Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Vorig ArtikelVorig artikel Volgend artikelVolgend Artikel

 15 okt 2020 12:12 

Verscherpte coronamaatregelen voor seizoenarbeiders


Vraag om uitleg over verscherpte coronamaatregelen voor seizoenarbeiders van Karolien Grosemans aan minister Hilde Crevits

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Karolien Grosemans (N-VA)

Mijn vraag dateert van de tijd dat het fruit nog aan de bomen hing. Hier en daar gebruik ik een tegenwoordige tijd, terwijl er verleden tijd moet staan.

Minister, heel wat provincies legden, in navolging van beslissingen op gemeentelijk niveau, bijkomende maatregelen op aan land- en tuinbouwers die werken met seizoenarbeiders. Zo moeten arbeiders die uit rode of oranje zones komen, zich meteen laten testen en in afwachting van het resultaat in quarantaine geplaatst worden. Daarnaast zullen de telers de groep van seizoenarbeiders zo klein mogelijk moeten houden, tot maximaal tien personen per bubbel en is er een verplichting om dagelijks de temperatuur te nemen van de arbeiders. Indien er bij iemand binnen de bubbel van tien een vermoeden van besmetting is, dan moet de volledige bubbel afgezonderd worden. Dat gebeurde recent nog in Maasmechelen, toen 42 Portugese seizoenarbeiders in quarantaine geplaatst werden, nadat de kok van het gezelschap positief testte op COVID-19.

Ons land ontvangt jaarlijks heel wat seizoenarbeiders die in de landbouwsector aan de slag gaan. In mijn eigen provincie Limburg zijn dat er jaarlijks ongeveer twintigduizend, waarvan het merendeel in de fruitpluk wordt ingezet. Deze plukkers komen uit verschillende Europese landen, enkele daarvan hebben van Buitenlandse Zaken een code oranje of rood gekregen. Bijgevolg moeten heel wat arbeiders bij aankomst getest worden en in quarantaine worden geplaatst. Die controle is erg belangrijk, want deze arbeiders verblijven vaak in woongelegenheden met een gezamenlijke keuken en ontspanningsruimte en vaak komen ze ook in contact met de lokale bevolking. Eén besmette seizoenarbeider zou dus snel voor een besmettingshaard kunnen zorgen.

Dat gemeenten en provincies deze maatregelen nemen is positief, maar een knelpunt is wel de versnipperde aanpak. Ik denk daarom dat deze maatregelen ook vanuit Vlaanderen gestuurd of gecoördineerd kunnen worden. Daarnaast is de controle op de naleving van deze maatregelen enorm belangrijk, niet alleen voor de veiligheid van de seizoenarbeiders zelf, maar ook voor de veiligheid van de lokale bevolking.

Minister, zult u bijkomende maatregelen nemen om de aanpak van deze problematiek verder te coördineren?

Heel wat land- en tuinbouwers zullen de seizoenarbeiders waar ze mee werken, moeten laten testen. Hoe worden de kosten voor al die testen gedekt? Zijn die voor de rekening van de telers of van de arbeiders? In welke mate komt de Vlaamse overheid hier al dan niet tussen? Hoeveel testen werden er tot op heden bij seizoenarbeiders in de landbouwsector uitgevoerd?

Hebt u zicht op het aantal besmettingen dat bij seizoenarbeiders is vastgesteld? Worden die centraal geregistreerd? Indien ja, om hoeveel besmettingen gaat het? Indien niet, zou het dan niet zinvol zijn om dit te centraliseren?

Hebt u zicht op het aantal controles op het naleven van deze maatregelen op het terrein? Wie is er belast met die controles? Hoe wordt die aanpak gecoördineerd?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Grosemans, dat is een zeer uitbundige hoeveelheid vragen, als ik het zo mag zeggen. (Opmerkingen van Karolien Grosemans)

Ik deel net als ieder weldenkend mens uw bezorgdheid over COVID-19 in het algemeen en in het bijzonder met betrekking tot de seizoenarbeid. Uit heel nauwe contacten op het terrein kan ik melden dat de provincies hun aanpak maximaal coördineren met de werkgeversorganisaties en dat de vijf Vlaamse provincies zo een gelijkaardige aanpak proberen te houden. De verdere coördinatie tussen de provincies en de lokale besturen zorgt ervoor dat de aanpak over heel Vlaanderen tot nog toe gelijk was en ik ga ervan uit dat dat in de toekomst ook zo zal blijven.

Eergisteren heeft de gouverneur van Limburg, Jos Lantmeeters, het politiereglement over de coronamaatregelen voor seizoenarbeiders verlengd tot 30 november. Ik ga ervan uit dat hierover ook verdere gecoördineerde afspraken gemaakt zullen worden.

De sociale partners staan ook in nauw contact met de bevoegde federale overheden, zodat ook daar telkens nauwe afstemming mee is.

De organisatie PreventAgri heeft samen met de sector checklists opgemaakt. Daar staan maatregelen in opgelijst inzake verplaatsing naar de velden en het middagmaal. Die zijn in de collectieve arbeidsovereenkomst (cao), die werkgevers en werknemers afsloten, opgenomen en ook door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO) goedgekeurd. Daarbij zijn ook afspraken om na akkoord van de werknemers dagelijks temperatuurmetingen te doen. Om deze maatregelen te ondersteunen zijn posters in verschillende talen uitgewerkt om de telers en seizoenarbeiders te helpen in het toepassen van de maatregelen. Er is op het terrein dus bijzonder veel werk verzet. Ik blijf de problematiek natuurlijk met aandacht opvolgen voor onze land- en tuinbouwers.

Uw verwijzing naar een COVID-19-uitbraak bij arbeiders had geen betrekking op seizoenarbeid in de land- en tuinbouw, maar situeerde zich in de wegenbouw. Dat wil niet zeggen dat er nog geen besmettingen geweest zijn binnen de groep van seizoenarbeiders, maar uit de signalen die ik krijg van het terrein blijkt dat men dit heel nauw opvolgt en dat er tot nu toe geen grote problemen geweest zijn.

Ik besef dat de huidige door de telers te nemen noodzakelijke maatregelen in de drukte van de oogstwerkzaamheden voor de familiale ondernemingen een niet te onderschatten extra belasting vormen. Ik vraag echter expliciet om ook deze maatregelen nauwgezet te blijven naleven. Ik heb vanuit het terrein bijzonder veel respect voor de manier waarop men de maatregelen op een zo goed mogelijke wijze probeert na te leven.

Wat uw tweede vraag betreft, hebben de sociale partners een systeem uitgewerkt waarbij de kosten voor het testen altijd worden gedekt. Het financiële mag immers geen drempel vormen voor werkgevers om werknemers uit rode en oranje zones te testen. Het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) betaalt de testen terug als ze verplicht zijn en als er al een Dimona-aangifte gebeurd is. De provincies verplichten de testen. Het tijdstip van test, voor of na Dimona, bepaalt dan of de test via het RIZIV terugbetaald wordt of niet. Omdat een werkgever zo snel mogelijk wil testen, is nog niet altijd een Dimona-aangifte gebeurd op het moment van de test. Daarom hebben werkgevers en vakbonden beslist om voor alle testen, ook als het RIZIV niet tussenkomt, een tussenkomst van 70 euro per test terug te betalen aan de werkgever, omdat het eigenlijk een goede reflex is om zo snel mogelijk te testen. Dit is binnen de sector ook gecommuniceerd. De aanvraagprocedure voor de terugbetaling is nog lopende. Exacte cijfers van het aantal uitgevoerde testen heb ik dus nog niet. Vlaanderen komt hier niet in tussen, omdat die kosten sowieso gedragen worden, hetzij door de federale overheid, hetzij door de sociale partners.

Zoals ik al zei, heb ik geen zicht op het aantal besmettingen bij seizoenarbeiders. De sociale partners volgen dit wel nauwgezet op in hun dagelijkse contacten met het werkveld, maar dat is geen gecentraliseerd aantal. Ze hebben wel een onrechtstreekse indicator, omdat er ook woonunits gereserveerd zijn voor bedrijven die een quarantaine-unit nodig hebben. Op basis van het nog zeer beperkt gebruik daarvan, is de inschatting dat er minder dan vijftig besmettingen geweest zijn op deze bedrijven. Maar nogmaals, dat is berekend op basis van het gebruik van quarantaine-units.

Ik denk dat het belangrijk is dat bevestigde coronagevallen zo snel mogelijk geïsoleerd worden, in quarantaine gaan, en dat de contacttracing wordt toegepast. Cijfers zijn een indicator, maar het nauwgezet volgen van de procedure is hier ook van belang.

Ten slotte, wat betreft de controles: de werkgevers staan in nauw contact met de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO). De FOD WASO is bevoegd voor het uitwerken van de coronamaatregelen bij tewerkstelling.

De Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) zorgt in deze fase voor controle. Er is een campagne die loopt tussen 20 augustus en eind september, de ‘flitscontrole’. Dat is boven op de normale controles die de FOD WASO vroeger al deed. Het federale toezicht op de sector is dus echt voldoende om in de praktijk te zien of de maatregelen al dan niet worden nageleefd. De ‘flitscontrole’ is vandaag aflopend, ik heb daar dus nog geen exacte aantallen over.

Het is misschien een uitgebreid antwoord, maar de vragen waren ook bijzonder uitgebreid.

De voorzitter

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Karolien Grosemans (N-VA)

Minister, ik dank u voor u uitgebreid antwoord. Ik heb zelf na de lockdown verschillende landbouwbedrijven bezocht. Er zijn inderdaad bergen werk verzet om maatregelen te nemen en die worden enorm nauwgezet opgevolgd.

Ik merkte ook veel opluchting op het terrein. Als ik vroeg hoeveel procent van de seizoenarbeiders ze hadden kunnen binnenhalen, lag dat cijfer meestal rond de 80 procent. Er was dus heel veel opluchting, omdat ze enorm ongerust waren dat het fruit aan de bomen zou blijven hangen en dat uiteindelijk niet het geval was. Ik kreeg daar trouwens heel wat lof, ook voor uw samenwerking met de VDAB.

Waarover er wel wat ongerustheid was en ik wat moeilijkheden hoorde, was het versnipperde beleid op dat ogenblik. Er waren Europese maatregelen, federale, Vlaamse, en ook op provinciaal niveau: Limburg, Vlaams-Brabant. Dat is zeker niet slecht bedoeld en het is helemaal geen kritiek. Het overkwam ons allemaal, het was roeien met de riemen die we hadden. Maar ook gemeenten begonnen nog eens aparte maatregelen te nemen en waren zo soms het zicht op het geheel wat kwijt. Het zal u niet verwonderen dat ik er hier voor pleit om zoveel mogelijk op Vlaams niveau te coördineren.

Ik hoor dat er geen gecentraliseerd cijfer is. Zal dat er in de toekomst wel nog komen? In Onderwijs weten we exact hoeveel leerkrachten en hoeveel leerlingen er gestopt zijn. Ik vraag het maar omdat goed monitoren interessant kan zijn om zo snel mogelijk maatregelen te kunnen nemen. Het lijkt me wel belangrijk dat er geen stempel wordt gedrukt op landbouwbedrijven. Het aantal besmettingen: ja, maar het lijkt mij niet nodig om de bedrijven vrij te geven waar die besmettingen zijn.

Ten slotte heb ik nog een vraag in verband met de huisvesting. De Vlaamse overheid heeft in het decreet normen vastgelegd voor de tijdelijke huisvesting van die seizoenarbeiders, die rekening houden met de specifieke behoeften en problemen van de landbouwsector. Zijn die normen voldoende streng en houden ze voldoende rekening met de problematiek van de … (onverstaanbaar) …

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Stefaan Sintobin (Vlaams Belang)

Voorzitter, vorige keer heb ik collega Ongena verrast door te stellen dat ook wij, onze fractie, het inzetten van seizoenarbeiders konden goedkeuren en dat we daar voorstander van waren, al was het maar omdat dat voor een tijdelijke periode is.

Ik ben natuurlijk tevreden met het antwoord van de minister. Ik ben ook tevreden dat er weinig besmettingen zijn onder die seizoenarbeiders. Collega Grosemans haalt het net aan en het verwondert mij zelfs een beetje. Ik weet wel dat landbouwers er alles aan doen om alles zo coronaproof mogelijk te maken. Maar u weet wellicht ook, minister, collega Grosemans, dat de meesten van die seizoenarbeiders klein behuisd zijn. U vraagt naar de normen. Ik heb in bepaalde bedrijven – en ik spreek niet alleen over landbouwbedrijven – vastgesteld dat die mensen uit noodzaak op heel kleine oppervlaktes samenleven. Daarom ben ik uiteraard tevreden dat dat niet heeft geleid tot uitbraken in de landbouwsector.

Minister, hoe kunnen we dat opvolgen en hoe kunnen we dat beter controleren? Dat is allemaal niet zo evident, maar het is een goede zaak dat er niet echt uitbraken zijn geweest.

Tot slot, mevrouw Grosemans, u pleit een beetje tegen versnippering van beleid in die sector. Ik begrijp dat wel, maar u zult gisteren en vanmorgen wel gehoord hebben dat men van plan is om juist gericht maatregelen te nemen op lokaal niveau omdat het niet altijd evident is om algemene maatregelen overal toe te passen, niet alleen voor de landbouwsector maar ook voor een pak andere sectoren.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega's, dank u wel voor de aanvullingen. Mevrouw Grosemans, dank voor de appreciatie. We hebben heel veel inspanningen geleverd om onze seizoenarbeiders hier te krijgen want de mensen hadden soms een beetje angst om naar hier te komen.

Er zijn uiteindelijk geen acute of grote tekorten geweest. We hebben dat kunnen managen. Onze jobstudenten hebben in een aantal gevallen ook bijgesprongen, dat was een goede zaak.

Het klopt wat zowel collega Grosemans als collega Sintobin zeggen, namelijk dat het belangrijk is om heel nauw contact te houden om een goed beeld te krijgen op die besmettingen. Het Cataractdecreet regelt de huisvesting, samen met de maatregelen die nu naar aanleiding van corona genomen zijn door de sector, namelijk voldoende afstand houden en minder personen per vierkante meter. Ik denk niet dat we extra moeten ingrijpen.

Ik heb trouwens zelf een bezoek gebracht aan een paar bedrijven en men heeft daar de bubbelredenering ook bij de seizoenarbeiders goed gemaakt. Ik denk dat dat de reden is waarom het lukt, mijnheer Sintobin. In het bedrijf waar ik was, regelde de vrouw des huizes de huisvesting van de seizoenarbeiders. Dat was een hele klus dit jaar. Zij hebben aparte units en zij zorgde ervoor dat de mensen die in een unit samen zitten ook altijd samenwerken en niet met de anderen in contact komen. Ze zijn inderdaad wel klein behuisd, mijnheer Sintobin, dat klopt. Ze hebben dat wel goed gevonden. Ze hebben ook richtlijnen gekregen. Dat is de reden waarom het ook gelukt is om besmettingen te vermijden. Wanneer besmettingen uitbreken op landbouwbedrijven, zou de catastrofe niet te overzien zijn. Door de angst daarvoor heeft men het heel goed kunnen doen verlopen. Dit als aanvulling op jullie vragen.

De voorzitter

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Karolien Grosemans (N-VA)

Minister, dank u wel voor de uitgebreide toelichting. Normaal gezien zou ik zeggen dat we de coronamaatregelen bij de seizoenarbeiders zeker verder opvolgen, maar ik hoop dat ik dat niet meer verder moet opvolgen en dat we er volgend jaar vanaf zijn.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Subsidies voor landschapsbeheer door landbouwers Lees meer
 
 
Vautmans stemt vóór nieuw GLB Lees meer
 
 
Statistisch overzicht België pre-CoronaLees meer
 
 
Ongevallen met landbouwvoertuigen Lees meer
 
 
Jachtrecht Lees meer
 
 
Diepvriesfriet - Handelsbelemmeringen Lees meer
 
 
Compendium bemonsterings- en analysemethodes in het kader van het Mestdecreet (BAM)Lees meer
 
 
Klimaatfonds negeert maatschappelijke baten van koolstofvastlegging in landbouwbodems Lees meer
 
 
Provincie investeert in innovatief realtime meetsysteem voor waterstandenLees meer
 
 
De klimaatvooruitzichten voor 2100: extreme stormen, overstromingen, hittegolven en droogteLees meer
 
 
Plannen Colruyt om landbouwgrond te verwervenLees meer
 
 
Stimuleren van de biodiversiteit in de landbouw Lees meer
 
 
Verscherpte coronamaatregelen voor seizoenarbeiders Lees meer
 
 
Lage melkprijs bij Milcobel Lees meer
 
 
Gevolgen voor de Vlaamse varkenshouderij van de vaststelling van Afrikaanse varkenspest in DuitslandLees meer