Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 12 dec 2019 06:40 

Erkenning van Vlaanderen als aparte agrarische productie-entiteit


Vraag om uitleg over de erkenning van Vlaanderen als aparte agrarische productie-entiteit van Sofie Joosen aan minister Hilde Crevits

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Sofie Joosen (N-VA)

De Afrikaanse varkenspest die Wallonië trof, leidde tot een ban op Belgisch varkensvlees in een groot aantal landen. De economische schade wordt op zo’n 500 miljoen euro geschat. Dat is een bittere pil voor de vleesexportsector, die grotendeels Vlaams is. Er werd in Vlaanderen nochtans geen enkele besmetting vastgesteld.

Het regeerakkoord was hierover dan ook duidelijk wat betreft eventuele remediëring: “Meer aandacht moet gaan naar het opbouwen van stabiele relaties zodat exportstromen niet onderbroken worden met impact op onze producenten. Daarnaast is er nood aan de mogelijkheid tot opdeling van het productiegebied zodat Vlaanderen wel kan blijven exporteren indien er problemen zijn in Wallonië.”

In de plenaire vergadering van woensdag 9 oktober 2019 gaf u in uw antwoord op een vraag van collega Coenegrachts aan dat hier concrete stappen voor ondernomen dienden te worden:

“Wat de Aziatische markten betreft: op dit ogenblik is er wel nog export mogelijk naar Vietnam en India. Daar werkt men al op basis van het principe van de regionalisering. (…) we moeten inderdaad proberen die regionalisering erdoor te krijgen. Het hangt af van land tot land en van diegenen waarmee je handel drijft. Zij kunnen Vlaanderen erkennen als een wat dat betreft autonoom te beschouwen regio, ofwel bekijken zij het hele land.”

Welke aanpak beoogt u wat betreft de effectieve internationale erkenning van Vlaanderen als een aparte productie-entiteit inzake land- en tuinbouw? In hoeverre dient deze erkenning apart verkregen te worden bij alle handelspartners? Erkennen wij in dit proces ook regionale opdelingen bij onze handelspartners? Zo ja, op welk niveau?

Beschouwt de Europese Unie in haar internationale handelsakkoorden de positie van de regio’s als aparte agrarische productie-entiteiten, voor zover de relevante beleidsinstrumenten ook in regionale handen zijn? Zo ja, wordt de erkenning van die opdeling gemaakt volgens het wederzijdse handelsakkoord? Zo nee, is dit een wenselijke praktijk? Hoe wensen we die te verkrijgen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Een aantal aspecten van uw vraag zijn al aan bod gekomen tijdens de plenaire vergadering en de bespreking van de beleidsnota hier in de commissie. Het internationale handelsbeleid valt niet onder mijn bevoegdheid, maar als u mij vraagt naar mijn mening als landbouwminister, dan zal ik u die uiteraard geven.

Wat de aanpak betreft: net als het landbouwbeleid is het internationale handelsbeleid een bevoegdheid die zich vooral op het niveau van de Europese Unie situeert. Bij handelsbetrekkingen treedt de Europese Unie altijd als één blok op. Onze eengemaakte markt telt 500 miljoen consumenten, en je kunt natuurlijk meer gewicht in de schaal leggen wanneer je je als één blok opstelt, dan wanneer elke lidstaat apart zou gaan onderhandelen.

Een opdeling in productiegebieden voor export van agrovoedingsproducten kun je alleen door samenwerking bereiken. In eerste instantie moeten we dit met de andere gewesten en de federale overheid overleggen, en in consensus bepleiten. Een voorbeeld van een dossier waarin we erin slaagden een intra-Belgische consensus te bereiken, is de export van varkensvlees. Maar daar zal ik straks verder op ingaan, bij de vraag van collega Sintobin.

Hoe kunnen we die erkenning apart krijgen bij alle handelspartners, en hoe erkennen wij de regionale opdelingen? Ik ga die twee vragen samen beantwoorden. Als je handel drijft, doe je dat sowieso op basis van wederkerigheid. Dat betekent dat als je zelf iets voorstelt, het goed is dat de handelspartner daarmee instemt, en omgekeerd.

Er wordt internationaal dus niet gewerkt met erkenningen, maar met toelatingen voor markttoegang, op basis van fytosanitaire aspecten. Het woord ‘fytosanitair’ slaat op de veiligheid van plantaardige of dierlijke producten. Ik geef dat maar mee, omdat er vaak nieuwe woorden opduiken, die nieuw zijn voor mij. Als je nu en dan uitleg krijgt, dan is dat ook goed voor mijn eigen kennis.

Ook al heeft de Europese Unie een handelsakkoord gesloten met een derde land en dekt dat akkoord alle 28 lidstaten, toch kan men dat niet zomaar uitvoeren als er op fytosanitair vlak nog twijfels zijn bij dat derde land.

Meestal vraagt dat derde land dan van de betrokken nationale voedselwarenautoriteit – bij ons is dat het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) – een uitgebreid dossier om garanties te verkrijgen op vlak van die fytosanitaire aspecten. Dat derde land beslist dan autonoom op welk moment er voldoende garanties zijn en op welk niveau ze die garanties willen.

Vanuit Europa wordt er altijd gepleit om het zoneringsprincipe te aanvaarden, omdat ook ons systeem voor intra-EU-verkeer hierop gebaseerd is. Maar een derde land heeft het recht om gebruik te maken van landsgrenzen, provinciegrenzen of nog andere grenzen als criterium. Het hangt er dus van af wat je overeenkomt.

Buitenlandse delegaties kunnen audits of inspecties komen doen, bijvoorbeeld in onze slachthuizen, om na te gaan hoe men hier te werk gaat. Ook omgekeerd voert de EU audits uit in derde landen. Binnen Europa gelden wel dezelfde fytosanitaire regels wat de invoervoorwaarden voor producten uit derde landen betreft. Het is dus niet zo dat Vlaanderen, België of bijvoorbeeld Italië andere criteria mag stellen aan een derde land.

Ik kom tot uw laatste vraag. Zoals gezegd, voert de Europese Unie alle onderhandelingen over handelsakkoorden voor de hele Unie samen, zonder daarbij een onderscheid te maken tussen lands- of regiogrenzen. Dat is logisch want we hebben vrij verkeer van goederen. Een product dat vanuit onze havens wordt verscheept, is dus niet noodzakelijk een Vlaams of Belgisch product, maar kan evengoed een Nederlands, Duits, Pools of Spaans product zijn.

Bij uitbraak van dieren- of plantenziekten liggen de zaken een beetje anders en pleit de Europese Unie er bij derde landen voor om haar eigen interne regels op het vlak van regionalisering of zonering over te nemen. Ik sta helemaal achter die aanpak. Het is dankzij die intra-EU-regels dat onze Vlaamse bedrijven nog steeds varkensvlees kunnen verhandelen op de interne markt, ook al is de Afrikaanse varkenspest in ons land vastgesteld. Alleen het vlees uit de afgebakende regio in het zuiden van Luxemburg mag niet naar andere lidstaten. Deze aanpak laat differentiatie op de eengemaakte markt toe. Mochten die interne EU-regels niet deugen of de verdere verspreiding van ziektes in de hand werken, dan zouden die al lang zijn bijgestuurd of afgeschaft.

Deze intra-EU-aanpak kan als voorbeeld dienen voor de relaties met derde landen. Ik heb in mijn beperkte carrière als minister van Landbouw vastgesteld dat ‘it takes two to tango’, ook in het internationale handelsverkeer. De EU-praktijk van regionalisering die vandaag reeds bestaat, vind ik oké. Ik zou bijzonder graag hebben dat dit overal op deze manier toegepast kan worden, maar dat is helaas nog niet het geval.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Sofie Joosen (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb in de commissie al een aantal keren mijn bezorgdheden geuit. De varkenssector is een sector in moeilijkheden en de varkenspest en de gevolgen voor onze export komen daar nog eens boven op.

Het is belangrijk om te benadrukken dat het hier niet gaat over een theoretische discussie, ingegeven door Vlaamse regionale profileringsdrang, maar dat het een zeer concreet probleem is voor de Vlaamse varkenskwekers. Als India en Vietnam de regionale opdeling kunnen erkennen, dan moet dat ook kunnen voor China.

In de commissie Buitenlands Beleid heeft de minister-president aangegeven dat de prognose voor export van varkensvlees op lange termijn sowieso slechte vooruitzichten biedt. China zou op termijn zelfvoorzienend zijn. Welke mogelijkheden ziet u nog voor onze varkenssector? Op welke wijze zult u mogelijkheden tot nieuwe markten onderzoeken?

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Stefaan Sintobin (Vlaams Belang)

Voorzitter, ik heb straks nog een vraag over de varkenssector en China. (Opmerkingen van minister Hilde Crevits)

Ik vond het goed van u, maar ik merk dat de collega dat niet zo heeft begrepen.

De voorzitter

De heer Ongena heeft het woord.

Tom Ongena (Open Vld)

De Vlaamse varkenshouders worden zwaar getroffen, zeker voor hun extra-Europese uitvoer. Dat heeft te maken met problemen die zich in Wallonië hebben voorgedaan. We moeten er echter toch over waken dat we niet snel een communautaire grens trekken, want wat natuurlijk voor varkenshouders geldt, geldt dan – als je het echt strikt maakt – voor alle sectoren. In de varkenskwekerij is het een vrij afgetekend beeld: 95 procent Vlaams en de rest Waals. In andere sectoren is dat veel genuanceerder.

Vooraleer we naar een doorgedreven opsplitsing gaan, zou het wel goed zijn om eerst alle gevolgen in kaart te brengen. De intra-Europese aanpak met het werken met zones is beter. In het geval van de huidige varkenspest zou de Waals-Brabantse varkensboer evenzeer getroffen zijn als we naar Wallonië gaan, terwijl het zuiden van Luxemburg nog een paar 100 kilometer verder ligt. We moeten het dus iets genuanceerder bekijken en kijken in welke zones de problemen liggen en dan hopen dat we de zonale aanpak er extra-Europees doorkrijgen.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Joosen en collega Sintobin, ik zal proberen de kool en de geit te sparen. Ik zal dus straks verslag... (Opmerkingen van Stefaan Sintobin)

Neen, iedereen heeft recht op zijn moment de gloire.

Stefaan Sintobin (Vlaams Belang)

Op mijn leeftijd is dat allang gepasseerd. (Gelach)

Minister Hilde Crevits

Ik ga over leeftijden niet spreken, sinds die uitzending van Wissel van de macht. Dat was een harde confrontatie met hoe je er vroeger uitzag. Ten goede en ten kwade natuurlijk.

China heeft op dit ogenblik zelf een crisis door de varkenspest. Het aantal varkens is daar met 50 procent gedaald, dus dat biedt nu ook wel opportuniteiten. De situatie over tien jaar is moeilijk te voorspellen. Ik vind het in die zin niet slecht dat de minister-president wat bezorgd is, maar het kan snel keren en wij blijven opportuniteiten zoeken. Ik zie ook dat de prijs van varkensvlees op dit ogenblik zeer, zeer goed is. De voorzitter zei het daarnet ook al. We mogen dat ook eens zeggen, want we horen heel vaak hoe slecht het allemaal is. Nu is het eigenlijk al bij al oké.

Collega Ongena, bedankt voor uw opmerking. Het is uiteraard de bedoeling dat we dat ook goed onderzoeken, maar ik heb eigenlijk proberen aan te geven dat het systeem zoals dat nu intra-Europees bestaat, wat mij betreft een goed systeem is. Het is ook billijk ten opzichte van de zaken die gebeuren. Het is goed dat we zo veel mogelijk proberen dergelijke zaken ook in onze relaties met de externe markt door te vertalen.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Sofie Joosen (N-VA)

Een handelsverdrag is natuurlijk altijd een evenwicht, maar het lijkt me ook belangrijk dat we aan onze collectieve EU-vertegenwoordigers vragen om dit voor de toekomst ook zeker mee te nemen in het kader van handelsakkoorden.

De voorzitter

Straks komen we terug op de Chinese kwestie, met de vraag van collega Sintobin.

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Nitraatresiducampagne 2019 Lees meer
 
 
Studiedag PCA OudenaardeLees meer
 
 
Intrekking RIPELOCK VP, RIPELOCK TABS, FASTAC en CYMCOLees meer
 
 
Instandhoudingsdoelstellingen (IHDís) - Europese doelstellingen Lees meer
 
 
Steunmaatregelen crisis fruitsectorLees meer
 
 
Jachtexamen 2020 Lees meer
 
 
Al 99,2 miljoen euro aan schadevergoedingen voor erkende landbouwramp 2018 Lees meer
 
 
Analyse van het klimaatbeleid door onderzoekers van de KU LeuvenLees meer
 
 
Grootschalige irrigatie kan extreme hitte door klimaatopwarming lokaal temperen Lees meer
 
 
Toegang tot de samenstelling van formuleringen van gewasbeschermingsmiddelen Lees meer
 
 
Het 2019 voor CoŲperatie HoogstratenLees meer
 
 
SESVanderHave (nieuwe) variŽteiten 2020Lees meer
 
 
Diepvriesfriet - Handelsbelemmeringen Lees meer
 
 
Beheer natuurgebieden - Bestrijding akkerdistel Lees meer
 
 
Resultaten Eurobarometer en vertrouwen in en de steun voor de EULees meer
 
 
Vraag om uitleg over dierenwelzijn in kalkoenkwekerijen Lees meer
 
 
Innovatieve projecten in land- en tuinbouw - Investeringssteun Lees meer
 
 
Innovatieve projecten in agrovoedingssector - Investeringssteun Lees meer
 
 
Landbouwrampen: behandeling schadedossiersLees meer
 
 
Belgapom : standpunt werkwijze aardappelbewaring oogst 2020 Lees meer
 
 
Actiegrenzen voor chemische contaminantenLees meer
 
 
Landbouwramp droogte 2018: 100 miljoen euro uitbetaald voor 60% van de dossiersLees meer
 
 
Maatregelen mbt bruinrot Antwerpen en LimburgLees meer
 
 
4 miljoen euro om waterschaarste bij langdurige droogte aan te pakkenLees meer
 
 
Meeste grondwaterstanden blijven laag Lees meer
 
 
NAV terug- en vooruitblikLees meer
 
 
Aanpassing van het gebruik van prochloraz na herziening van de MRLs Lees meer
 
 
Natuurindicatoren 2019Lees meer