Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 30 mei 2020 10:27 

Over de winderosie


Vraag om uitleg over hagen en heggen in het rurale landschap van Mieke Schauvliege aan minister Zuhal Demir

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Mieke Schauvliege (Groen)

Op 13 mei verscheen een artikel in de Standaard over winderosie in Vlaanderen. Ik had dat artikel niet nodig om te weten dat er een probleem is. In de streek waar ik woon, was dit heel duidelijk merkbaar.

De afgelopen dagen en weken waren droog en windering. In de zandige streken van Vlaanderen, zoals de Kempen en Zandig Vlaanderen, waren grote stofwolken te zien. Dat zijn ook de streken die zeer kwetsbaar zijn voor winderosie. Hierdoor verdwijnt de vruchtbare toplaag van de akkers. Winderosie veroorzaakt duinvorming en ophoping van zand in grachten, greppels en op de weg.

Het is al een hele tijd droog en we hebben meer winderosieperiodes als gevolg. Een van de redenen van winderosie zijn de grootschalige naakte akkers zonder omzoming van hagen, heggen en andere kleine landschapselementen die zorgen voor een windbrekende werking.

In antwoord op een schriftelijke vraag over illegale vernietiging van natuur gaf de minister mee dat er in 2019 18 kilometer haag en heg verdwenen is. Ook in 2018 was dat het geval. Voor hagen en heggen lijkt het erop dat we niet goed weten of dit wel het volledige plaatje is. Mogelijks is het maar het topje van de ijsberg. De Waalse Regering heeft de ambitie om 4000 kilometer haag of heg aan te leggen. In de Vlaamse beleidsnota staan er niet echt cijfermatige ambities over het aanplanten van hagen, heggen of andere kleine landschapselementen. Nochtans zijn ze een belangrijke landschapsdrager. Ze zijn niet alleen belangrijk in de discussie over winderosie, maar ook voor de biodiversiteit. Ze betekenen een heel ecosysteem op zich en vervullen heel wat ecosysteemdiensten. Het is dan ook cruciaal dat we een verdere achteruitgang voorkomen en daar maatregelen tegenover stellen.

Minister, in Vlaanderen worden er nauwelijks beleidsinitiatieven genomen inzake winderosie. Welke initiatieven zullen worden genomen om de winderosie op een gecoördineerde wijze tegen te gaan? In de krant stond een kaartje met de gebieden die gevoelig zijn. Zijn er meer actieve meetcijfers over?

Minister, bent u akkoord dat hagen, heggen en andere landschapselementen een belangrijke rol spelen om winderosie tegen te gaan en ook cruciaal zijn voor de biodiversiteit?

Wat is uw ambitie om het aantal hagen en heggen uit te breiden in het rurale landschap,  uitgedrukt in kilometer haag per jaar? Hoe zult u dit aanpakken?

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega Schauvliege, ik dank u voor uw vraag.

Het erosiebeleid in Vlaanderen is vooral gericht op het voorkomen van watererosie. Deze vorm van erosie is in Vlaanderen namelijk veruit de meest voorkomende, met jaarlijks weerkerende problemen van bodemverlies en schade aan waterlopen, dorpskernen en rioleringen. Winderosie daarentegen is in Vlaanderen enerzijds minder voorkomend en anderzijds een meer plaatselijk probleem dat bovendien sterk gekoppeld is aan droogte. De gevolgen zijn dan ook beperkter. Het Vlaams winderosiebeleid is daarom vooral een stimulerend beleid. Er zijn heel wat maatregelen die werkzaam zijn tegen watererosie. De Vlaamse overheid beveelt landbouwers aan om de erosiemaatregelen die via de randvoorwaarden verplicht zijn op de zeer hoog en hoog watererosiegevoelige percelen, ook toe te passen op alle minder erosiegevoelige percelen. Deze maatregelen vallen onder het landbouwbeleid en zijn bijgevolg een bevoegdheid van collega Hilde Crevits. Via beheerovereenkomsten kunnen landbouwers ondersteuning krijgen voor het onderhoud.

Winderosie is in de eerste plaats een bodemkundig probleem en moet daarom brongericht worden aangepakt. Een goed bodemorganisch stofgehalte is belangrijk om bodemaggregaten weerbaar te maken tegen de inwerkende kracht van wind. Een grotere bodemruwheid door velden niet te fijn te bewerken en oogstresten aan de oppervlakte te laten liggen, helpen de snelheid en dus de impact van de wind aan de oppervlakte te verlagen. Het toepassen van niet-kerende bodembewerking helpt om zowel het bodemorganische stofgehalte aan de oppervlakte te verhogen als om de bodem ruwer te maken. Naast deze maatregelen op het veld zijn maatregelen naast het veld eveneens belangrijk. Hagen, heggen, houtkanten die loodrecht staan op de heersende, erosieve windrichting, helpen de impact van de wind te milderen. Kleine landschapselementen zoals hagen en houtkanten, maar ook percelen zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Ze hebben verschillende functies voor het leefgebied van vogels, zoogdieren, planten enzovoort en zijn ook een belangrijk element van natuurverbinding. Ze zijn ook een bron van autochtoon genetisch materiaal van diverse inheemse boom- en struiksoorten.

Wat is mijn ambitie om het aantal hagen en heggen uit te breiden? We zien dat Wallonië daar in zijn beleid fel op ingezet heeft. De Vlaamse Regering engageerde zich in het regeerakkoord om binnen het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) versterkt in te zetten op zogenaamde niet-productieve investeringen in de landbouw, waaronder de aanleg van kleine landschapselementen. Landbouwers kunnen via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) de aanplant van hagen, heggen of houtkanten volledig vergoed krijgen.

Verder kunnen ook andere grondgebruikers natuurlijk inspanningen doen om het areaal uit te breiden. Vaak kunnen ze hiervoor een beroep doen op een subsidie van de gemeente of de provincie. Het is hierbij wel belangrijk om steeds streekeigen soorten aan te planten en een goed beheer toe te passen, zodat de aangeplante elementen zo goed mogelijk ecologisch functioneren.

Ik zal in elk geval eens bekijken wat de collega’s in Wallonië doen voor de hagen. Het intrigeert me wel. Ik kan nu nog niet zeggen hoeveel kilometer dat zal worden, maar ik wil wel eens bekijken hoe we dat in Vlaanderen kunnen implementeren.

De voorzitter

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Mieke Schauvliege (Groen)

Hartelijk dank, minister, voor uw antwoord en ook voor uw bereidheid om in Wallonië na te gaan hoe men het daar aanpakt.

Ik hoor enerzijds in uw antwoord dat u op het vlak van biodiversiteit het belang van kleine landschapselementen en hagen en heggen onderschrijft, maar anderzijds minimaliseert u de rol van hagen en heggen als scherm tegen winderosie. U geeft de boeren en de goede bodemopbouw de volledige verantwoordelijkheid. Ik denk dat het wellicht zo is dat een goede bodemopbouw daarin een zeer belangrijke rol speelt, maar die windbreking is ook een belangrijk element. U geeft aan dat het niet in heel Vlaanderen een probleem is, slechts in bepaalde streken, maar naast de manier waarop we aan landbouw doen, heeft het ook veel met de droogte te maken. Ik denk dat het ook heel belangrijk is om daar voldoende aandacht aan te besteden. Hoewel ik blij ben dat u naar Wallonië wilt kijken voor tips, vind ik het jammer dat er geen duidelijke of harde doelstellingen naar voren worden geschoven, temeer omdat dat ook echt belangrijke verbindingen zijn tussen de verschillende biodiversiteitseilanden. Hopelijk stevenen we nu niet af op een ecologische woestijn in ons landbouwgebied. Het is echt belangrijk dat we daarvoor ook echt inspanningen doen. Ik heb die vraag ook aan minister Crevits gesteld. Het antwoord daar was dat het de verantwoordelijkheid van de individuele landbouwer is. Het lijkt wat op wat ik hier hoor. Ik denk dat we de ambitie moeten opschroeven. Het is natuurlijk een stuk de verantwoordelijkheid van de individuele landbouwer, maar we moeten hem maximaal stimuleren om die verbindingen te kunnen maken. Dat kan financieel met subsidies, en dat zal hoe dan ook een onderdeel zijn van het GLB en de maatregelen die Europa naar voren schuift. Maar daarnaast denk ik dat het ook belangrijk is om goede doelstellingen naar voren te schuiven, zodat die ook wel degelijk op het terrein worden gerealiseerd.

Daarom vraag ik u dit: maak daar ten eerste alstublieft heel concrete doelstellingen van zodat we die op het terrein kunnen realiseren. Controleer ten tweede ook verder het verdwijnen van die hagen en heggen, want ik verwijs nogmaals naar het antwoord op mijn schriftelijke vraag. 18 kilometer haag op een jaar verdwijnt. Ik denk dat het verdwijnen van hagen nog veel sneller onzichtbaar kan gebeuren dan bossen. Ik weet niet of dat het volledige beeld is of maar een deel ervan. Maar zelfs als dat het volledige beeld is, dan is dat elk jaar de afstand tussen Gent en Aalter die verdwijnt. Dat is toch een grote afstand haag.

Ik denk dus dat we een tandje moeten bij steken en duidelijke, concrete meetbare doelstellingen naar voren moeten schuiven, vanwege de winderosie en vanwege de biodiversiteit. Ik wil daar wel toe aandringen en vragen om dat grondig te onderzoeken, en te zorgen dat we wel degelijk stappen in de goede richting zetten. Laat ons de verantwoordelijkheid niet alleen op de schouders van de individuele landbouwer leggen.

De voorzitter

De heer Pieters heeft het woord.

Leo Pieters (Vlaams Belang)

Ik wil even tussenkomen omdat het een feit is dat al decennia meegaat. Als ik het goed voorheb, is er zelfs in de late jaren zestig een campagne geweest van de Volksunie. Het gaat dus al aardig wat jaren mee. Ik vind dit niet slecht, maar je moet het meetbaar maken. Je moet het gebruiksvriendelijk maken. Want als je het over hagen en heggen van 1 meter hoog hebt, welk effect heeft dat dan? Een bomenrij waarbij bomen tot 20 meter hoog gaan, dat zijn landschapselementen waar je misschien wel iets aan hebt. Bij zulke hagen- en heggenlandschappen heb je ook de vraag hoe groot de akker of de weide mag zijn opdat het voldoende effect heeft. Men moet het dus meetbaar maken.

Ik heb hier een tiental jaar geleden al eens de vraag gesteld, omdat we in mijn woonplaats een vrij unieke omschrijving hebben. Daar zitten we met rasterlandbouw. Daarbij zijn alle percelen omringd door hoge landschapselementen, en dan heb ik het inderdaad over bomen, bomenrijen met begroeiing tussen. In welke mate heeft dat daar effect, en in welke mate kan dat op andere plaatsen worden toegepast?

Moet er subsidiëring zijn? Ja, maar ook daar zijn er al eerder subsidies uitgereikt voor zulke landschapselementen. Wat gebeurt er dan als de landbouwer na drie, vier jaar zegt dat het hem te veel hindert? Daardoor zijn veel van die landschapselementen ook verdwenen. Dat hindert inderdaad bij de werkzaamheden op de akker, en daarom worden ze er soms uitgegooid.

Nogmaals: hoe groot mag een perceel zijn om al dan niet effect te hebben? De meetbaarheid daarvan is toch wel belangrijk. Ik dank u.

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Tinne Rombouts (CD&V)

Ik wil nog kort even aansluiten bij deze vraagstelling. Het is inderdaad reeds besproken bij de commissie Landbouw, en ik denk dat eenieder bezorgd is over hoe we duurzaam moeten omgaan met onze bodem.

Zoals de minister ook aangeeft, zijn bodem, vruchtbaarheid en het organisch gehalte van de bodem heel belangrijke parameters. De vraag naar hagen geeft ons ook het gevoel dat ze een rol zouden kunnen spelen bij erosie, bij winderosie. Maar er is een genuanceerd antwoord in dezen. Collega Schauvliege, u geeft aan dat u daar twijfel over hebt. Omgekeerd hebben we dat ook wel gehoord bij de minister van Landbouw. In die zin is daar ook de suggestie gegeven om dat nauwer en verder te onderzoeken. Ik denk dat eenieder weet dat hagen ook een meerwaarde hebben in het kader van biodiversiteit, en dat ze ook in het kader van landschapselementen – de horizon, de beleving – zeker een waarde hebben.

Maar als we het effectief gericht zouden inzetten op het vlak van winderosie is het wel belangrijk dat we ook zeker zijn over het effectieve effect daarvoor, en de kennis daaromtrent. Hoe zou het moeten gebeuren als het een belangrijk effect zou hebben?

Minister, in die zin zou ik u ook willen vragen of u dat wilt ondersteunen, om daar een beter en scherper zicht op te krijgen. Indien het inderdaad efficiënt en interessant kan zijn, is het positief stimuleren daarvan een mogelijke actie. In het kader van de beheersovereenkomsten, waar we vandaag toch ook al de kleine landschapselementen in hebben, denk ik dat het misschien een interessant element zou kunnen zijn om dat daar wat breder open te trekken.

Als we mensen stimuleren om iets te doen, moet het effect ook bewezen zijn en worden aangetoond. Het is de beste stimulans opdat landbouwers er zelf de stap naartoe zullen zetten.

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Dank u voor de verschillende tussenkomsten.

Ik heb de rol van heggen en hagen in de windbreking niet geminimaliseerd. De wetenschap toont wel aan dat het effect van hagen en heggen als windbreker in grootschalige landschappen eerder beperkt is. Daarom wil ik dat eens goed onderzoeken hoe dat allemaal in elkaar zit. Ik wil niets zeggen dat we achteraf niet kunnen doen.

Daarnaast zal ik natuurlijk in overleg gaan met minister Crevits en bekijken wat we kunnen doen en op welke manier.

Mijnheer Pieters, ik neem de bekommernis mee. Als we iets subsidiëren, moeten we duurzaamheid in acht nemen. Dat is de evidentie zelf.

De voorzitter

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Mieke Schauvliege (Groen)

Ik ben blij dat u bereid bent om het te onderzoeken. Ik hoor heel veel voorzichtigheid op dat vlak terwijl we naast het effect van winderosie het belang van de biodiversiteit moeten onderschrijven. Het is alleszins een maatregel die op veel vlakken zeer positief is. Ik zou toch nog eens willen vragen om het grondig te onderzoeken, niet alleen inzake winderosie maar om ook het totale ecosysteem mee te nemen en om de doelstellingen voor Vlaanderen te formuleren zodat we stappen vooruit zetten. U kunt namelijk niet ontkennen dat het aantal hagen en heggen in ons Vlaams landschap drastisch is afgenomen de afgelopen decennia. Het zou goed zijn om daar een inhaalbeweging te maken.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Corona: steun uit noodfonds voor siertelers en aardappeltelers goedgekeurdLees meer
 
 
Welzijn konijnen in fokkerijen Lees meer
 
 
Steunregelingen GLB: wijziging voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwersLees meer
 
 
Actuele grondwaterstandenLees meer
 
 
Vijfjaarlijkse evaluatie van de toepassing van het decreet LandinrichtingLees meer
 
 
Activiteitenverslag 2019 van het Vlaams LandbouwinvesteringsfondsLees meer
 
 
Vragen over exportsteun voor de landbouwsector Lees meer
 
 
Bestrijdingsmaatregelen tegen de wortelknobbelaaltjes Meloidogyne chitwoodi en M. fallax Lees meer
 
 
Rampenfonds vanaf 2020Lees meer