Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten

 24 feb 2021 16:17 

Crisis in de varkenshouderij


Vraag om uitleg over de nieuwe malaise in de varkenssector van Stefaan Sintobin aan minister Hilde Crevits

Vraag om uitleg over de crisis in de varkenshouderij van Emmily Talpe aan minister Hilde Crevits

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Sintobin heeft het woord.

Stefaan Sintobin (Vlaams Belang)

Voorzitter, ik hoop dat er geen interferentie komt, want ik ben fysiek aanwezig in de commissiezaal. Ik ben even weggelopen uit de commissie Welzijn.

Minister, ik heb begrepen dat u gisteren op bezoek was bij een veggiebedrijf. Vandaag wil ik het met u even hebben over de varkenssector en meer bepaald over de crisis in de varkenssector.

U zult het met mij eens zijn dat er helaas opnieuw nieuwe berichten komen vanuit de varkenssector dat heel wat varkenshouders op hun tandvlees zitten. Veel heeft natuurlijk te maken met de uitbraak van de varkenspest in september 2018. Iedereen – of althans iedereen in deze commissie – weet dat de varkenssector voor een groot stuk afhankelijk is van de export. Die export viel stil. Ondertussen is de varkenspest wel verdwenen, maar de export herstelt zich niet.

Er is natuurlijk ook het gegeven van de coronapandemie, die toch ook een rol speelt en waardoor de export sterk verminderd is. De prijzen van de veevoeders zijn ondertussen ook fors gestegen. Helaas is dit geen fysieke vergadering, maar ik heb hier een aantal grafieken bij mij, onder andere van de FOD Economie, waar u perfect kunt zien welke wending de voederprijzen en de consumptieprijzen, maar ook de varkensprijzen in de afgelopen jaren hebben aangenomen. Ik wil misschien kort de woordvoerder van het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) citeren: “Deze situatie zorgt voor een bloedbad bij de varkenshouders, na de problemen met AVP en de lagere bezetting van arbeiders in de slachthuizen door Covid-19 vragen we dringend maatregelen om de sector te ondersteunen. (…) De verliezen in de sector zijn immens.” Nochtans stijgt de prijs van het varkensvlees volgens ABS – en wij kunnen dat zelf als consument vaststellen – in de winkels, terwijl de producenten steeds een slechte prijs blijven krijgen.

Het debat is een debat dat ik hier al jaren en jaren voer: wat er allemaal blijft plakken in de keten. Tegen dat een product van bij de producent tot bij de consument in de winkel ligt, daar zitten heel wat actoren tussen. Het ketenoverleg heeft eigenlijk nooit voor een oplossing gezorgd. Ik weet ook wel dat daar een federale component in zit. Ik herinner mij dat de huidige minister van Justitie – dacht ik – vroeger een ketenoverleg over de prijzen en dergelijke ging organiseren, maar dat is er nooit van gekomen, denk ik. In het buitenland is er ook heel wat aandacht – toch in de business – voor de varkensprijzen in ons land. Ik wil nog een kort citaat aanhalen van een vakblad, Pigbusiness: “Belgische varkensprijzen zijn verontrustend en de markt is ontregeld. (…) De varkensprijzen blijven in België historisch laag en gaan zelfs tot onder de euro. Ze zijn lager dan in Nederland en zelfs lager dan in Duitsland waar ook nog AVP heerst. Wat is er in België aan de hand? Wat moet gebeuren om de prijs naar boven te krijgen? Waarom gaat nu pas een vertegenwoordiger naar China?”

Vandaar dat ik u toch een aantal vragen wil stellen, minister. Hoe beoordeelt u de malaise in de varkenssector? Wat is uw analyse? Wat zijn de redenen van de malaise in de varkenssector? Welke initiatieven wilt of kunt u nemen? Op welke manier kunt u de sector ondersteunen? Wilt u in overleg gaan met alle actoren van de keten?

De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Emmily Talpe (Open Vld)

Of we het nu een malaise noemen of een crisis, het probleem is er. De varkenssector zit in woelig vaarwater. De uitbraak in Wallonië een tijdje geleden leidde tot een exportverbod naar de belangrijkste Aziatische markten en trof daardoor economisch vooral de gedomesticeerde varkenshouderij, die zich dan weer nagenoeg volledig in Vlaanderen situeert. Er was dan ook in Duitsland een uitbraak van varkenspest, waardoor onze belangrijkste afzetmarkt getroffen werd en we een neerwaartse prijsdruk kennen en uiteraard ook minder afzetmogelijkheden. Ondertussen zijn we officieel varkenspestvrij, maar de export naar niet-EU-landen start maar niet op. We blijven daar dus aanmodderen.

Door al die toestanden zitten we met een prijshandicap voor ons product. Volgens het Algemeen Boerensyndicaat vielen de noteringen bij ons 5 tot 6 procent lager uit ten opzichte van onze buurlanden. Eind 2019 en begin 2020 – net voor de coronapandemie – was er enig voortuitzicht, er was wat zuurstof, de prijzen gingen omhoog. Maar dat was maar van korte duur, want we weten allemaal wat er sindsdien is gebeurd. We hadden een lagere bezetting van arbeiders in de slachthuizen en ook de sluiting van de horeca. Dit zorgde ervoor dat de prijzen naar een absoluut dieptepunt zakten.

De prijs situeert zich volgens mijn gegevens rond de 80 cent per kilogram. Dat is een historisch laag niveau. Daarbovenop zijn de voederprijzen fors gestegen. De varkenshouders worden als laatste schakel in de keten weer het sterkst geraakt. De prijzen zijn in de handel wel gestegen. Het maakt de vraag naar een betere verdeling van de winsten in de hele ketting andermaal actueel.

Minister, hoe schat u de actuele crisis in de varkenshouderij en de gevolgen ervan voor onze varkenshouders op korte en middellange termijn in?

Welke maatregelen neemt u om de varkenssector te ondersteunen?

Neemt u een initiatief om het ketenoverleg aan te moedigen tot overleg en het zoeken naar oplossingen voor een betere vergoeding voor hun producten?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s Sintobin en Talpe, de kwestie is inderdaad zeer acuut. De situatie in de varkenssector is inderdaad niet goed. Ik volg dit uiteraard net als jullie van nabij op. De varkenssector heeft het de voorbije periode op verschillende fronten zwaar te verduren gehad, gaande van de gevolgen van Afrikaanse varkenspest (AVP) tot de gevolgen van COVID-19.

Tijdens het voorbije jaar zijn de verkoopprijzen voor varkens, na een goede prijszetting in het begin van 2020, volledig weggezakt doorheen het jaar. Onder meer de sluiting van de horeca, de logistieke belemmeringen in de export en de opgelopen slachtachterstand hebben hier een rol in gespeeld. Deze lage varkensprijzen, gecombineerd met een structurele achterstand in export ten opzichte van onze buurlanden ten gevolge van de Afrikaanse varkenspest, brengt onze varkenshouders in een heel moeilijke positie.

De recente heropleving van de varkensprijzen de afgelopen weken zijn dan wel hoopgevend, maar in combinatie met de stijging van de voederkosten blijft het perspectief op een echte heropleving vooralsnog beperkt. We hebben een uitgebreid gesprek gehad met een aantal boeren. Heel specifiek in de sector is dat het een jaar duurt voor men het effect ziet van een verminderde inseminatie. De omzet blijft, de prijzen zakken ineen, maar de voedselprijzen stijgen. Deze sector ziet in deze grote crisis zijn vaste kosten ook nog eens stijgen. De varkens kunnen niet zonder eten. Dat maakt dat onze steunmechanismen nu voor hen minder adequaat zijn.

Mijn diensten monitoren van nabij de situatie inzake de slachtachterstand, die ondertussen weggewerkt lijkt. De AVP-vrije status die België ondertussen eind vorig jaar opnieuw heeft ontvangen, moet leiden tot een gestage toename van handel naar derde landen, al ben ik er mij van bewust dat de grote bestemmingen zoals China en Zuid-Korea nog niet onmiddellijk beschikbaar zijn voor Belgisch varkensvlees.

Ik erken absoluut de moeilijkheden in de sector. Op Vlaams niveau kunnen landbouwbedrijven die kampen met liquiditeitstekorten, bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) een tijdelijke waarborg aanvragen indien ze nood hebben aan bijkomende overbruggingskredieten. Bedrijven kunnen nog tot 30 september een steunaanvraag indienen, mijn diensten zullen de nodige acties ondernemen om de bekendheid van dit instrument bij de landbouwers én de banken te verhogen. Het wordt immers niet echt gebruikt, niet zoals we zouden willen.

Daarnaast worden binnen het VLIF de doorlooptijden van VLIF-investeringsdossiers zo kort mogelijk gehouden, om op die manier tegemoet te komen aan liquiditeitstekorten die kunnen ontstaan op bedrijven. Daarnaast zijn de diverse VLAIO-steunmaatregelen (Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen) toegankelijk voor landbouwers indien ze aan de voorwaarden voldoen. Op 15 februari was daarvan al meer dan 5,5 miljoen euro uitgekeerd aan landbouwbedrijven en aanverwanten.

De inspanningen die we doen met het Vlaams Centrum voor Agro en Visserijmarketing (VLAM) om de heropleving van de export te versnellen, werpen al hun eerste vruchten af. Zo is de export naar de Filipijnen opnieuw opgestart. Ook het Verenigd Koninkrijk is een belangrijke afzetmarkt voor deze sector.

In het kader van de brexit heb ik gisteren nog samengezeten met mijn federale collega, David Clarinval, bevoegd voor het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) en met mijn Waalse collega, Willy Borsus. We hebben afspraken gemaakt om het FAVV en VLAM onze bedrijven goed te laten ondersteunen. Er zou ook nog een webinar komen. Verder is er ook een grote zorg voor de fytosanitaire certificaten die vanaf 1 april in werking treden en waardoor een controle ter plaatse door het FAVV van iedere vracht in principe nodig zal zijn. Dat zou de situatie een stuk moeilijker kunnen maken, maar we proberen daar heel proactief op te werken.

Op Europees niveau bepleit ik samen met mijn administratie het nemen van gepaste maatregelen voor de interne markt. Ik moet er wel aan toevoegen dat daar op dit ogenblik geen gehoor aan gegeven wordt.

Het is absoluut mijn bedoeling om mij persoonlijk te mengen met het ketenoverleg. Er moet een structurele oplossing worden uitgewerkt voor de moeilijkheden waar onze varkenssector mee geconfronteerd wordt. Die keten moet sowieso weerbaarder worden, zowel structureel als in tijden van crisis. Daarom wil ik graag een faciliterende rol opnemen, met als doel een ketenbreed crisismechanisme uit te bouwen. Ik zal hiervoor op korte termijn de keten samenroepen en dit gesprek opstarten.

Tot slot ben ik ook aan het zoeken naar een mogelijk bijkomend instrument, omdat we inderdaad zien dat veel boeren geen beroep kunnen doen op de VLAIO-instrumenten die nu zijn uitgewerkt. Ze hebben geen 60 procent omzetverlies, maar ze kampen met een mix van een pak omzetverlies en gestegen kosten. Dat is iets waar de landbouwsector vrij uniek in is in vergelijking met andere economische sectoren. Ik ben aan het bekijken wat we daar kunnen doen, maar dat is natuurlijk niet evident, omdat we proberen de lat gelijk te leggen voor iedereen. We blijven echter zoeken om daar toch een stukje oplossing aan te bieden.

Maar nogmaals, collega’s, dit is slechts een druppel op een hete plaat. Er is een structurele crisis in de sector. Ik heb vanmorgen nog uitgebreid overleg gehad met een aantal boeren. Die mensen hebben wel gezond verstand en zijn mee aan het zoeken. Maar als we natuurlijk zien dat de prijzen in de winkels stijgen terwijl de boeren minder krijgen, dan zit er iets heel grondig scheef. Op politiek vlak is het niet zo eenvoudig om daarop in te grijpen, maar via het ketenoverleg moeten we proberen om die sector weerbaarder te maken.

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Stefaan Sintobin (Vlaams Belang)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben blij dat u de malaise of de crisis – mij om het even, mevrouw Talpe – erkent. Zeker alle West-Vlamingen erkennen dat de varkenssector, in het bijzonder in onze provincie, wordt getroffen. U hebt in uw antwoord de redenen opgesomd: de coronacrisis, de export, het stilliggen van de horeca en dergelijke en de stijging van de voederkosten. Enkele jaren geleden was het de stijging van de dieselprijzen, vandaag is het de stijging van de voederkosten.

U hebt ook een opsomming gegeven van de steunmechanismen via VLIF en VLAIO. Ook de inspanningen van VLAM en het FAVV om de export naar Groot-Brittannië en andere landen te ondersteunen, zijn een goede zaak. Ik ben echter altijd van mening geweest dat de landbouw in de eerste plaats een economische sector is. Wat de steunmaatregelen inzake corona betreft, begrijp ik dat het moeilijk toepasbaar is voor de landbouwsector omdat die een aantal heel specifieke kenmerken heeft. Ik wil u dan ook vragen om binnen de schoot van de Vlaamse Regering te bekijken welke uitzonderlijke maatregelen mogelijk zijn om de sector te ondersteunen. U hebt gelijk dat de lat overal gelijk moet liggen, maar hier hebben we toch te maken met specifieke kenmerken van een zeer belangrijke economische sector.

Ik heb dit antwoord al een aantal keren gekregen, en ik vind het altijd spijtig – maar daar kunt u niets aan doen – dat de Europese Unie geen gehoor wil geven aan het feit dat onze varkenssector in een crisis verkeert. Ik denk dat we ook op Europees niveau verder op tafel moeten kloppen en ervoor moeten zorgen dat het probleem wordt erkend.

Minister, helaas moet ik vaststellen, wellicht samen met u, dat de problemen van het ketenoverleg niet nieuw zijn. Het is een oud zeer. Al vele jaren wordt er gesproken over dat ketenoverleg. We moeten overleggen met iedereen en alle actoren betrekken en ervoor zorgen dat de landbouwers krijgen waar ze recht op hebben. Doorheen de jaren stel ik vast dat dat eigenlijk nog altijd niet het geval is.

Minister, u hebt aangekondigd dat u op korte termijn de actoren van het ketenoverleg bijeen zult roepen. Op welke termijn ziet u dit gebeuren? Wie zal daar allemaal bij betrokken zijn?

De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Emmily Talpe (Open Vld)

Minister, het water staat onze varkenshouders aan de lippen. Uit uw antwoord blijkt duidelijk dat de alarmsignalen ook tot bij u zijn geraakt. Het is natuurlijk niet vanzelfsprekend als we de verschillen zien met onze buurlanden, waar de prijzen 10 tot 20 eurocent hoger liggen.

Ik ben blij dat u de problemen ter harte neemt. U hebt een hele opsomming gegeven. We zijn weer pestvrij en het slachtafval is weggewerkt. U verwees ook naar extra inspanningen van het VLIF. Ook VLAIO, het FAVV en VLAM steken een tandje bij. We zullen dit goed opvolgen.

Een belangrijk element is dat de export niet weer op gang komt. U verwees naar de Filipijnen en het Verenigd Koninkrijk. Ik wil even polsen naar de stand van zaken van de heropening van de Chinese markt voor ons vlees. Kunt u daar toelichting bij geven?

Ik heb niet alles gehoord over het ketenoverleg. Ik was verstrooid door de kat van collega Joosen, die heel schattig op het scherm kwam. Ik hoorde van collega Sintobin dat dit effectief wordt opgestart. Ik wil zijn vraag dan ook ondersteunen wie daar allemaal aan de tafel zal zitten. Er zit ook structureel iets scheef tussen de prijzen in de supermarkt en wat de houders daar zelf voor krijgen.

Ik wil eindigen met het initiatief van enige tijd geleden, de Vlaamse G30-varkenstop, waar men met alle stakeholders naar structurele hervormingen voor de varkenshouderijen heeft gezocht, en ook naar rendabele prijsmodellen. Ik vraag me af of we dit niet kunnen hernemen nu we voor deze situatie staan.

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Tinne Rombouts (CD&V)

Gezien de problematiek die zich vandaag stelt, wil ik me aansluiten bij deze vraag om uitleg. Minister, het is duidelijk dat deze problematiek u ook heel na aan het hart ligt. Als overheid is het niet vanzelfsprekend om hierop te kunnen inspelen, maar ik ben toch blij dat u uitdrukkelijk aangeeft extra inspanningen te willen leveren om te zien op welke manier er eventuele bruggen mee kunnen worden gevormd en of er extra ondersteuningsmogelijkheden zijn.

De varkenssector is een sector die is gekenmerkt door een varkenscyclus. Daar worden ook plannen gemaakt en uitgewerkt. We moeten vaststellen dat die cyclus ook vandaag niet meer wordt gevolgd, omdat er externe factoren spelen, zoals de coronapandemie, de varkenspest en het uitblijven van het duurzaam open krijgen van de afzetmarkt, wat toch cruciaal is.

Er doet zich ook een discrepantie voor in de hele keten. Het ketenverhaal klopt vandaag niet meer als we zien dat de prijzen in de winkels stijgen. Bedrijven rekenen in het kader van corona vandaag extra kosten van voeding door, ook aan de primaire sector van de varkenshouderij. Net die primaire, essentiële sector krijgt te kampen met die lage prijzen.

Minister, in het verleden hebben we al meermaals gesproken over het ketenoverleg. Vandaag schiet dat te kort. In het verleden hebben we al voorstellen gedaan voor het aanstellen van een scheidsrechter. Dat ligt wel heel gevoelig in het ketenoverleg en een scheidsrechter heeft ook zijn beperkingen, dat erken ik zeker. Het is belangrijk dat er minstens een solidariteitsconvenant kan worden afgesloten, een engagement naar elkaar om samen de pieken en dalen te kunnen opvangen.

In dezen wil ik u dan ook vragen of u eventueel al pistes voor ogen hebt voor een concrete bespreking met het ketenoverleg. Zijn er al voorstellen gekomen?

Ten slotte wil ik mijn appreciatie en dank uitspreken voor het feit dat u wilt kijken naar eventuele extra ondersteuningsmogelijkheden in het kader van corona. U haalde terecht het heikele punt van die 60 procent aan, ten aanzien van de tuinbouwsector. Kunt u nog eens extra bekijken wat er eventueel mogelijk is?

De voorzitter

De heer Steenwegen heeft het woord.

Chris Steenwegen (Groen)

Voorzitter, minister, vragenstellers, ik dank u. Ik sluit mij in de eerste plaats aan bij de vragen om het ketenoverleg opnieuw op te starten of te verstevigen. Minister, u spreekt over een crisismechanisme. Dat is goed. Maar het gaat natuurlijk over een structureel probleem binnen de landbouwsector, en niet alleen binnen de varkenssector. Het is een algemeen probleem: de prijszetting en de rol die de verschillende actoren in die lange ketens daarin spelen.

De varkenssector is een vrij specifieke sector. De crisis van vandaag is niet de eerste crisis. Collega Rombouts heeft er ook al op gewezen: er is een soort van cyclus. En men vraagt zich af of die cyclus nog altijd dezelfde frequentie zal vertonen als in het verleden. We hebben gezien dat in vorige crisissen heel wat bedrijven met een grote schuldenlast in handen zijn gekomen van voederfabrikanten. Dat is de zogenaamde integratie.

Minister, hebt u cijfers over de integratie binnen de varkenssector in Vlaanderen? Hoeveel landbouwers zijn eigenlijk zelf nog eigenaar van hun bedrijf, van hun stallen en zijn op die manier nog autonome bedrijfsleiders? Of hoeveel van onze varkensboeren zijn werknemer geworden van een veevoederbedrijf?

Minister, hebt u er enig idee hoeveel van de bedrijfsleiders in deze crisis, dus sinds 2018, de stap hebben moeten zetten van het hebben van een autonoom bedrijf naar het verkopen van het bedrijf of het uit handen geven van het bedrijf van de stallen aan een integrator, een moederbedrijf? Zijn er daarover cijfers? Hebt u enig idee wat het effect is geweest van deze crisis op een aantal varkensboeren die die stap noodgedwongen hebben moeten zetten omdat ze niet meer in staat zijn om hun schulden af te betalen?

Ik heb verder nog een eerder informatieve vraag. Naar aanleiding van de coronacrisis hebben we ook een discussie gevoerd over overschotten op de markt. Die discussie ging erover of het nu verkieslijk is om overschotten bijvoorbeeld via invriezen te bewaren en later op de markt te brengen. Eén landbouworganisatie was daar voorstander van. Een andere landbouworganisatie pleitte ervoor om te werken aan mechanismen om de productie op zulke momenten te verlagen, er een stop op te zetten zodat er geen overschotten worden gegenereerd. Ik vraag me af of dat in de varkenssector ook een rol heeft gespeeld op het vlak van de prijsvorming. Zijn er door de coronacrisis noodgedwongen overschotten gecreëerd die nu op de markt worden gebracht? Is er een evaluatie mogelijk van het beleid dat op dat vlak werd gevoerd? Speelt dat hierbij ook een rol? Dat is een eerder informatieve vraag. Ik dank u.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Sofie Joosen (N-VA)

Varkenshouderij is een sector die de laatste maanden al meermaals besproken werd in deze commissie. Dat is ook nodig. Het verkrijgen van de status varkenspestvrije zone heeft uiteraard effecten, maar het heeft ook tijd nodig. Die effecten zullen we dus pas op langere termijn zien.

Minister, u volgt de situatie van heel nabij op. U gaf ook toelichting over de maatregelen die momenteel worden genomen. De Vlaamse Regering speelt daarbij volgens mij wel degelijk kort op de bal. Maar mogelijk zijn er nog bijkomende zaken die we kunnen realiseren. We moeten inderdaad eerlijk zijn: ook vóór de varkenspest was de toekomst van onze Vlaamse varkenshouderijen een bezorgdheid in deze commissie. Verschillende collega's hebben het al aangegeven: ook vorige legislatuur zijn er daarover heel wat vragen gesteld. We mogen de inzet voor die structurele maatregelen dan ook zeker niet uit het oog verliezen. Zo valt er voor de toekomst absoluut meer te halen uit het ketenoverleg.

We moeten ook zoeken naar groeikansen, specialisaties, niches. Het in de markt zetten van onze Vlaamse producten als Vlaamse kwaliteitsproducten: daar ligt volgens mij wel nog een economisch potentieel. Als dat economisch potentieel daar nog zit, dan moeten we dat proberen te realiseren.

Als laatste blijft uiteraard de export heel belangrijk voor de sector, het openen van nieuwe markten en het heropenen van de bestaande. Over dat laatste vroeg ik mij af of u daar iets concreter over kunt zijn en of u iets meer toelichting kunt geven.

Bart Dochy (CD&V)

Ik denk dat het belangrijk is dat de drie aspecten naast elkaar bekeken worden. In eerste instantie het federale luik, met het ketenoverleg. Ik ben blij dat u zich ook engageert, minister, om daar vanuit Vlaanderen mee aan te trekken, om daar toch tot een structurele aanpassing te komen om de verdeling van die winstmarges binnen de keten op een of andere manier te solidariseren. Ik weet dat dat zeker niet evident is, maar alle pogingen daaromtrent zijn natuurlijk belangrijk en waardevol.

Ten tweede: het Europese luik. Inderdaad, gaan aankloppen bij Europa dat geen antwoord biedt, is frustrerend. Maar ik zit nog altijd met de vraag of we in de toekomst gewapend zijn tegen een eventuele nieuwe varkenspestuitbraak in het zuiden van het land, wetende dat daar meer wilde varkens lopen dan in Vlaanderen, om te voorkomen dat we opnieuw meegesleurd worden in de status van niet-varkenspestvrij op het moment dat daar eventueel opnieuw een wilduitbraak zou gebeuren.

Ten derde: wat u natuurlijk zelf, samen met de Vlaamse Regering, in handen hebt, is de eventuele coronacompensatie. Het is evident dat het voor de varkenssector niet gemakkelijk is om aan die 60 procent omzetdaling te geraken, gelukkig maar. De hoofdreden is natuurlijk dat die dieren gevoederd blijven worden. De kostprijs van die voeders blijft doorlopen. Dat is ook een groot aandeel in de omzet, kosten zijn ook een onderdeel van de omzet. De opbrengsten worden naast elkaar gezet. De omzet wordt dus bekeken vanuit wat er omgaat in het bedrijf. Het is dus niet mogelijk om te stoppen met voederen, wat men in een ander bedrijf wel kan. Als de horeca sluit, stopt men ook met het aankopen van producten en stopt men met het personeel te betalen, bij wijze van spreken. Hier moeten de dieren verder verzorgd worden, moeten de dieren verder gevoederd worden. Dat is natuurlijk de reden dat het zeker specifiek is en niet evident om aan die 60 procent omzetdaling te komen. Een klein lichtpuntje misschien, voor de mensen die de markt volgen: de biggenprijs is de jongste weken wat aan het aantrekken, maar daar zouden andere specifieke redenen voor kunnen zijn.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dank u wel voor de grote interesse en betrokkenheid van iedereen bij de problematiek, soms vanuit een andere invalshoek, maar de betrokkenheid is heel groot.

Collega Sintobin, de landbouw is uiteraard een economische sector, dat staat ook in ons regeerakkoord. Maar u hebt het zelf gezegd: het is een sector die met levende materie werkt en die dus absoluut niet gemakkelijk zijn productie kan aanpassen. Dat is net de reden waarom we naar oplossingen zoeken.

Het Europese niveau: daar heeft de commissaris voor Landbouw nu recent aangegeven dat er wat hem betreft weinig ruimte is om steunmaatregelen te activeren. Maar we blijven aandringen om daar toch doorbraken in te krijgen.

Het ketenoverleg: voor mij is het eigenlijk van belang om dat net nu wel te doen. Als de prijzen stijgen en het weer beter gaat, hebben we de neiging om te zeggen dat het allemaal niet nodig is. Maar net nu is het wel nodig. Eigenlijk moet je zo’n ketenoverleg net gaan intensifiëren in periodes waar het goed gaat, om gewapend te zijn op het moment dat het slecht gaat. Nu zitten we in een situatie dat, als het slecht gaat, er overal paniek is. De meeste boeren erkennen dat ook, denk ik. Het zal straks misschien een beetje beter gaan, de biggenprijs is inderdaad wat aan het aantrekken, maar dat is een reden om dat ketenoverleg nu opnieuw op te pikken. Ik ga mijn eigen kracht daarin ook niet overschatten. We moeten realistisch zijn. Maar ik kan het wel faciliteren, en daar hoop ik toch wel wat uit te kunnen halen. Voor mij is het echt van belang dat er een structurele reflectie gebeurt, om duurzamer te werken naar de toekomst toe.

Mevrouw Talpe, VLAM en het FAVV zijn intens bezig met de heropening in China. Dat is sowieso een werk van lange adem omdat China de link legt met andere zaken zoals het 5G-dossier. Soms zijn die linken bijzonder. VLAM mikt nu qua timing op het najaar, maar we zullen dat in de komende maanden intens moeten opvolgen. Het is wel positief dat de Filipijnen terug open zijn, dat is een belangrijke afzetmarkt voor ons.

We nemen de aanbevelingen uit het rapport van de G30 ter harte. Een aantal zaken zijn opgenomen in mijn strategie Vlaamse kost, lokale kost. We bekijken wat we daar nog extra kunnen uithalen. Onze Vlaamse kost bouwt voort op de G30.

Mevrouw Rombouts, ik wil eerst iedereen aan de tafel brengen. De sector heeft mij gemeld dat het Ketenoverleg heel recent is samengekomen, maar dat er geen nieuwe acties of afspraken uit zijn voortgevloeid. Dat klinkt voor mij vrij deprimerend. Ik neem uw suggestie zeker ter harte.

We werken stap per stap voor wat betreft de inspanningen van de keten. De belangrijkste partners in het Ketenoverleg zijn uiteraard de ketenpartners zelf. We kunnen dat ondersteunen maar ze zullen zelf resultaat moeten boeken.

Het Ketenoverleg, mijnheer Steenwegen, is een privaat initiatief waar noch het federale noch het gewestelijke niveau rechtstreeks bij betrokken zijn. Als ik een initiatief neem, is dat omdat ik echt wel wil faciliteren wat we willen bereiken. De overheid zelf beslist echter niet in het Ketenoverleg. Dat is het eigene eraan. Ik merk wel dat de dynamiek groeit. De heer Sintobin verwees ernaar, ik ben gisteren naar een West-Vlaams bedrijf geweest dat plantaardige eiwitten verwerkt. Het enthousiasme daar was groot. Men is ook daar een keten aan het maken. Hoe kan men meer mengen? Hoe kan men tot een cluster komen? Er lopen heel wat initiatieven. Maar zeker in de varkenssector is de crisis heel heel groot.

Mijnheer Steenwegen, de uitdaging is absoluut om op korte termijn de crisis het hoofd te bieden, maar ook op lange termijn om weerbaarder te worden voor de toekomst. De cijfers over de verschillende bedrijfsstructuren heb ik nu niet beschikbaar. Ik stel voor dat u daar een schriftelijke vraag over stelt. Het zal enig opzoekingswerk vragen.

Er zijn Europese maatregelen tegen overschotten zoals tijdelijke opslag en uit de markt nemen van grote hoeveelheden, om die later weer op de markt te brengen. Europa heeft die maatregelen niet geactiveerd voor de varkenssector. Daar zitten we vandaag met grote problemen.

Mevrouw Joosen, we moeten zowel op korte als lange termijn aan oplossingen werken samen met de sector. Op korte termijn zitten veel varkensboeren nu in een heel moeilijke situatie. Op langere termijn zoek ik naar mechanismen om weerbaarder te worden en zich collectief in te dekken tegen marktrisico’s. Producenten- en brancheorganisaties kunnen hier soelaas bieden.

Voorzitter, onze aandacht gaat ook naar de vrije status om een aantal markten te heropenen. Ik wil die vrije status inzake de varkenspest te allen tijde behouden.

Het is heel complex met de kortetermijnuitdagingen, de structurele problemen en de export waar we ook afhankelijk van zijn, plus de horeca. Als die terug opengaat, krijgen we opnieuw afzetmarkten. Ik hoor sommigen zeggen dat ze maar minder varkens op de wereld moeten zetten, maar zo simpel ligt dat niet. Dat duurt een jaar. Dan zitten we misschien alweer met een draaiende sector en hebben we er te weinig! Het is niet zo gemakkelijk als het lijkt, zeker niet voor de varkens. Wees maar eens een varken dezer dagen.

De voorzitter

Dank u voor de suggestie, minister. (Gelach van de voorzitter)

De heer Sintobin heeft het woord.

Stefaan Sintobin (Vlaams Belang)

‘Wees maar eens een varken’, ik voel mij niet echt aangesproken, minister.

U hebt gelijk, natuurlijk: dat is een perceptie die leeft bij mensen die weinig afweten van de varkenssector. Het is niet van vandaag op morgen dat je beslist om geen varkens meer te produceren, dat kan zomaar niet.

De belangrijkste zaken die ik onthoud, zijn dat we onze inspanningen voor de exportmarkt moeten intensifiëren. Ik denk dat het niet evident is om al die markten weer te veroveren. Het is een goede zaak wat de Filipijnen betreft. Maar inderdaad, als je kijkt naar China waar ze van alles en nog wat aan elkaar koppelen: misschien kunnen wij dat ook omgekeerd met hen doen.

Ik ben blij dat u initiatief wilt nemen in het ketenoverleg. Het is natuurlijk wel een beetje eigenaardig dat wij en de federale overheid daar niet echt bij betrokken zijn, al was het maar zijdelings. U hebt gelijk wanneer u stelt dat we het ketenoverleg niet alleen moeten activeren wanneer het slecht gaat met de sector, maar dat dat eigenlijk een structureel gegeven zou moeten zijn.

Tot slot wil ik u, minister, nogmaals oproepen om binnen de schoot van de Vlaamse Regering te bekijken welke extra steunmaatregelen mogelijk zijn voor de landbouwsector in verband met corona, omdat – u hebt het zelf aangewezen – de situatie helemaal anders is dan in andere economische sectoren.

En helemaal tot slot: mocht u er samen met de Vlaamse Regering nu vrijdag op het Overlegcomité voor pleiten om de restaurants en de horeca te openen, dan zou dat alvast voor deze afzetmarkt wat soelaas kunnen brengen.

De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Emmily Talpe (Open Vld)

Het is goed dat we deze bezorgdheid allemaal samen delen en dat we beseffen dat het zeker minstens vijf voor twaalf is. We hebben hier gesproken over de toegang tot de afzetmarkten. Ik denk dat we daar inderdaad volop moeten op inzetten. Het is natuurlijk bedroevend dat landen zoal China daar voorwaarden of andere dossiers aan koppelen. Wij doen dat omgekeerd ook wel, maar dan gaat het over mensenrechten en is het toch iets nobeler om die eisen te gaan stellen. Maar goed, laat ons daar verder op inzetten. Ik denk dat het superbelangrijk is dat we die afzetmarkten toch zo maximaal mogelijk kunnen heropenen.

Anderzijds is het ketenoverleg heel belangrijk. Ik ben blij van u te horen dat het structureel zou moeten, in goede en in slechte tijden. Het is belangrijk dat we die band aanhouden en dat we daar ook een beetje mee aan het roer proberen te staan om dat levendig te houden.

Tot slot: het West-Vlaams enthousiasme is altijd groot, minister.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Koeien kunnen ons klimaat reddenLees meer
 
 
Rassen savooikool 2020 vertoonden veel sleet Lees meer
 
 
Plannen voor een maïsdoolhof? Lees meer
 
 
KB betreffende natuurlijk mineraal water en bronwaterLees meer
 
 
Economisch dossier Fedagrim voorgesteldLees meer
 
 
Grasgroei matig Lees meer
 
 
Grondwaterstanden blijven in maart laag voor tijd van het jaar Lees meer
 
 
Krimp Belgisch aardappelareaalLees meer
 
 
Jaarverslag 2020 InagroLees meer
 
 
Maatregelen tegen bruinrot in Antwerpen en Limburg Lees meer
 
 
Advies Brede Weersverzekering 2021 en vlasverzekering op maatLees meer
 
 
Controle op de toegekende subsidies mestverwerkingsbedrijvenLees meer
 
 
Weg met de polderbelasting en hervorming beheer onbevaarbare waterlopenLees meer
 
 
Jongeren op het werkLees meer
 
 
Innovatiespiraal: steun in elke fase van het innovatieprocesLees meer
 
 
Verzamelaanvraag 2021: tegen 30/4 en naam verzekeraar BWVLees meer