zou inderdaad interessant zijn om de linken naar de diverse onderzoeken te krijgen.

Zoals in veel situaties waarbij nieuwe producten, technologieën of zaken geïmplementeerd worden, is er de discussie van de kip of het ei. De afnemers zeggen dat ze het eventueel kunnen gebruiken, maar dat er stabiele kwaliteit moet zijn en dat ze stabiele hoeveelheden moeten hebben in levering. Langs de andere kant hebben de producenten een beetje koudwatervrees om te starten, in het kader van het al dan niet duurzaam zijn van de investering, die inderdaad vrij groot is. Om die investering te doen, moet er ook wat afzetzekerheid zijn.

Ik ben blij dat ook ILVO daarbij betrokken is. Ik neem aan dat zij dat voor een stuk ook praktijkgericht doen, ten aanzien van de producenten, en anderzijds ook de wetenschappelijke instellingen, met het oog op het valoriseren van die bestanddelen in de algen die nuttig kunnen zijn in dezen.

De voorzitter

De heer Brouns heeft het woord.

Jo Brouns (CD&V)

Ik sluit daar graag bij aan, want naast de algen heb je ook de larven, die hetzelfde effect hebben in dit verhaal. Minister, u weet ondertussen dat ik geen enkele kans onbenut laat om u uit te nodigen. In dezelfde maand als de algenmaand zult u in Kinrooi terecht kunnen voor de eerste larvenboerderij van Vlaanderen, die identiek dezelfde doelstelling beoogt als collega Dochy heeft geuit met betrekking tot algen. Zij leiden tot eiwitten en vetten die als basis kunnen dienen voor dierenvoeding in Vlaanderen, in plaats van de dure import van soja uit Zuid-Amerika.

Het is een larvenboerderij die zal worden gebouwd in een leegstaande kippenstal. In die zin is het echt met het oog op de toekomst: we gaan inderdaad naar een tijdperk waarin heel wat klassieke landbouwactiviteiten van vandaag een andere invulling of een andere toekomst moeten zoeken of meer moeten gaan differentiëren. De algen en de larven zijn daarbij een heel mooi alternatief. Het gaat om 7,5 ton larven per dag. Het gaat ook over de valorisatie van reststromen. Dat is heel belangrijk, om zo mee vorm te geven aan die circulaire landbouw. Maar ook daar stoten ze toch nog op een heel aantal praktische bezwaren. Het regelgevende kader is op dat vlak ook nog niet optimaal.

Maar ik wil gewoon aansluiten om de uitnodiging nogmaals kracht bij te zetten. Ik denk, voorzitter, dat dit op de agenda staat van de nog geplande bezoeken. Dit is dan een concreet praktijkvoorbeeld dat kan worden bezocht.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik zag het aan uw ogen, collega Brouns, dat u zou tussenkomen bij deze vraag. Ik zal mijn zwemgerief ook maar zoeken voor als ik op bezoek kom, dan kunnen we tussen de larven gaan zwemmen. Ik zal daarvan wakker liggen, vrees ik. Het is een mooie aanvulling. Ook dat past absoluut binnen het kader van de eiwitvervanging. Maar het is geen aquacultuur, vandaar dat ik het grapje maakte over het zwemmen tussen de larven. Dat is een beetje moeilijker dan gedacht.

Collega Dochy, via de oproep van VLIF tot innovaties wordt er op dit ogenblik ook ingezet op de ontwikkeling van nieuwe technieken voor de productie van algen. Als die succesvol zijn, dan kunnen we uiteraard ook zorgen dat die technieken doorstromen naar de VLIF-investeringslijst. Dat is dus een goed idee, maar het is een beetje de kip of het ei. We moeten dus eerst weten dat het ook werkt, vandaar eerst het onderzoek. Dan kan het doorstromen, en dan kun je meer productie hebben.

Maar het is wel juist wat u zegt: iemand moet zijn nek uitsteken om het geheel meer in beweging te krijgen. Want ik ben zelf – en mijn kabinet nog meer dan ik – overtuigd van het enorme potentieel dat er is, ook in functie van plantaardige eiwitten voor menselijke consumptie. Ik heb ook al geleerd dat je je fantasie niet te wild mag loslaten, want dat is niet bevorderlijk voor de eetlust, vind ik. Maar er zit veel potentieel in.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Bart Dochy (CD&V)

Het is nu natuurlijk gevaarlijk om op een aantal details in te gaan, maar ik denk dat het inderdaad zeer nuttig is om dat inderdaad goed op te volgen. Ik ben blij dat het kabinet daar ook van overtuigd is, en zeker de minister – dat is misschien nog het belangrijkste. Laten we deze nevenactiviteit, deze verbreding van de landbouw ook zijn kansen geven. Want het biedt inderdaad misschien een zeker potentieel, maar laat ons er nog niet te veel grote, valse verwachtingen rond creëren. Daarom is het goed dat er onderbouwing gebeurt van de wetenschappelijke instellingen en ILVO. En dan moet er inderdaad gekeken worden naar een eventuele verlenging in het VLIF-verhaal. Bedankt om de aandacht daarop vast te houden. Dat wordt in elk geval vervolgd, denk ik.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

 


  Nieuwsflash
 
Land≠bouw≠rap≠port 2020 (LARA) Lees meer
 
 
Fevia lanceert nieuwe duurzaamheidsroadmap van de Belgische voedingsindustrieLees meer
 
 
VLIf steunmaatregelen voor landbouwers getroffen door PFOS-vervuiling 3M ZwijndrechtLees meer
 
 
ANB en VLM - aangekochte grondenLees meer
 
 
Voldoet jouw teeltplan aan de pre-ecoregeling voor verhogen v/h effectieve organisch koolstofgehalteLees meer
 
 
Bedrijfseconomische resultaten per landbouwsectorLees meer
 
 
liquiditeitsbescherming aan varkenshoudersLees meer
 
 
Verlening eenmalige korting varkenshouders voor ophaling krengenLees meer
 
 
Wetgeving driftreductie en bufferzones op een rijtje Lees meer
 
 
Algemene Vergadering Phytofar 2021: de plantaardige voedselketen en klimaatveranderingLees meer
 
 
Overstromingen WalloniŽ op 24 juli 2021 erkend als algemene rampLees meer
 
 
Overstromingen 14-16 juli 2021 in WalloniŽ erkend als ramp: schadedossier indienenLees meer