Hoe functioneren zo’n voedselnetwerken en hoe kan je de samenhang binnen voedselnetwerken bevorderen? Dat zijn de vragen die Kirsten Vanderplanken zich stelde bij aanvang van haar doctoraat. Na diepgaande interviews en netwerkanalyses van drie voedselnetwerken in Vlaanderen, stelt ze nu een aantal aanbevelingen voor die netwerken beter kunnen doen functioneren.
In haar studie focuste Vanderplanken op voedselnetwerken waarbij 3 of meer organisaties samenwerken rond voedselproductie en/of –logistiek. Deze netwerken omvatten horizontale samenwerkingen en relaties tussen land- of tuinbouwers, maar ook verticale relaties over verschillende ketenschakels heen, bijvoorbeeld met verwerkende bedrijven en supermarkten. Daarnaast omvatten voedselnetwerken ook relaties met andere sectoren, zoals sociale tewerkstelling, logistiek of burgerbewegingen.

Om een diepgaand begrip te krijgen van hoe voedselnetwerken functioneren, heeft Vanderplanken een kwalitatieve methode voor sociale netwerkanalyse ontwikkeld, die ‘integrale netwerkanalyse’ (INA) werd gedoopt. In tegenstelling tot de meer gangbare kwantitatieve netwerkanalyses die focussen op netwerkstructuur, laat INA toe om zowel de structuur als de cultuur, normen en waarden van (voedsel)netwerken te bestuderen.
Op basis van de inzichten uit het onderzoek formuleert Vanderplanken een aantal aanbevelingen voor oprichters en leden van voedselnetwerken in Vlaanderen. Het onderzoek heeft uitgewezen dat voor een goed functioneren van voedselnetwerken zowel structuur als cultuur, normen en waarden belangrijk zijn. Structuur en cultuur zijn binnen een netwerk heel nauw met elkaar verbonden en interventies om de netwerkstructuur te veranderen zullen ook impact hebben op de netwerkcultuur en omgekeerd. Het is als netwerkleider of –beheerder belangrijk om bij een interventie in het voedselnetwerk goed na te gaan wat de impact is op zowel structuur als cultuur.
Er bestaat niet één juiste organisatiestructuur voor voedselnetwerken, het is vooral nodig om de structuur aan te passen aan de noden, context en doelstellingen van het netwerk en de leden. Een belangrijke succesfactor voor een goed functionerend voedselnetwerk is een duidelijke rolverdeling. Het duidelijk afbakenen van de verschillende rollen binnen het voedselnetwerk (zoals productie, transport, logistiek, communicatie, etc.) en het toekennen ervan aan verschillende leden van het netwerk is hierbij cruciaal. Verder moet ook nagedacht worden over vervanging en inwisselbaarheid bij de uitvoering van bepaalde rollen.
Bij de oprichting en het beheer van een voedselnetwerk is het niet alleen belangrijk om te werken aan een goeie organisatiestructuur, maar ook aan een gedeelde netwerkcultuur. Door in te zetten op een wervend verhaal waar de betrokken land- en tuinbouwers zich kunnen in vinden, wordt het netwerk versterkt. Zo voelen de verschillende leden zich meer betrokken bij het netwerken en zijn ze meer gemotiveerd om zich in te zetten voor de doelen van het netwerk.
De ontwikkelde INA-methode is een vernieuwende manier om aan (sociale) netwerkanalyse te doen. De methode kan individuele netwerken inzicht geven in hun netwerk en inspiratie bieden om op basis van de analyse hun netwerk te versterken, verder uit te bouwen en de toekomstige werking voor te bereiden.