Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten

 20 aug 2019 07:24 

Bestrijding van klassieke en Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen


Besluit van de Vlaamse Regering houdende de preventie, surveillance en bestrijding van klassieke en Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen ter uitvoering van het Wildedierenziektedecreet van 28 maart 2014

Gelet op het Jachtdecreet van 24 juli 1991, artikel 33, vervangen bij het decreet van 23 december 2010 en gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015;
Gelet op het Wildedierenziektedecreet van 28 maart 2014, artikel 5 en 6;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 15 februari 2019;
Gelet op advies 65.625/1 van de Raad van State, gegeven op 8 april 2019, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Gelet op het overleg met de andere gewestregeringen overeenkomstig artikel 6, §2, 2°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
Gelet op het overleg tussen de regeringen overeenkomstig artikel 2 van de Benelux-overeenkomst van 10 juni 1970 op het gebied van de jacht en de bescherming van in het wild levende vogels;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw;
Na beraadslaging,
Besluit :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het Agentschap voor Natuur en Bos, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Natuur en Bos;
2° besmet gebied: het gebied dat wordt bepaald als zone rond een locatie, inclusief deze locatie, waar de besmetting met klassieke of Afrikaanse varkenspest is vastgesteld op basis van isolatie van de ziekteverwekker bij in het wild levende dieren of in gevangenschap gehouden dieren, conform de verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid;
3° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud;
4° uitbraak: de omstandigheid waarbij klassieke of Afrikaanse varkenspest wordt vastgesteld bij in het wild levende dieren op grondgebied van het Vlaamse Gewest of in de onmiddellijke omgeving ervan waarbij het besmet gebied minstens deels binnen het grondgebied van het Vlaamse gewest valt. Een uitbraak eindigt als het besmet gebied dat is aangeduid ten gevolge van die uitbraak, wordt opgeheven;
5° instituut: het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.
Art. 2. Dit besluit regelt de maatregelen die kunnen worden vastgesteld met als doel de preventie, de surveillance en de bestrijding van klassieke en Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen, zoals bepaald in artikel 5, 2°, 3°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9°, 11° en 12° en artikel 6 van het Wildedierenziektedecreet van 28 maart 2014.
Art. 3. De minister bepaalt waar en wanneer de verhoogde waakzaamheid van toepassing wordt naar aanleiding van de vaststelling van klassieke of Afrikaanse varkenspest bij in het wild levende dieren of gehouden dieren in België of zijn buurlanden. De verhoogde waakzaamheid eindigt als het besmet gebied wordt opgeheven.
Art. 4. De artikelen 5 tot en met 8 bepalen maatregelen die bij verhoogde waakzaamheid of bij uitbraak van toepassing zijn in het Vlaamse Gewest.
De artikelen 10 tot en met 19 bepalen maatregelen die bij uitbraak van toepassing zijn in besmet gebied afgebakend conform artikel 9.
HOOFDSTUK 2. - Maatregelen die bij verhoogde waakzaamheid of bij uitbraak van toepassing zijn in het Vlaams Gewest
Art. 5. Iedereen, opgenomen in artikel 6 van het Wildedierenziektedecreet van 28 maart 2014, die een kennelijk ziek of dood wild zwijn vindt, waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het niet geschoten is tijdens een jachtactiviteit, meldt dat via een meldpunt dat bij het agentschap daarvoor wordt ingesteld. Dat meldpunt wordt bekendgemaakt op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.
Art. 6. Voor specimen van kadavers van wilde zwijnen gelden de volgende verplichtingen:
1° specimen die niet voor consumptie of eigen gebruik geschikt zijn, worden verwerkt door een destructiebedrijf dat door de overheid is erkend;
2° tijdens de manipulatie en het vervoer van de specimen worden specifieke bioveiligheidsmaatregelen in acht genomen.
Het hoofd van het agentschap stelt in uitvoering van het eerste lid, 2°, een lijst van verplichte bioveiligheidsmaatregelen op en geeft die weer op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.
Art. 7. De minister kan nadere regels bepalen voor de modaliteiten van de passieve en de actieve bewaking van klassieke of Afrikaanse varkenspest.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° actieve bewaking: een monitoring van ziekten waarbij al dan niet steekproefsgewijze stalen worden genomen van geschoten dieren om de aanwezigheid van die ziekten in de populaties van wilde dieren vroegtijdig te kunnen detecteren en om de evolutie ervan op te volgen;
2° passieve bewaking: een monitoring van ziekten waarbij stalen worden genomen van aangetroffen zieke of dode dieren om de aanwezigheid van die ziekten in de populaties van wilde dieren vroegtijdig te kunnen detecteren en om de evolutie ervan op te volgen.
Art. 8. Wilde zwijnen die door een erkend opvangcentrum voor wilde dieren worden opgevangen en verzorgd, mogen niet opnieuw worden vrijgelaten in de natuur. Het hoofd van het agentschap stelt de bioveiligheidsmaatregelen op die gelden bij de opvang, de verzorging en het transport van wilde zwijnen door een erkend opvangcentrum voor wilde dieren en geeft die weer op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.
HOOFDSTUK 3. - Algemene maatregelen die bij uitbraak van toepassing zijn in besmet gebied
Art. 9. Bij een uitbraak bakent de minister, na voorafgaande mededeling aan de Vlaamse Regering, het besmet gebied af. Binnen dat besmet gebied kan de minister deelgebieden, zijnde een besmette zone, een of meerdere observatiezones en een of meerdere bufferzones, afbakenen. Over het besmet gebied wordt ruim gecommuniceerd naar openbare besturen en belanghebbenden.
Het besmet gebied wordt door de minister opgeheven van zodra Vlaanderen de varkenspest-vrije status opnieuw verwerft.
Voor een besmet gebied vastgesteld in uitvoering van de Europese regels door een buurregio of -land, dat met het grondgebied van het Vlaams gewest overlapt, kunnen maatregelen zoals bepaald in de artikelen 10 tot en met 19 genomen worden.
Art. 10. Het hoofd van het agentschap kan aan een terreinbeheerder maatregelen opleggen om te verhinderen dat wilde zwijnen een bepaalde grens overschrijden.
Het hoofd van het agentschap kan nadere voorwaarden voor de maatregelen, vermeld in het eerste lid, bepalen voor het type, de ruimtelijke omvang, de aaneensluitendheid en in voorkomend geval de duur, het onderhoud en de combinatie van verschillende maatregelen.
Art. 11. De minister kan elke vorm van toegang en doorgang beperken of verbieden in elk van de deelgebieden die conform artikel 9 zijn bepaald.
In afwijking van het eerste lid zijn de terreinen binnen besmet gebied toegankelijk voor de eigenaars van die terreinen en voor de bevolking wiens hoofdverblijfplaats gevestigd is op deze terreinen, op voorwaarde dat de hiertoe door de minister voorgeschreven bioveiligheidsmaatregelen in acht worden genomen.
Art. 12. Voor het opsporen en ruimen van kadavers van wilde zwijnen wordt op alle terreinen, behoudens volledig omheinde en zodoende voor wild zwijn ontoegankelijke terreinen, toegang verleend aan de personen van het agentschap en het instituut of personen hiertoe aangewezen door het agentschap. Het betreden van woningen voor het opsporen en ruimen van kadavers van wilde zwijnen kan enkel met uitdrukkelijke toestemming van de bewoner.
In het eerste lid wordt verstaan onder woning: zoals begrepen in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, ondertekend te Rome op 4 november 1950.
Als kadavers van wilde zwijnen worden gevonden, worden ze onmiddellijk en volgens de modaliteiten die het hoofd van het agentschap bepaalt, overgedragen aan het agentschap voor analyse en destructie. Daarna wordt de vindplaats ontsmet volgens de modaliteiten die het hoofd van het agentschap bepaalt. Het hoofd van het agentschap stelt de modaliteiten op voor elk van de deelgebieden die conform artikel 9 zijn bepaald en geeft die weer op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.
HOOFDSTUK 4. - Maatregelen voor jacht en bestrijding die bij uitbraak van toepassing zijn in besmet gebied
Art. 13. Het hoofd van het agentschap kan, in overleg met het instituut, in elk van de deelgebieden die conform artikel 9 van dit besluit zijn bepaald, een van de volgende maatregelen nemen:
1° elke vorm van jacht en bestrijding tijdelijk opschorten;
2° bepalen dat er alleen gejaagd of bestreden kan worden onder coördinatie van het agentschap;
3° bepalen dat er alleen gejaagd of bestreden kan worden onder de voorwaarden die het agentschap samen met het instituut bepaalt. Daarbij kan, op terreinen zonder goedgekeurd jachtplan als vermeld in de artikelen 30 tot 33 van het Jachtadministratiebesluit van 25 april 2014, en op terreinen waarvan de oppervlakte minder dan 40 hectare bedraagt, het hoofd van het agentschap de toestemming verlenen om zonder jachtplan op wilde zwijnen te jagen. Voor zover gekend wordt de jachtrechthouder voorafgaandelijk geïnformeerd. Het hoofd van het agentschap kan daarbij eveneens de toestemming verlenen om op wilde zwijnen te jagen zonder een goedgekeurd faunabeheerplan als vermeld in de artikelen 43 tot 46 van het Jachtadministratiebesluit van 25 april 2014.
Deze maatregelen worden weergegeven op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.
Art. 14. Als wilde zwijnen worden geschoten, worden de kadavers onmiddellijk en volgens de modaliteiten die het hoofd van het agentschap bepaalt, overgedragen aan het agentschap voor analyse en destructie. Het hoofd van het agentschap stelt de modaliteiten op voor elk van de deelgebieden die bepaald zijn conform artikel 9, en geeft die weer op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.
Art. 15. Als jacht op wild zwijn wordt toegelaten, en onder voorbehoud van de voorwaarden conform artikel 13, 3°, kan daarbij gebruik gemaakt worden van alle middelen, jachtwijzen, jachtmethoden, jachtperiodes en jachttijdstippen die toegelaten zijn bij gewone jacht en bijzondere jacht.
Het hoofd van het agentschap kan, in overleg met het instituut, in elk voor de deelgebieden die conform artikel 9 zijn bepaald, nadere regels opleggen over het gebruik van jachthonden. Deze maatregel wordt weergegeven op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.
Het hoofd van het agentschap kan drijfjacht op wild zwijn toelaten op een terrein dat daarvoor wordt aangeduid, en de modaliteiten daarvoor bepalen.
Art. 16. Ingeval jacht op wilde zwijnen wordt toegelaten conform artikel 13, 2°, kunnen, in afwijking van artikel 9, tweede lid, 2° en 3°, van het Jachtvoorwaardenbesluit van 25 april 2014, voor de bijzondere jacht geluidsdempers en nachtzichtapparatuur op een vuurwapen toegelaten worden conform de bepalingen van de Wapenwet van 8 juni 2006, inzonderheid artikel 27, §1, en deze van het Koninklijk Besluit van 26 juni 2002 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht, inzonderheid artikel 1 en 2.
Art. 17. Artikel 13 en 14 van het ministerieel besluit van 12 mei 2014 tot vaststelling van een code van goede praktijk ter uitvoering van artikel 11 van het Soortenschadebesluit van 3 juli 2009 en ter uitvoering van artikel 28 en artikel 41 van het Jachtvoorwaardenbesluit van 25 april 2014 zijn niet van toepassing bij het uitvoeren van bijzondere jacht en bestrijding op wilde zwijnen.
De bepalingen bedoeld in het eerste lid blijven van toepassing om een vergoeding voor wildschade te verkrijgen.
Art. 18. Het hoofd van het agentschap kan, in overleg met het instituut, in elk van de deelgebieden die bepaald zijn conform artikel 9 de volgende maatregelen nemen:
1° een beperking of verbod op aankorrelen van wilde zwijnen opleggen;
2° een beperking of verbod op voederen van wildsoorten opleggen;
3° extra aankorrelplaatsen voor wilde zwijnen opleggen;
4° de inzet van mechanische aankorreling voor wilde zwijnen mogelijk maken.
Deze maatregelen wordt weergegeven op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.
Art. 19. De minister kan in elk van de deelgebieden die bepaald zijn conform artikel 9 het vervoer van zowel levende als dode wilde zwijnen en specimen ervan beperken of verbieden.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling
Art. 20. De Vlaamse minister, bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 26 april 2019.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw,
K. VAN DEN HEUVEL



  Nieuwsflash
 
Nederland stelt droogte 2019 regionaal gelijk aan 2018Lees meer
 
 
Fokkerij van voor de landbouw nuttige huisdieren Lees meer
 
 
Beursverslag Asia Fruit Logistica Hong Kong: 4-6 september 2019 Lees meer
 
 
5 Franse steden verbieden gebruik van pesticiden Lees meer
 
 
"Inagro te velde!" lokt meer dan 200 land- en tuinbouwers naar Dadizele Lees meer
 
 
Fyto: nieuwe berekeningswijze jaarlijkse bijdrage en overzicht retributiepuntenLees meer
 
 
Fransen dienen massaal schadeclaims in bij de weersverzekering: droogte en noodweerLees meer
 
 
Droog droger droogstLees meer
 
 
Weerbulletin en gewasopbrengstgevolgen droogte zomer 2019Lees meer
 
 
Aanvragen fosfaatklasse verwerkt door de Mestbank Lees meer
 
 
30/09/2019 uiterste datum voor overdrachten mestverwerkingscertificaten Lees meer
 
 
Raming aardappeloogst NEPG: laagste schatting voor BelgiŽ (droogte)Lees meer
 
 
Oproep demonstratieprojecten 2019 rond duurzame landbouw Lees meer
 
 
Projectoproep "Proeftuinen ontharding": geselecteerde projecten 2019 Lees meer
 
 
PotatoEurope 2019: een internationale beurs in het hart van de Belgische aardappelsectorLees meer