Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Vorig ArtikelVorig artikel Volgend artikelVolgend Artikel

 12 jan 2021 09:33 

CAO werkkledij


Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2019, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de werkkledij (1)

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf;
Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2019, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de werkkledij.
Art. 2. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 23 november 2020.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
P.-Y. DERMAGNE
_______
Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage
Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf
Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2019
Werkkledij
(Overeenkomst geregistreerd op 10 december 2019 onder het nummer 155832/CO/145)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied
Artikel 1. § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf.
§ 2. Met "werknemers" worden de mannelijke en vrouwelijke arbeiders bedoeld.
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in toepassing van artikel 6 van het koninklijk besluit van 6 juli 2004 betreffende de werkkledij.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitsluitend betrekking op de werkkledij : dit is kledij die moet voorkomen dat de werknemer zich vuil maakt. In deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt niet bepaald welk soort werkkledij in voorkomend geval moet voorzien worden. Deze vragen dienen op ondernemingsvlak beoordeeld te worden rekening houdende met het concreet door de werknemers uit te voeren werk en dit in overleg met de externe dienst voor preventie en bescherming.
Werkkledij moet onderscheiden worden van beschermingskledij of persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn bedoeld om de werknemers te beschermen tegen bepaalde risico's wat hun veiligheid of gezondheid betreft. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op de persoonlijke beschermingsmiddelen (beschermingskledij) die te allen tijde door de werkgever ter beschikking gesteld en onderhouden moeten worden.
HOOFDSTUK II. - Vergoeding voor werkkledij
Art. 3. De werkgever kan in een onderling schriftelijk akkoord met de werknemers, en dit na een risicoanalyse zoals bedoeld in artikel 7 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, op ondernemingsvlak afspreken dat de werknemers zelf instaan voor het onderhoud van hun werkkledij. De werknemers die zelf instaan voor dit onderhoud, hebben recht op een wekelijkse vergoeding ten laste van de werkgever. Behoudens andersluidende, schriftelijke en voorafgaande afspraak op ondernemingsvlak, wordt deze vergoeding geacht alle kosten te dekken verbonden aan het onderhoud van de werkkledij.
Voor zover als nodig wordt aangehaald dat het niet mogelijk is op ondernemingsvlak een akkoord af te sluiten dat zou inhouden dat de werknemers ook zelf zouden instaan voor het aankopen van werkkledij. Deze dient in alle omstandigheden door de werkgever zelf te worden aangekocht en dit om redenen van uniformiteit en kwaliteitsvereisten.
Zoals aangehaald in artikel 2 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, kan er op ondernemingsvlak geen enkele overeenkomst tussen de werkgever en de werknemers gemaakt worden wat betreft het aankopen en/of het onderhoud van de beschermingskledij of van de persoonlijke beschermingsmiddelen. Het is te allen tijde de werkgever die hiervoor dient in te staan.
Art. 4. § 1. De wekelijkse vergoeding voor het onderhoud van de werkkledij zoals bepaald overeenkomstig artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, bedraagt sinds 1 januari 2019 :
- 3,05 EUR in de ondernemingen van de bloementeelt;
- 3,91 EUR in de boom- en de bosboomkwekerijen;
- 3,05 EUR in de ondernemingen voor het inplanten en onderhouden van parken en tuinen;
- 3,67 EUR in de ondernemingen in de fruitteelt;
- 3,05 EUR in de ondernemingen in de groenteteelt;
- 3,05 EUR in de ondernemingen van de champignonteelt.
Het is bovendien ook zo dat deze vergoeding alleen verschuldigd is in die gevallen waar er een dergelijke procedure zoals bepaald in deze collectieve arbeidsovereenkomst doorlopen is.
§ 2. In uitvoering van het protocolakkoord van 4 juli 2019 worden de bedragen geleidelijk geharmoniseerd. Vanaf 1 februari 2020 wordt de wekelijkse vergoeding voor het onderhoud van de werkkledij in de bloementeelt, het inplanten en onderhouden van parken en tuinen, de groenteteelt en de champignonteelt verhoogd tot het bedrag van de vergoeding in de fruitteelt.
Vanaf 1 december 2020 wordt de wekelijkse vergoeding voor het onderhoud van de werkkledij voor alle subsectoren in de tuinbouw gelijk aan deze in de boom- en bosboomkwekerijen.
Art. 5. De werknemers hebben per begonnen arbeidsdag recht op 1/5de van de in artikel 4 vermelde wekelijkse vergoeding, met een maximum van 5/5den per week.
Art. 6. De vergoeding voor het onderhoud van de werkkledij is gebonden aan de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex, volgens de bepalingen van de artikelen 3, 4 en 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 februari 2016 betreffende de koppeling van de lonen aan de evolutie van de gezondheidsindex, geregistreerd onder het nr. 132769/CO/145.
HOOFDSTUK III. - Risicoanalyse
Art. 7. Vooraleer de werkgever er mee kan akkoord gaan dat de werknemers zelf instaan voor het onderhoud van de werkkledij, dient er onderzocht te worden of er mogelijks risico's zijn voor wat betreft het welzijn of de gezondheid van de werknemers, volgens de bepalingen van artikel 8 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
Bij deze risicoanalyse dient eventueel de externe dienst voor preventie en bescherming betrokken te worden. Indien de uitkomst van de risicoanalyse het risico van een persoonlijk onderhoud door de werknemer van de werkkledij te hoog evalueert wat betreft de gezondheid en het welzijn van de werknemer, dient de werkgever zelf in te staan voor het onderhoud van de werkkledij.
Het is dus alleen mogelijk om een akkoord af te sluiten waarin voorzien is dat de werknemers zelf zullen instaan voor het onderhoud van de werkkledij en een akkoord af te sluiten waarin bepaald is dat er aan de werknemers een vergoeding voor dit onderhoud wordt toegekend voor zover de risicoanalyse geen voorbehoud vermeldt.
Art. 8. Bovendien moet de werkgever, wanneer de aanwezigheid van werkkledij buiten de onderneming een mogelijk gevaar op besmetting oplevert, zelf instaan voor het onderhoud. Indien dit gevaar slechts van tijdelijke aard is, volstaan hiertoe tijdelijke maatregelen van de werkgever.
HOOFDSTUK IV. - Geldigheid
Art. 9. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2019 en is gesloten voor een onbepaalde tijd.
Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 2017, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de werkkledij (geregistreerd onder het nummer 146624/CO/145).
Elk van de contracterende partijen kan deze collectieve arbeidsovereenkomst opzeggen mits een opzeg van drie maanden, te betekenen bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 november 2020.
De Minister van Werk,
P.-Y. DERMAGNE



  Nieuwsflash
 
Nieuw voederbietras op de Belgische rassenlijst Lees meer
 
 
Nieuw voederbietras op de Belgische rassenlijst Lees meer
 
 
Vier nieuwe kuilmaïsrassen op de Belgische rassenlijst Lees meer
 
 
Elf nieuwe suikerbietrassen op de nationale rassenlijst Lees meer
 
 
Seizoen voorjaarsbloeiers start met week van de tulp van 16 tot 23 januariLees meer
 
 
Tijdelijke VLIF-waarborg getroffen boeren door slechte conjunctuur, vogelgriep of BrexitLees meer
 
 
Droogte: niet alleen naar de landbouw wijzenLees meer
 
 
Productievoorschriften gebruik niet-biologisch zaaizaad of niet-biologische pootaardappelenLees meer
 
 
Jacht van 1 juli 2020 tot 30 juni 2025Lees meer
 
 
Gematigde verlaging contractprijs aardappelenLees meer
 
 
Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) - Steunaanvragen Lees meer
 
 
Daniel Ryckmans nieuwe secretaris NEPG Lees meer
 
 
Uitvoeringsbesluit Mestdecreet (VLAREME): lijst equivalente maatregelen Lees meer
 
 
Evaluatie van de risico’s voor het leefmilieu van ggo'sLees meer
 
 
Meelwormen toegelaten voor menselijke consumptie in EU Lees meer
 
 
Winterprei bemesten Lees meer
 
 
Vlaamse kost met voedselcoalitie en -veranderaarsLees meer
 
 
Campagne bietenzaad SESVANDERHAVE van start: wees erbijLees meer
 
 
Schadevergoedingen voor de pelsdierhouders Lees meer
 
 
Vraag om uitleg over veemarkten in Vlaanderen Lees meer
 
 
Wetgevend kader betreffende de kunstmestregistersLees meer
 
 
Phytofar wint rechtszaak glyfosaat WalloniëLees meer
 
 
Informatie over de brede weersverzekering 2021Lees meer