Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 22 okt 2020 06:17 

Schade aan woningen door verdroging van kleigrond


Vraag om uitleg over het uitdrogen van plastische kleilagen van Johan Danen aan minister Zuhal Demir

Vraag om uitleg over schade aan woningen door verdroging van kleigrond van Carmen Ryheul aan minister Zuhal Demir

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Danen heeft het woord.

Johan Danen (Groen)

Voorzitter, mijn vraag is al eventjes hangende. Dit blijft echter actueel, en zal zeker opnieuw actueel worden als het opnieuw wat droger wordt.

Minister, ik moet even meegeven, en u zult dat allicht ook beter weten dan ik dat misschien weet, dat de grondwaterstanden nog steeds erg laag zijn. De situatie is beter dan vorig jaar, maar vorig jaar rond deze tijd was de situatie ook wel bijzonder slecht.

Het gaat over het uitdrogen van plastische kleilagen. Ik heb dat niet zelf gevonden. De VRT heeft mij voor een stuk op dat idee gebracht. Op 11 september was er een getuigenis te zien van een koppel uit het Vlaams-Brabantse Linter dat zijn woning deels dreigt te verliezen door scheuren en stabiliteitsproblemen. De oorzaak was de verdroging van de plastische kleilagen.

Dat vervelende gevolg van de lage grondwaterstanden is al een tijdje bekend. Het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) publiceerde in 2018 al een dossier over het probleem, maar door de aanhoudende droogte dreigt het probleem in omvang toe te nemen. De plastische kleilagen die het probleem veroorzaken, komen vooral voor in het zuiden van West- en Oost-Vlaanderen en het oosten van de provincie Vlaams-Brabant.

U hebt daar al voor een stuk aan gedacht, minister, want in de Blue Deal wordt een goed overzicht gegeven van de negatieve effecten van waterschaarste voor huishoudens, de drinkwatervoorziening, economie en transport, natuur, milieu, landbouw enzovoort. Schade aan gebouwen, veroorzaakt door verdroging, is echter nog niet meegenomen als een ongewenst effect van de aanhoudende droogte.

De gebieden waar de plastische kleilagen voorkomen, zijn bekend. Ook de Databank Ondergrond Vlaanderen heeft die gebieden in kaart gebracht. Hebt u zicht op het aantal woningen dat in die gebieden gelegen is en hoeveel van die woningen effectief worden bedreigd door de verdroging van de plastische kleilagen? Het realiseren van de verschillende acties die opgenomen zijn in de Blue Deal, zal de problematiek van de uitdrogende plastische kleilagen op langere termijn deels kunnen oplossen. Gezien echter de specificiteit van de problematiek, namelijk plastische, ondiepe lagen die uitdrogen en daardoor schade veroorzaken, is een aanpak op meer korte termijn mogelijk aangewezen. Bent u van plan om op korte termijn actie te ondernemen om het probleem aan te pakken? Aan welke acties denkt u dan?

De voorzitter

Mevrouw Ryheul heeft het woord.

Carmen Ryheul (Vlaams Belang)

Minister, in het zuiden van Oost- en West-Vlaanderen ziet men de laatste jaren meer en meer barsten in huizen door de aanhoudende droogte. Volgens professor hydrologie Marijke Huysmans is het zo dat gebieden met plastische kleien in de ondiepe ondergrond erg gevoelig zijn voor een periode van droogte. De klei zwelt op als het nat is en krimpt wanneer het droog is. Dat proces kan ervoor zorgen dat de grond verzakt, wat op zijn beurt weer schade kan opleveren aan de huizen die erop gebouwd zijn. Technische oplossingen zoals het versterken of verdiepen van de fundering zijn mogelijk, maar zijn enorm duur en de kosten worden niet gedekt door de verzekering of de overheid. Volgens de professor is het dan ook beter om structureel iets te doen aan het dalende grondwaterpeil.

In Nederland kampte men in het verleden reeds met een gelijkaardige problematiek. Ook daar vertoonden huizen verzakkingen en scheuren als gevolg van die uitdrogende kleilagen. Daar heeft de stichting Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek een fonds gevormd waar burgers kunnen aankloppen voor een lening. Volgens Dick de Jong van dat kenniscentrum kunnen de kosten voor het herstellen van de fundering zeer hoog oplopen: gemiddeld zo’n 80.000 euro, klinkt het.

Met de zogenaamde Blue Deal maakt u een eerste 75 miljoen euro vrij om de droogteproblematiek in Vlaanderen structureel aan te pakken. Er zal ook een taskforce gekoppeld worden aan het actieplan, die moet toezien op de uitvoering ervan. Er wordt in de Blue Deal echter geen melding gemaakt van deze specifieke schade of een mogelijke vergoeding ervan.

Minister, bent u zich bewust van deze problematiek? Zijn er nog andere gebieden in Vlaanderen waar de problematiek zich voordoet of zich zou kunnen voordoen? Plant u concrete structurele maatregelen te nemen die de problematiek kunnen verhelpen en verdere schade kunnen beperken? Indien ja, welke maatregelen? Indien niet, waarom niet?

Rekening houdende met de hoge kostprijs voor een herstelling van de fundering, is er in Vlaanderen een vergoedings- of ondersteuningsmechanisme voor getroffen huiseigenaren? Indien ja, volstaat dat mechanisme? Indien niet, plant u dat nog verder uit te werken? Is er reeds overleg geweest met de lokale besturen? Indien ja, wat was de uitkomst van dat overleg? Indien niet, plant u nog dergelijk overleg te plegen?

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega’s, dank u voor het schetsen van de problematiek, die zowel bij mij als bij mijn diensten zeer bekend is. Dat is de reden waarom er zeer recent op de Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV) een themaloket Plastische Gronden werd uitgewerkt met informatie over de potentiële klei- en leemvoorkomens.

Op basis van het hydrogeologisch 3D-model van Vlaanderen en de bodemkaart is het potentieel voorkomen van de plastische kleien in beeld gebracht. Plastische gronden kunnen bij droogte water afgeven en dus krimpen, en bij hoge vochtigheid veel water opnemen. Als gevolg van ‘gewone/normale’ seizoensgebonden schommelingen treden bij deze gronden reeds volumeveranderingen op. Deze kunnen leiden tot differentiële zettingen van constructies indien het ontwerp en funderingstype hier onvoldoende rekening mee houdt, met schade tot gevolg. Bij extreme droogte zet de krimp zich verder in de diepte door en kan er zich differentiële zetting van de grond voordoen als gevolg van verschil in vochtgehalte rond en onder het gebouw. Dit kan schade veroorzaken indien de fundering onvoldoende diep is aangezet of indien het funderingstype niet voldoende is afgestemd op de eigenschappen van de ondergrond.

Belangrijk in de problematiek van het scheuren van huizen is dat deze gerelateerd is aan de samenstelling van de bodem en ondergrond, maar dus ook aan de stand van het grondwater, met verlaging door de droogte; aan een winning of een bemaling in de buurt; aan de technische eigenschappen van de gebouwen en hun funderingen. Zeker spelen ook aanplantingen errond een cruciale rol. Uiteraard kunnen er ook andere oorzaken zoals een lekkende waterleiding of riolering aan de basis liggen. Een technische expertise per schadegeval moet uitwijzen wat de oorzaak is van de zetting van de ondergrond en welke technische maatregelen specifiek voor de getroffen woning kunnen worden genomen. 

De gepubliceerde kaarten op DOV zijn geen risicokaarten. Dus enkel op basis van het potentieel voorkomen van de plastische kleien een kaart maken met het aantal woningen dat potentieel bedreigd wordt, zou te kort door de bocht zijn. Een combinatie van informatie over aanplantingen dichtbij de woningen, de staat en diepte van de funderingen, de relatie met de lokale grondwaterstand, samen met de eigenschappen van de ondergrond is noodzakelijk. 

Deze kleikaarten belichten dus nog maar een aspect van deze problematiek, en zijn de eerste aanzet voor een studie die het Departement Omgeving volgend jaar op de agenda heeft staan. De noodzaak voor een dergelijke studie over zwel- en krimpgedrag werd al eerder aangehaald in het expertenadvies ‘Geotechniek en geologie’.

Ons grondwater staat extreem laag, waardoor de kleien in de ondergrond extremer kunnen uitdrogen. De Blue Deal bindt de strijdt aan met waterschaarste en droogte en met het vermijden van het extreem wegzakken van de freatische grondwatertafel. Ik voorzie dan ook in financiële middelen om samen met de lokale besturen onthardingsprojecten en hemelwater- en droogteplannen en bijhorende projecten op te zetten, om water vertraagd af te voeren en infiltratie naar het grondwater te stimuleren.

Ik denk dat de Blue Deal geen seconde te laat kwam, als ik het zo mag zeggen.

De Blue Deal is een lijvig document. Daarin staat: ‘(…) een civieltechnische impact van droogte zoals verzakkingen als gevolg van structurele veranderingen in grondwaterdynamiek is niet uitgesloten.’ Het Departement Omgeving heeft aan mijn kabinet voorgesteld om deze problematiek meer aandacht te geven bij de uitrol van de Blue Deal, gezien de hoge impact, zeker ook op huishoudens. Ik zal deze bezorgdheid van het departement, dat een aanzienlijk deel van de Blue Deal met betrekking tot deze thematiek ter harte neemt, volgen.

De tweede vraag ging over kortetermijnacties. Er zijn verschillende zaken die op korte termijn zullen en kunnen gebeuren. Belangrijk is om te vermijden dat de grondwatertafel extreem wegzakt bij aanhoudende droogte. In de Blue Deal zijn heel wat acties opgesomd, zowel op het lokale als het regionale niveau. Het is aan alle spelers op het terrein om hierop in te zetten. De acties kunnen vandaag beginnen, zowel op het particuliere niveau als op het lokale niveau. En zoals ik al vaker heb aangegeven, is het spijtig dat er niet reeds veel vroeger aandacht werd besteed aan de risico’s van droogte. Ik denk dat we dat al lang wisten.

Een goed onderbouwde visie van het lokale niveau is noodzakelijk om de grondwaterstanden niet verder te laten verlagen. Ik lanceer hierbij nogmaals expliciet de oproep naar de lokale besturen om actief werk te maken van een hemelwater- en droogteplan, met hoog ambitieniveau op gemeentelijk of bovengemeentelijk niveau.

Verder wil ik een oproep doen aan hard getroffen provincies, steden en gemeenten om de schadegevallen te bundelen en te documenteren. Deze dossiers komen momenteel terecht bij de verzekeraars, maar het is ook nuttig om ze aan ons, het Vlaamse niveau, te bezorgen om een overzicht te krijgen van de locaties en de expertises die hieraan verbonden zijn. Deze informatie kunnen we meenemen in de al vermelde studie.

De vraag of ik mij bewust ben van deze problematiek heb ik al beantwoord. Ja, dus. 

De meeste schadegevallen doen zich inderdaad voor in Oost- en vooral West-Vlaanderen, waar kleien met een specifiek zwelgevoelige mineralogische samenstelling ondiep aan de oppervlakte komen. Maar ook in het oosten van Vlaams-Brabant komt diezelfde klei op een beperkt aantal plaatsen ondiep voor in de ondergrond. Deze informatie kan ook afgeleid worden uit het themaloket Plastische Gronden. De impact van het zwel- en krimpgedrag van de andere kleien, leem en glauconiet in relatie met de extreme droogte, moeten we nog beter in beeld brengen.

De belangrijkste maatregel om de bestaande infrastructuur te behoeden voor schade, is de grondwatertafel stabiel op een hoger niveau te krijgen, zoals ook duidelijk gemaakt in mijn antwoord op de vraag van de heer Danen. Daarvoor hebben we nu, zoals gezegd, de Blue Deal. Dat er ondiep klei voorkomt, hoeft niet altijd een risico te zijn. Niet alle kleisoorten in onze ondergrond gedragen zich op dezelfde manier bij een veranderende grondwatertafel.

Om de invloed van mineralogie, dikte, diepte, verweringsgraad enzovoort, van de verschillende kleisoorten op Vlaamse schaal beter in kaart te brengen is er bijkomend onderzoek noodzakelijk. Het Departement Omgeving zal in 2021 een onderzoeksproject opstarten genaamd ‘Invloed van veranderende watertafel op risico's door specifieke samenstelling van geologische ondergrond’. Hierin wordt een risicokartering voorzien, maar ook terreinwerk en laboproeven. Ook zal de invloed van leem en het in Vlaamse zanden vaak voorkomende mineraal glauconiet op het zwel- en krimpgedrag van gronden aan bod komen. Specifiek zal er een aanzet tot maatregelen mee vervat zitten in de studie. Het is nu dus nog te vroeg om al te kunnen aangeven welke maatregelen dat concreet zullen zijn. Dit te starten onderzoek is tevens mee opgenomen in de stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas 2022-2027. Deze plannen zijn vanaf 15 september 2020 tot en met maart volgend jaar in openbaar onderzoek.

Voor het in kaart brengen van de veenvoorkomens is er bij het Departement Omgeving al een studie lopende met de KU Leuven.

Ik wil ook terugkomen op de vraag van de heer Danen. We nemen zijn suggestie voor een ruimtelijke analyse mee op in de geplande studie: we doen een ruimtelijke analyse in relatie tot de samenstelling van de bodem en ondergrond.

De derde vraag: rekening houdende met de hoge kostprijs voor een herstelling van de fundering, is er in Vlaanderen een vergoedings- of een ondersteuningsmechanisme? Natuurrampen, waaronder aardverschuivingen en grondverzakkingen, vallen onder de verplichte risico’s van de brandverzekering.  

Artikel 124, §1, van de wet betreffende de verzekeringen definieert een natuurramp als volgt: “(…) hetzij een aardverschuiving of grondverzakking, te weten een beweging van een belangrijke massa van de bodemlaag, die goederen vernielt of beschadigt, welke geheel of ten dele te wijten is aan een natuurlijk fenomeen anders dan een overstroming of een aardbeving.”

Elk schadegeval moet afzonderlijk en op het terrein worden bestudeerd, waarbij men kijkt naar de oorzaak van de schade en mogelijke technische oplossingen. Uit het jaarverslag 2019 van de federale Ombudsman van de Verzekeringen blijkt dat verzekeraars echter vaak beargumenteren dat de dekking van zulke schadegevallen niet valt onder de natuurrampen, waaronder dus ook aardverschuivingen en grondverzakkingen, zoals opgenomen in de brandverzekering. Dit heeft belangrijke financiële gevolgen voor woningeigenaars. Goederen die al verzekerd zijn binnen de brandverzekering, komen nooit in aanmerking voor een vergoeding van het Vlaams Rampenfonds. Het Departement Omgeving gaat ervan uit dat de schadegevallen waarover het hier gaat, meestal wel vallen onder het eerder vermelde artikel.

De federale wetgeving zou een eenduidige interpretatie moeten afdwingen bij de verzekeraars, zodat de schade veroorzaakt door het inkrimpen van kleigronden wegens de aanhoudende droogte door een brandverzekering is gedekt. Ik zal, in overleg met de minister die bevoegd is voor het Vlaams Rampenfonds, deze problematiek aankaarten bij de federale minister bevoegd voor verzekeringen. Die verzekeraars zullen immers altijd wel redenen vinden waarom dit niet onder de wet valt. Ik denk dus dat we de druk moeten verhogen op dat vlak.

Er is specifiek over dit probleem nog geen overleg geweest met lokale besturen. Het is wel duidelijk dat de geplande studie zal moeten worden uitgevoerd met diverse partners en instanties. Ik zal dan ook nagaan hoe we de lokale besturen hier het best bij betrekken. Ik zal jullie verder op de hoogte houden. Ik hoop dat de steden, gemeenten en provincies ons die informatie over de aard en de locaties van de schadegevallen gerelateerd aan droogte en scheuren in huizen ook zullen overmaken. Dan kunnen wij op Vlaams niveau ook wat meer inzage in de onderliggende oorzaken hebben, en kunnen we de samenwerking met lokale besturen versterken in het kader van de uitbouw van Databank Ondergrond Vlaanderen.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Johan Danen (Groen)

Minister, dank u wel. Samenvattend, u zegt dat het probleem opgelost zou zijn indien onze waterhuishouding beter op orde zou zijn. Dat is natuurlijk het ultieme doel, daar moeten we naar gaan, maar op kortere termijn hebben we natuurlijk andere dingen nodig. Ik begrijp dat u nog wat dingen moet bestuderen. Dat is natuurlijk ook wel logisch, want dit is vrij nieuw, aangezien de grondwatertafels nog nooit zo laag zijn geweest, toch niet in de jongste honderd jaar. Ik onthoud ook vooral dat u het eigenlijk het heel onrechtvaardig vindt dat mensen die dit meemaken, zelf de kosten zouden moeten dragen. Normaal zou een brandverzekering dat moeten dekken. Ik denk dat eerlijk gezegd ook wel. Dat valt wat mij betreft helemaal onder dat artikel, en als dat niet zo is, dan zou het misschien wel onder een rampenfonds kunnen vallen, maar de eerste focus moet natuurlijk zijn dat de verzekeraars hun verantwoordelijkheid nemen. Ik ben alleszins blij dat u zegt dat u met de federale minister ter zake zult overleggen. Ik zal alleszins ook overleggen met mijn collega’s in het federale parlement om te bekijken of we dat dossier opnieuw wat hoger op de agenda kunnen krijgen.

De voorzitter

Mevrouw Ryheul heeft het woord.

Carmen Ryheul (Vlaams Belang)

Minister, dank u wel voor uw zeer uitgebreid antwoord. Ik ben blij te horen dat u en uw diensten zich bewust zijn van deze problematiek. Voor heel wat gezinnen betekent deze kwestie ook wat kopzorgen, en mogelijk ook wel een zeer aanzienlijke financiële kater. Ik noteer dan ook dat u op korte termijn een aantal acties plant, zowel op het particuliere als op het lokale vlak, en dat u oproepen lanceert naar de lokale en provinciale besturen.

Het is wel jammer om te horen dat u nog geen overleg hebt gepland met de lokale besturen, aangezien het toch voornamelijk die lokale besturen zijn die hier een grote impact op kunnen hebben. Er zijn wel intenties om dat te doen. Dat klinkt alvast hoopgevend. Ik zou het appreciëren als u ons daar verder van op de hoogte zou willen houden.

Tot slot is het ook goed dat u bevestigt dat er in de Blue Deal effectief een rol is weggelegd om tegemoet te komen aan deze problematiek. De huizenschade is in dit geval ook een rechtstreeks gevolg van de droogte. Bedankt, minister.

De voorzitter

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Freya Perdaens (N-VA)

Dit probleem is er bij uitstek een waarbij het voor de mensen ongelooflijk duidelijk wordt en dichtbij komt wat de droogteproblematiek aan rechtstreekse impact heeft. We hebben het er hier al geregeld over gehad. Soms lijkt dat wat flou en is het voor de mensen thuis niet altijd even duidelijk, maar dit soort problemen ligt natuurlijk heel erg dicht bij de mensen.

Het is goed om te horen dat het kabinet specifiek rond deze thematiek bijkomende actie in de Blue Deal bekijkt, minister. Voor de korte termijn sprak u over ontharden, vertraagd water afvoeren, bufferen, infiltreren. Dat zijn zaken die, zoals u zelf al aangaf, ook in een hemelwaterplan naar voren komen. U riep nogmaals op om die hemelwaterplannen uit te tekenen en daarop in te gaan. Ik volg dat zelf ook al een tijdje op, en wat mij opvalt bij heel wat gemeenten die aangeven er wel al mee aan de slag te zijn, is dat ze voornamelijk inzetten op een rioleringsplan of de afvoer van water. Er wordt bij de gemeenten die aangeven hier toch al heel lang mee bezig te zijn, nog heel erg weinig ingezet op het vasthouden van water. Het is nog niet bij elke stad of gemeente doorgedrongen dat dat iets is waar effectief op moet worden ingezet. Zijn er nog extra mogelijkheden om gemeenten bij de opmaak van detailhemelwaterplannen op onder meer deze problematiek te wijzen, om het belang van het opnemen van maatregelen richting dat waterbehoud te voorzien, en dus niet alleen om bij wateroverlast van het water af te raken, maar om zeker ook in te zetten op dat waterbehoud, iets wat nu steeds duidelijker wordt en steeds meer nodig is?

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Bart Dochy (CD&V)

Beste collega's, ik ben ook blij met het dubbele antwoord van de minister. We moeten inderdaad op de lange termijn voorkomen dat er nieuwe schade opgelopen wordt. Het is belangrijk om te kijken dat de grondwatertafel op peil wordt gehouden. Met de droogtes die we gehad hebben, is dat zeker niet evident, en ook niet met die specifieke kleilagen en de bovenstructuur van de zandlemige en zware leemgronden die erop liggen in die regio's.

Maar dat is natuurlijk geen oplossing voor de mensen die vandaag geconfronteerd worden met die extra kosten. Ik heb dienaangaande zelf ook een vraag ingediend aan minister Jambon, om te vragen in welke mate daar eventueel een tussenkomst van het Rampenfonds kan worden gegenereerd. Het is evident dat dat dan enkel de niet-verzekerbare delen betreft. Maar daar is inderdaad wel een grondige discussie over: wat wordt gedekt door de verzekering en wat kan niet gedekt worden volgens de wetgeving rond de verzekering en de landverzekering? Dit wordt in elk geval vervolgd, maar alleszins bedankt dat u deze bekommernis ook deelt.

Gwenny De Vroe (Open Vld)

Ik wou namens mijn fractie een gelijkaardige vraag stellen als collega Dochy, dus ik hoef dat niet meer te herhalen. Ik ondersteun namens mijn fractie volledig de vraag van collega Dochy.

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Het Rampenfonds valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse minister-president. Ik zal het er met hem ook over hebben, maar ik denk in eerste instantie dat we ook de verantwoordelijkheid van de verzekeraars niet zomaar uit de weg moeten gaan. Wij zullen vanuit het kabinet de problematiek te berde brengen bij onze federale collega.

Mevrouw Perdaens, uiteraard is het onze ambitie om ook meer in te zetten op het vasthouden van hemelwater – dat is ook zo opgenomen in de Blue Deal – zodat ook lokale besturen meer kijken naar infiltratie, terwijl men nu eigenlijk meer kijkt naar afvoer.

Lokale autonomie is blijkbaar een heilig principe. Ik ga er dus van uit dat alle lokale besturen en alle burgemeesters hun verantwoordelijkheid nemen want ik kan dat niet vanuit Brussel doen. De lokale besturen en de burgemeesters hebben hier een verpletterende verantwoordelijkheid.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Johan Danen (Groen)

Minister, we zijn het heel vaak eens. U zegt dat er een geïntegreerd beleid nodig is en dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Dat wordt altijd wel gezegd, natuurlijk. Ik onthoud vooral dat de gebiedsbeheerplannen, de Blue Dealplannen en het plaatselijke hemelwaterplan op elkaar moeten worden afgestemd om het probleem aan te pakken. Daar moeten we snel mee beginnen. De effecten zullen we pas op de middellange en de lange termijn zien. Op korte termijn moeten we ervoor zorgen dat de mensen die met scheuren in hun huizen te maken krijgen, alleszins niet op droog zaad blijven zitten. Ze moeten perspectief krijgen.

Ik ben het met u eens: eerst moet de verzekeringssector zijn verantwoordelijkheid nemen. Als ze dat nalaten, kunnen we misschien van een ramp spreken en komt het Rampenfonds in zicht. Ik heb begrepen dat u op dat vlak een aantal initiatieven wilt nemen. Ik blijf dit dossier verder opvolgen.

De voorzitter

Mevrouw Ryheul heeft het woord.

Carmen Ryheul (Vlaams Belang)

Minister, het gaat hier om een voor heel veel mensen zeer frustrerende problematiek. Ik kreeg deze week een mailtje van een verontruste Heulenaar. Dat is in de omgeving van Kortrijk. Hij woont op slechts anderhalve kilometer van mijn woning. Heel veel woningen in de omgeving van Kortrijk hebben met dit probleem te maken. Ik lees een kort stukje voor: “Onze woning vertoont barsten en de straat vertoont verzakkingen. Er is iemand van de stad Kortrijk komen kijken en hij heeft ons aanbevolen om de stad in gebreke te stellen, wat wij uiteraard onmiddellijk hebben gedaan via onze verzekering. Het voorval dateert al van begin dit jaar en onze verzekeringsmaatschappij heeft al meermaals een brief gestuurd naar de stad, maar er komt nooit een reactie. De problemen stapelen zich op omdat er hier meerdere zware voertuigen passeren omdat hier wekelijks de markt plaatsvindt. De barsten in de gevel worden erger en lopen nu door tot het behang van de woning, en ook de verzakking van de straat verergert.”

Dit is een van de vele getuigenissen. Dat bewijst nog maar eens dat de mensen die met dergelijke problemen worden geconfronteerd, hopeloos zijn en niet weten waar ze naartoe moeten. Ze worden van het kastje naar de muur gestuurd. Het is enorm belangrijk dat er in de nabije toekomst iets wordt gedaan en dat het voor die mensen duidelijk wordt waar ze terechtkunnen. Sommige mensen wonen ook alleen in het huis dat ze nu ernstig beschadigd zien. Zij verwachten dat de overheid zich minstens over hen bekommert. Het is belangrijk dat er maatregelen worden genomen. Ik ben dan ook gelukkig dat die er komen, zodat ook eventuele toekomstige voorvallen kunnen worden vermeden.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Publicatie van de versie 4.0 van de Vegaplan Standaard/G-040 A-BLees meer
 
 
Bladluizendruk in wintergranen vermindert stilaan Lees meer
 
 
Vogelgripevirus H5: uitbraak in MenenLees meer
 
 
Herevaluatie van de risico’s van hoogpathogene aviaire influenza subtype H5Nx Lees meer
 
 
Fraudebestrijding in landbouw en visserij - terugvordering Europese middelenLees meer
 
 
Nertsenhouderijen en COVID-19Lees meer
 
 
INTERPOM 2021Lees meer
 
 
ABV: Post-Covid: van Just-in-Time naar Just-in-Case!?Lees meer
 
 
Indeling afstroomzones per gebiedstype: wijziging uitvoeringsbesluit Lees meer
 
 
Verhogen markt- en prijstransparantie landbouw- en voedselmarkt: regelgeving Lees meer
 
 
Erkenning rampen 1 juni - 27 juli 2019 Lees meer
 
 
Aantal land- en tuinbouwers daalt jaarlijks, maar het aantal ongevallen in de sector nietLees meer
 
 
75% subsidie op je plantgoedLees meer
 
 
Laat het potentieel van je aardbeiplantgoed bij ons opvolgenLees meer
 
 
Bloemkool industrie zomer 2020 Lees meer
 
 
Einde indienperiode voor VLIF-steunaanvragen: 17/12/2020 Lees meer
 
 
KB betreffende de bestrijding van bruinrot in aardappelenLees meer
 
 
Gemiddeld 304 €/ha pacht per jaar Lees meer
 
 
Geharmoniseerde consumptieprijsindex oktober 2020 Lees meer
 
 
Dewulf lanceert de Enduro, haar nieuwe 4-rijige zelfrijdende rooier Lees meer