Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 19 apr 2018 08:58 

Nederlandse voorstel om op verpakkingen 'ten minste houdbaar tot' af te schaffen


Vraag om uitleg over het Nederlandse voorstel om op verpakkingen 'ten minste houdbaar tot' af te schaffen van Grete Remen aan minister Joke Schauvliege

De voorzitter

Mevrouw Remen heeft het woord.

Grete Remen (N-VA)

Minister, Nederland kondigde een aantal weken geleden, bij monde van uw Nederlandse collega, minister Carola Schouten, aan dat ze de ‘ten minste houdbaar tot’-datum (THT) wil afschaffen. Producten die zeer lang houdbaar zijn, zouden volgens minister Schouten gerust zonder een THT-datum kunnen.

De maatregel past in haar plan om de voedselverspilling in Nederland tegen te gaan. Nu al bestaat er een lijst van voedingsmiddelen die geen enkele houdbaarheidsdatum moeten krijgen zoals suiker, azijn, keukenzout, snoep en dranken met een alcoholpercentage van 10 procent of meer. Die wil minister Schouten nu dus uitbreiden. Dat moet echter op Europees niveau gebeuren.

Ook Vlaanderen kent, helaas, de problematiek van voedselverspilling. Bij een nulmeting in 2015 bleek dat de hele productieketen en de consument samen goed zijn voor 907.000 ton aan voedselverlies. Vlamingen verspillen per jaar ongeveer 160.000 ton voedsel. Verwarring over de houdbaarheidsdatum is daarbij een vaak voorkomende oorzaak.

Een vijfde van de Vlamingen zou het verschil niet kennen tussen ‘te gebruiken tot’ (TGT) en ‘ten minste houdbaar tot’ (THT). ‘Te gebruiken tot’ geldt voor zeer bederfelijke voedingsmiddelen zoals vers vlees en vis. Deze producten mogen absoluut niet geconsumeerd worden na de vervaldatum. ‘Ten minste houdbaar tot’ geldt voor producten die minder bederfelijk zijn zoals koffie en diepgevroren producten. Deze producten kan men gerust ook nog eten of drinken na de vervaldatum zonder ziek te worden. Het enige wat kan gebeuren, is dat de smaak, geur of textuur wat verandert.

De THT-datum heeft dus niets te maken met voedselveiligheid en gezondheid maar wel met het garanderen van kwaliteit. Toch scheren nog veel mensen de verschillende datums over dezelfde kam en verdwijnt er dus veel te veel voedsel onnodig in de vuilnisbak.

Professor Mieke Uyttendaele van de vakgroep Voedselveiligheid en Voedselkwaliteit van de Universiteit Gent is alvast een voorstander van de uitbreiding van de lijst met producten die geen houdbaarheidsdatum moeten krijgen.

Volgens haar kunnen consumenten vaak zelf perfect oordelen of iets nog goed is. Dat kan bijvoorbeeld door te ruiken, te voelen of te proeven. We hebben natuurlijk onze zintuigen. Uit een kleinschalig onderzoek van de universiteit van Wageningen in Nederland in 2017 bleek overigens dat 12 procent minder voedsel wordt weggegooid als de ‘ten minste houdbaar’-datum niet wordt vermeld.

Minister, hoe staat u tegenover de uitbreiding van de lijst met producten die geen houdbaarheidsdatum moeten krijgen? Zult u uw Nederlandse collega steunen wanneer ze een dergelijk voorstel voorlegt aan Europa? Wordt er in de Ketenroadmap Voedselverlies, die voedselverspilling in Vlaanderen met 15 procent wil doen dalen tegen 2020, gewerkt rond de houdbaarheidsdatum van producten? Zo niet, zijn er dan acties gepland die de focus specifiek leggen op de houdbaarheidsdatum van de producten?

In uw meest recente beleidsbrief en in een persmededeling op 16 maart 2018 spreekt u over het verlagen van de milieu-impact van het consumentengedrag. Zo zijn er acties omtrent brood en gekke groenten en fruit. Welke maatregelen die gericht zijn op de verandering van het consumentengedrag zullen het komende jaar worden uitgerold door uw departement en de ketenroadmap? In welke mate zult u hierbij gebruikmaken van nudgingtools?

In 2019 wordt er een tussentijdse monitor gepubliceerd die de geboekte vooruitgang inzake voedselverlies in kaart brengt. Is er binnen de voorlopige resultaten reeds een positieve trend zichtbaar?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Collega Remen, met het probleem dat u aanhaalt, zijn we hard bezig in Vlaanderen. We moeten toch een onderscheid maken. Alles wat voedselveiligheid betreft, ook in relatie tot volksgezondheid, is een federale bevoegdheid en geen landbouwbevoegdheid. We zitten ook binnen een eengemaakte Europese markt met het vrije verkeer van goederen. Aan voedingsmiddelen zit een heel belangrijke Europese dimensie. Mochten alle lidstaten opnieuw eigen regeltjes beginnen te maken, dan eindigen we misschien met 28 verschillende houdbaarheidsdata op verpakkingen. De consument zou daar ook niet wijzer van worden.

Uiteraard blijkt uit onderzoek dat er verwarring is bij de consument tussen twee types van houdbaarheidsdatum: ‘ten minste houdbaar tot’ en ‘te gebruiken tot’. Als de lijst van producten waarop geen houdbaarheidsdatum wordt gedrukt, moet worden aangepast of uitgebreid, dan ben ik daar zeker voorstander van. Maar dat is een federale bevoegdheid.

Wat de Ketenroadmap Voedselverlies betreft, wordt er in het kader van de deelactie ‘Consumenten sensibiliseren, inspireren en engageren over voedselverlies’ aandacht geschonken aan het correct begrijpen van ‘ten minste houdbaar’ en ‘te gebruiken tot’. Zo kan de consument die informatie zoekt, terecht op www.voedselverlies.be, waar heel wat correcte informatie en grafieken op staan die mensen kunnen helpen. Dit wordt ook verspreid door andere organisaties. Die Ketenroadmap Voedselverlies wordt heel ruim gedragen.

Momenteel loopt er vanuit het Departement Omgeving ook een onderzoek naar voedselverlies en consumentengedrag bij Vlaamse huishoudens. Het zal vooral in kaart brengen wat de hoeveelheid voedselverlies is bij Vlaamse huishoudens, maar ook het aankoopgedrag, de bewaarmethodes, de eetpatronen en de kennisleemten, de motivatoren en de psychologische mechanismen voor dat gedrag. De kennis van de houdbaarheidsdatum maakt deel uit van dat brede onderzoek.

De resultaten worden in het najaar verwacht. Zo hopen we een goed beeld te krijgen van eventuele hotspots die aanleiding kunnen geven tot substantieel voedselverlies bij de consument thuis.

De resultaten vormen de basis voor het voedselverliesforum in 2018, dat dit najaar zal plaatsvinden en focust op voedselverlies van de consument. Dat zal samen met alle stakeholders worden besproken. De Ketenroadmap Voedselverlies is trouwens ook samen met minister Homans opgemaakt.

In 2019 is de oplevering van een tussentijdse monitoring. Dit zal de voedselverliezen, voedselreststromen en een valorisatie in kaart brengen, en nagaan wat de evolutie is tussen 2015 en 2017. Dat kan zeer nuttig zijn om de performantie van ons plan te bekijken. Dat plan bevat tal van initiatieven over wat we bijvoorbeeld doen met reststromen, om die te kunnen valoriseren. Het is een plan waar heel veel acties in staan en waar heel veel actoren aan deelnemen.

Dit is een problematiek die u hier terecht aanhaalt. Vanuit onze bevoegdheid doen we wat we kunnen, maar sommige zaken moeten ook op andere niveaus gebeuren.

De voorzitter

Mevrouw Remen heeft het woord.

Grete Remen (N-VA)

Minister, het is inderdaad een Europese richtlijn van 2014 die het voorschrijft. Het is een federale bevoegdheid, dat weet ik wel, maar ik wil er nogmaals op wijzen dat de voedselverspilling ook Vlaanderen treft. Naast Nederland en Finland zijn wij een van de koplopers in Europa. We mogen ons dus niet verbergen achter federale en Europese bevoegdheden. Maar ik begrijp dat wel, een bevoegdheid is een bevoegdheid.

De Vlaamse consument verspilt jaarlijks tussen de 18 en 26 kilogram eten. Dat brengt ons op 116.000 tot 168.000 ton voedsel per jaar. Zo gooien we 10 procent van het eten dat we kopen, klakkeloos weg. Die impact heb ik al vermeld, maar er is ook een enorme impact op het klimaat. Daarvan heb ik cijfers opgezocht: 466.000 tot 663.000 ton CO2 per jaar. Ook de economische schade valt niet onderschatten. Ik geef nog enkele cijfers: we gooien per jaar 564 miljoen euro aan eten letterlijk weg. We mogen dat dus toch niet onderschatten. Het is een zwaar probleem, niet alleen ethisch, maar ook op het vlak van economie en klimaat.

Het voorstel van Nederland kan daar op heel wat bijval rekenen. Die studies bevestigen de negatieve impact van die ‘ten minste houdbaar tot’-datum, wat wel een federale bevoegdheid is.

23 procent van de ongeopende verpakkingen heeft een THT-datum die is overschreden terwijl dat product nog perfect kan worden gebruikt. 11 procent van de ongeopende verpakkingen heeft zelfs een THT-datum die niet is overschreden. Bij een correcte TGT-datum is dat 14 procent. We gooien dus veel te veel en veel te snel weg. Dan kom ik tot mijn punt dat de consument op zijn minst ook vanuit Vlaanderen extra moet worden gesensibiliseerd, zoals u aangeeft, maar dat mag nog een duwtje in de rug krijgen want dit probleem is nefast.

De consument, en ter zake moeten we toch een beetje dwingend sensibiliseren, moet ook leren duurzaam aankopen en consumeren. Ik denk dan aan lokale, seizoensgebonden producten kopen. Korteketeninitiatieven spelen daar ook op in. Het ‘first in, first-out’-principe zou ook een beetje dwingend moeten worden gehandhaafd: het grijpen naar de achterkant van het schap werkt ook alleen maar voedselverspilling in de hand. Het zijn niet alleen de productieprocessen, de producenten, het consumentengedrag. Het is ook de massaproductie van voedingsproducten voor een Vlaamse markt die oververzadigd is qua aanbod, waar supermarkten eigenlijk een prijzenoorlog uitvechten, waar er meer aanbod is dan vraag. De overheid heeft dus zeker ook een belangrijke rol.

Ik wil even aangeven dat Frankrijk hierin in 2016 een grote stap heeft gezet. Supermarkten van een bepaalde grootte, van 400 vierkante meter, moeten ongebruikt en onverkocht voedsel doneren. Gooien ze het toch weg, dan moeten ze een boete betalen. Dat is een beetje de stok achter de deur, maar die inspanning leverde Frankrijk wel een toppositie op in de Food Sustainability Index in 2017.

Minister, hoe kunt u dus de consument dwingender sensibiliseren over het duurzaam aankopen en gebruiken van voedselproducten, meer specifiek met nog meer sensibiliseringsacties omtrent de THT-datum?

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Spontaan heb ik veel sympathie voor de vraagstelling en de zorg die onze collega formuleert. Dat sluit ook perfect aan bij de resolutie die we destijds niet alleen in deze commissie, maar ook in de plenaire zitting unaniem hebben goedgekeurd. Anderzijds mogen we echter niet vergeten dat volksgezondheid de absolute prioriteit is, en we moeten natuurlijk ook rekening houden met de eengemaakte markt.

Ik zou wel een suggestie willen doen aan de commissie, maar we kunnen dat bekijken bij de regeling van de werkzaamheden. De minister heeft een aantal interessante studies aangekondigd. Die lopen en de resultaten ervan zullen in het najaar bekend zijn. Als we van het kabinet een signaal zouden krijgen wanneer die studies daadwerkelijk zijn afgerond, dan zou dat ons de kans geven om in de commissie op dat moment opnieuw bij de problematiek stil te staan op basis van nog wat meer wetenschappelijke gegevens.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Voorzitter, minister, ik denk dat de insteek van collega Remen een heel goede insteek is om hier ook het debat nog aan te scherpen in het licht van de resolutie over voedselverspillingen die we hier hebben goedgekeurd, zoals collega De Meyer ook stelt. Het is belangrijk dat we daar bewust mee bezig zijn, ondanks het feit dat dat natuurlijk, zoals u waarschijnlijk zelf hebt aangehaald, een Europese bevoegdheid is.

Wat de kwestie van data afschaffen betreft, misschien is dat niet de enige oplossing. Ik denk echter wel dat veel data die op producten staan, eigenlijk veel te kort zijn. Het gaat inderdaad niet over volksgezondheid. Die moet inderdaad altijd prioritair zijn, maar consumenten zien een datum staan en gaan dat product niet meer kopen omdat ze denken dat het slecht zal zijn, terwijl het nog zoveel langer houdbaar is. Ik denk dus inderdaad aan bewustwording, maar ik denk ook dat daar Europees ook wel aan moet worden gesleuteld, zodat data toch wel iets correcter zijn dan wat nu op de verpakking staat. Wat data afschaffen betreft, ik denk dat, zoals collega De Meyer ook aanhaalt, voedselveiligheid heel belangrijk is. Er is de gevoeligheid daaromtrent. Als men dan bijvoorbeeld iets eet en daar staat geen datum op en men voelt zich niet goed, dan gaat men misschien ook sneller geneigd zijn om de producent te gaan aanklagen. Ik denk dus dat ergens tussenin, in het geheel dat wordt aangekaart, daar toch zeker op Europees niveau bewuster mee moet worden omgegaan, dat daar aan de regelgeving moet worden gesleuteld, zodat producten minder snel hoeven te worden weggesmeten. Ik vind het in ieder geval een noemenswaardig gegeven om de bewustwording aan te wakkeren, ook in deze commissie.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Wanner wij voedselverlies aanpakken, dan doen we dat planmatig. We hebben dus echt een volledig plan uitgewerkt, dat ook wordt gedragen door de voltallige Vlaamse Regering. Dat werd aan de regering voorgelegd en wordt ook gedragen door tal van ministers die ter zake diverse bevoegdheden dragen. Zo wordt bijvoorbeeld vanuit Armoedebestrijding ook heel nauwlettend gevolgd dat een aantal zaken ook naar mensen gaan die niet altijd even goed toegang hebben tot voedsel. Het gaat ook over misvormd voedsel, groenten en fruit die er op het eerst gezicht niet perfect uitzien, maar eigenlijk zeker kunnen worden gebruikt en even gezond zijn als ander voedsel.

Een van de punten is ook die informatiesensibilisering van de consument. Ik heb daarnet verwezen naar de website. Er zijn tal van acties die daarin ook zijn opgelijst. Uiteraard kun je daar ook steeds verder in gaan. Mevrouw Remen, dat is ook de reden waarom het Departement Omgeving nu een bijkomende studie aan het doen is, om te bekijken waar het kan bijsturen, waar er nog kennis ontbreekt en hoe we daar volop op kunnen inzetten. Uw bekommernis wordt dus zeker meegenomen. Dat is ook een van de redenen waarom die studie wordt uitgevoerd. Dat zal ons zeker ook nieuwe inzichten geven. Ik denk dat we alle acties die lopen om de consument nog meer bewust te maken, zeker moeten ondersteunen.

Ik zie ook dat er binnen de ondernemerswereld volop op initiatieven wordt ingezet. Ik geef een heel concreet voorbeeld. Ik was onlangs te gast bij Hogeschool Gent, waar studenten met een eigen onderneming waren begonnen om groenten en fruit die er niet uitzien en daardoor niet verkocht geraken, op te kopen en te verwerken in hamburgers. Men moet dan minder vlees in die hamburgers verwerken en die groenten en dat fruit zitten daarin, worden perfect vermengd, en de consument is daar ook een fan van.

Ze hebben daarvoor trouwens een prijs voor innovatie in de sector gewonnen.

Dit is iets dat op alle vlakken serieus begint te spelen. U hebt honderd procent gelijk: ook de ecologische voetafdruk van de voedselverspilling kost ons handenvol geld. Ook de opwarming van de aarde of bijvoorbeeld de verspilling van water moeten zeker in rekening worden gebracht.

We hebben een heel goed programma ‘Milieuzorg op school’ waarbij leerlingen heel hard worden gesensibiliseerd met betrekking tot afval, waterverbruik enzovoort. Misschien moeten we kijken of we in dit programma waarmee we heel veel leerlingen bereiken en zij op hun beurt hun ouders sensibiliseren, geen luikje voedselverspilling moeten opnemen om dat wat meer onder de aandacht te brengen van jongeren en hun het verschil uit te leggen tussen ‘ten minste houdbaar tot’ en ‘te gebruiken tot’.

De voorzitter

Mevrouw Remen heeft het woord.

Grete Remen (N-VA)

Minister, ik dank u dat u extra zult sensibiliseren en dat u er extra aandacht voor zult hebben. Voedselveiligheid, kwaliteit, volksgezondheid zijn natuurlijk heel belangrijk. Het gaat hier niet over bederfelijke goederen zoals vlees of vis, maar echt om producten die eigenlijk geen datum nodig hebben zoals pasta, koffie, suiker. Ik zit zelf in de voedingssector. Die producten zijn misschien niet eeuwig houdbaar, maar wel nog perfect eetbaar na de houdbaarheidsdatum. We moeten daar echt op blijven inzetten.

Ik weet ook dat dit een Europees en een federaal verhaal is, maar waarom kunnen we niet vanuit Vlaanderen of Nederland druk zetten op Europa? Daar zijn nog landen mee bezig. Dit is een probleem dat we moeten aanpakken.

Ik kijk ook uit naar de resultaten van de ketenroadmap in 2019. Ik hoop echt dat Vlaanderen hier het voortouw in kan nemen waardoor er veel minder voedsel wordt verspild. Dat komt het milieu en de economie ten goede.

Ik dank u voor uw aandacht voor deze problematiek.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Varkenspest: Francesco Vanderjeugd dringt aan op spoedig overleg met alle niveaus Lees meer
 
 
Vraag om uitleg over deeltijdse landbouw Lees meer
 
 
Parlementaire vragen over de erkenning van de droogte van 2 juni tot 6 augustus als landbouwrampLees meer
 
 
Krimpende areaal landbouwgrond en de stijgende prijsLees meer
 
 
Minder methaan, meer melk en meer rendabiliteit door langere leefbaarheid melkvee Lees meer
 
 
Methaanuitstoot van de Vlaamse melkveebedrijven kan met één derde verminderenLees meer
 
 
Betere selectie van blindengeleide dek-reuen op komstLees meer
 
 
Droogtemaatregelen: EC voorziet in bijkomende versoepelingen voor groenbedekkers Lees meer
 
 
Antwerpen organiseert "Best Sommelier of the World" wedstrijd 2019Lees meer
 
 
Mestcontrole: hoe werkt een bedrijfsdoorlichting? ​ ​Lees meer
 
 
Win-win: ruilverkaveling Rijkevorsel-Wortel versterkt landbouw en natuur ​ Lees meer
 
 
Noordwest Europese aardappeloogst geschat op minder dan 24,0 miljoen ton Lees meer
 
 
Studiedagen, vergaderingen en demo'sLees meer
 
 
Weerbericht voor de landbouwLees meer