Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Vorig ArtikelVorig artikel Volgend artikelVolgend Artikel

 08 okt 2021 10:19 

Verdwijnen van slachtmogelijkheden in de korte keten


Vraag om uitleg over het verdwijnen van slachtmogelijkheden in de korte keten
van Chris Steenwegen aan minister Hilde Crevits

De voorzitter

De heer Steenwegen heeft het woord.

Chris Steenwegen (Groen)

Minister, op 21 juli ging in alle stilte het laatste schapenslachthuis van de provincie Antwerpen dicht. Het stadsbestuur verlengde de exploitatievergunning niet. Hoeveslager Werner Aerts van ‘t Zwarthof is rechtstreeks gedupeerde. Die korteketenondernemer liet in een persbericht over de sluiting optekenen dat hij nu twee uur moest rijden om de dieren te laten slachten. Het begrip ‘korte keten’ krijgt dan wel een andere dimensie.

Dit verhaal staat echter niet alleen. Het beperkt zich ook niet tot schapen en geiten, noch tot de provincie Antwerpen. Ook het slachten van varkens en pluimvee voor de korte keten is in specifieke Vlaamse regio’s onmogelijk geworden. Er zijn verhalen bekend van landbouwers uit de provincie Limburg die met kleine loten biologische kippen tot in Pipaix rijden. Mocht u dat niet weten, dat is in de buurt van Doornik. Dat is 160 kilometer vermijdbaar levend transport. De inschatting van ingewijden is dat de trend van sluitende kleinschalige slachthuizen zich nog verder zal doorzetten.

Met de resolutie die we hier eerder dit jaar goedkeurden, besloten we unaniem om korteketeninitiatieven beter te ondersteunen. Minister, daarom heb ik de volgende vragen. Monitort uw administratie de evolutie in de slachthuissector in België en Vlaanderen? In publieke antwoorden wordt vaak melding gemaakt van de slachtcapaciteit per diergroep, maar belangrijk is natuurlijk ook de geografische spreiding. Beschikt u over historische en actuele informatie daarover? Dat kan immers helpen bij het voeren van de discussie.

Ook transparantie over de bedrijven achter de overblijvende slachtlocaties is interessant. Gezien het aanbod structureel daalt, is er een risico op een oligopolie. Met andere woorden, de markt zou dan eigenlijk niet meer goed functioneren. Wanneer kunnen we officieel spreken van een bottleneck met impact op dienstverlening en prijsvorming inzake het slachten?

De sectororganisatie FEBEV (Federatie van het Belgische Vlees) maakte een tijd geleden in haar ledenlijst zichtbaar welke slachtinrichtingen openstonden voor de korte keten. Dat is een goede zaak, maar de resultaten waren beperkt. Hoe ziet u het slachten van dieren in Vlaanderen op middellange termijn in het algemeen en de behoeften van de korte keten hierin in het bijzonder? Is er behoefte aan een nationaal of een Vlaams plan zoals in Frankrijk, met visievorming en aandacht voor kleinschalige alternatieve pistes?

Er bestaat vandaag een enorme discrepantie tussen de weinige resterende kleinschalige slachthuizen en de grote exportgeoriënteerde slachtinrichtingen. Kleinschalige inrichtingen geven al langer te kennen dat zij zich geviseerd voelen door diverse controlerende instanties. Welke inspanningen kunnen we als overheid leveren om het ondernemen in deze markt op kleine schaal ook realistisch en haalbaar te houden? Welke knelpunten ziet u? Welke oplossingen stelt u voor?

Bekeken vanuit de private markt, ziet u opportuniteiten in het concept van zelf slachtende slagers zoals dat in de buurregio’s is georganiseerd en dat zelfs een heropleving kent? Binnen het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) is er een omzendbrief over slachten op de hoeve in de maak. Hoe staat het Departement Landbouw en Visserij tegenover dergelijke concepten? Welke inspanningen wil het departement leveren om het slachten binnen het landbouwbedrijf te faciliteren teneinde het levend transport van dieren te beperken?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Steenwegen, ik zal proberen beknopt te antwoorden. Soms is de vraag langer dan het antwoord, maar dit is een terechte zorg.

De evolutie van het aantal slachthuizen en de bijhorende slachtcapaciteit wordt op zich niet systematisch door mijn diensten gemonitord. Veel informatie is gebaseerd op de informatie van het FAVV, dat, zoals u weet, bevoegd is voor de erkenning van de slachthuizen.

Ik stel echter samen met u vast dat er een probleem is in bepaalde sectoren en ketens wat de slachtcapaciteit betreft, bijvoorbeeld voor schapen en geiten. In de provincies Limburg, Antwerpen en Vlaams-Brabant zijn er op dit ogenblik namelijk, zoals u zei, geen operationele slachthuizen. Voor de korte keten en de biologische sector is er bovendien ook een structureel tekort omdat de bestaande slachthuizen vaak gericht zijn op andere segmenten uit de keten met een grotere volumevraag. Het probleem bestaat dus zeker en vast.

Ik zal uw derde, vierde en vijfde vraag samen beantwoorden. Aandacht voor de noden met betrekking tot de mogelijkheden om te slachten is voor mij zeer belangrijk, gezien het toenemende belang van de korte keten. We hebben al een paar initiatieven genomen. Zo bekijken mijn diensten bij de opmaak van nieuwe wetgeving altijd of kleinere slachthuizen bepaalde uitzonderingen kunnen verkrijgen, zonder dat daarmee het doel van de wetgeving wordt onderuitgehaald. Daarnaast is er ook een project van BioForum gefinancierd waarin de haalbaarheid van een mobiel slachthuis is onderzocht. Voor het slachten van pluimvee bleek dat haalbaar, maar voor grotere landbouwhuisdieren is de rendabiliteit van die mobiele slachteenheid een struikelblok. Er zijn te veel slachtingen per dag nodig opdat een mobiele slachteenheid rendabel zou zijn.

Een oplossing zou kunnen zijn dat men dieren van meerdere veehouders naar één mobiele slachtlocatie voert, maar dan verdwijnt het voordeel dat de dieren niet moeten worden getransporteerd. Voor het pluimvee zijn we dus al wat verder dan voor de grotere dieren, maar we zoeken een oplossing, want ik vind het wel terecht dat u deze problematiek aanhaalt.

De sector stelde ook voor om de haalbaarheid van het heropenen van kleine, regionale slachthuizen te bestuderen. Vorig jaar heb ik een subsidie toegekend aan Vlaamse Schapenhouderij voor de uitvoering van het project ‘Nood aan microslachthuizen’. De ultieme betrachting is het oprichten van een samenwerkingsverband om lokale, kleinschalige slachthuizen uit te baten. Dat moet dan de transportafstand naar slachthuizen reduceren, het dierenwelzijn optimaliseren en ook de korteketenafzet stimuleren.

Dat zijn dus drie maatregelen waaraan we op dit ogenblik aan het werken zijn.

De voorzitter

De heer Steenwegen heeft het woord.

Chris Steenwegen (Groen)

Minister, dank u wel en excuses voor de lange vraag. Een lang antwoord is echter niet nodig. Als het maar opgelost geraakt.

Ik ben er persoonlijk wel van overtuigd dat de korte keten draagvlakverbredend kan werken voor de vleessector in het algemeen en de vleesveehouder in het bijzonder. Als we die korte keten willen stimuleren en ook voor een stuk willen ondersteunen, dan is die infrastructuur die daarrond zit, natuurlijk wel heel belangrijk. Zonder die infrastructuur wordt het immers eigenlijk moeilijk, zo niet onmogelijk om op een goede manier aan die korte keten te werken. Slachten is volgens mij ook een kwestie van openbare dienstverlening, via de publiek-private organisatie van kleinschalige slachthuizen in die regio’s waar de slachtvraag momenteel aanwezig is en niet meer kan worden beantwoord.

U hebt gewezen op een paar initiatieven die u al hebt genomen. Ik ben er natuurlijk heel blij mee dat dit ook uw aandacht heeft. Ik denk inderdaad dat het echt een belangrijk aspect is. Ziet u een mogelijkheid om een dialoog op te starten rond de verzuchtingen van die kleinere slachtinrichtingen, samen met alle controlerende instanties, en de knelpunten aan te pakken die ondernemen in de vleessector en in die korte keten vandaag bijna onmogelijk maken? Kan zo’n overleg worden opgestart of gefaciliteerd?

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Sofie Joosen (N-VA)

Voorzitter, dit lijkt me een terechte vraag. Dit probleem wordt terecht aangekaart door de sector van de korte keten. Consumenten zijn zich meer bewust van waar ze inkopen doen en kijken ook meer in de richting van lokaal kopen en dierenwelzijnsaspecten. Ik denk dat onze Vlaamse landbouwers daar ook daadwerkelijk op willen inspelen, maar er zijn in de praktijk toch nog wat obstakels, en die moeten we ook durven te benoemen: de lange transporten, de stressvolle omstandigheden voor dieren. Die zijn niet goed, en op dat vlak lijken me er toch nog opportuniteiten te zijn. Ik denk dat die mobiele slachthuizen daar zeker in passen. Minister, u hebt ze vernoemd. Ik geloof er echt wel in dat dat ons op lange termijn iets zou kunnen opleveren, maar in de praktijk zijn we er vandaag nog niet om dat te kunnen realiseren. Er zijn nog heel wat knelpunten wat dat betreft, op het vlak van Omgeving, wat afvalwater betreft. Er worden ook knelpunten geuit vanuit het FAVV. Ook zijn er de knelpunten inzake de economische haalbaarheid. Dat werd daarjuist ook gezegd.

Ik denk dus dat dit een goede piste is, maar aan de knelpunten die ik noemde, hoort u al onmiddellijk dat het groepswerk zal worden om dit in de praktijk te kunnen realiseren. Minister, ik hoop dan ook uiteraard dat u uw engagement toont om mee te werken aan dit groepswerk en om dit op korte en lange termijn te kunnen realiseren.

Bart Dochy (CD&V)

Minister, u spreekt over het imago van de landbouwsector. Ook de slachthuissector heeft een imagoprobleem, denk ik. Die mensen doen hun best, maar worden soms een beetje gekweld door controles van het FAAV, door het niet consistent zijn van die controles, en ook door andere inspecties. Ik denk dat er ter zake eigenlijk wel een probleem is, ook qua rechtszekerheid en voor het imago van die sector. Ik denk dat dat ook meespeelt in heel de kwestie in het kader van de kleinschalige installaties. Die mobiele installaties bieden inderdaad hoogstwaarschijnlijk een aantal mogelijkheden. Het is inderdaad goed dat daar verder naar wordt gezocht.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik ben het ermee eens dat het draagvlak voor de korte keten op deze wijze kan worden vergroot. Dat is zeker zo. Hier is het ook een beetje een kwestie van het genereren van een ketenaanpak, waarbij alle knelpunten worden aangepakt. De slachthuissector was trouwens ook prominent aanwezig bij mijn varkensoverleg. Dat heeft niks met dit te maken, maar alles hangt samen.

Dat overleg moet de diverse knelpunten naar boven brengen. Dat maakt eigenlijk integraal deel uit van een ander project van BioForum, het Innovatiesteunpunt en Steunpunt Korte Keten, waarbij men, zoals ik al zei, zo’n mobiel slachthuis aan het uitwerken is.

Ik hoop echt dat we met de kleine slachthuizen enerzijds en de mobiele slachthuizen anderzijds tot een globale oplossing voor het probleem kunnen komen.

De voorzitter

De heer Steenwegen heeft het woord.

Chris Steenwegen (Groen)

Minister, dank u wel. Ik denk dat het inderdaad een combinatie moet zijn. Ik heb in het verleden ook al vragen gesteld over die mobiele slachtinrichtingen. Daar zijn er inderdaad nog obstakels, en dat kan een deel van de oplossing zijn, in een aantal gevallen. Er zijn echter ook die kleinschalige slachthuizen. Ik denk dat die twee wegen moeten worden bewandeld. Ik dring toch aan op verder overleg, want voor de korte keten is het inderdaad uiterst belangrijk om die bovenliggende structuur in stand te houden en verder te ontwikkelen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

 


  Nieuwsflash
 
Steun voor precisielandbouw via pre-ecoregelingenLees meer
 
 
Het watergebruik in de landbouwLees meer
 
 
Vlaanderen moet blijven investeren in eigen gasproductieLees meer
 
 
Steun aan de Vlaamse varkenssector in crisisLees meer
 
 
Verlies aan biodiversiteit terugdraaien Lees meer
 
 
Innovatieve grondbewerking, irrigatie en waterconservering helpen droge seizoenen overbruggen Lees meer
 
 
EU-Parlement hekelt Ďachtergehoudení landbouwstudie Lees meer
 
 
Erkende rampen noodweer WalloniŽ 14-16 juli en 24 juli 2021: besluit vergoedingsregelingLees meer
 
 
MB omtrent ammoniakemissiearme stalsystemenLees meer
 
 
ABS blijft aandringen op algemene toepassing Richtlijn tegen oneerlijke handelspraktijken Lees meer
 
 
Potato Days Live inspireert sector tot duurzame keuzes Lees meer
 
 
LCG-graanavonden najaar 2021 Lees meer
 
 
Oproep Go4Food Lees meer
 
 
Varkenssector slaat handen in elkaar Lees meer
 
 
Erkende DROOGTE 2020: laatste dagen om schadedossier in te dienenLees meer
 
 
Overstromingen 14-16 juli 2021 in WalloniŽ erkend als ramp: indienen schadedossiers Lees meer
 
 
Werken in de landbouw, de job van je levenLees meer
 
 
LCG rassenonderzoek wintertarwe en -gerstLees meer
 
 
Terugbetaling van de inhouding voor financiŽle discipline Lees meer
 
 
Overstromingen WalloniŽ op 24 juli 2021 erkend als algemene rampLees meer
 
 
Uitdoofbeleid voor de kweek van plofkippenLees meer
 
 
Agristo maakt radio samen met Tom De CockLees meer
 
 
1921: het droogste jaar van de 20ste eeuw Lees meer
 
 
Plan Vlaamse Veerkracht focust op klimaatinvesteringen in de landbouw Lees meer
 
 
Eindelijk Interpom Kortrijk 28-30 november 2021Lees meer
 
 
Waarschuwing voor toename van giftige stoffen in granen tijdens bewaringLees meer