Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten

 07 mrt 2019 07:55 

Besluit van de raad van bestuur van de VLM


Besluit van de raad van bestuur van de Vlaamse Landmaatschappij betreffende de delegatie van bevoegdheden aan de gedelegeerd bestuurder en tot opheffing van het besluit van de raad van bestuur van de Vlaamse Landmaatschappij van 13 november 2013

De raad van bestuur,
Gelet op het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, artikel 17, § 3, in nieuwe lezing opgenomen bij het decreet van 7 mei 2004;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1988 houdende goedkeuring van de statuten van de Vlaamse Landmaatschappij, artikel 17, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017;
Gelet op het decreet van 23 december 2016 tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van een Vlaams fonds voor de stimulering van (groot)stedelijke en plattelandsinvesteringen, artikel 16;
Gelet op het besluit van de raad van bestuur van 13 november 2013 betreffende de delegatie van bevoegdheden aan de gedelegeerd bestuurde en tot opheffing van het besluit van de raad van bestuur van de Vlaamse Landmaatschappij van 28 november 2007;
Overwegende dat de raad van bestuur een gedeelte van de bevoegdheden waarmee hij bekleed is mag overdragen aan de gedelegeerd bestuurder overeenkomstig het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij en de statuten van het agentschap;
Overwegende dat met het oog op een efficiënte werking van het agentschap het huidige besluit van 13 november 2013 betreffende de delegatie van bevoegdheden van de raad van bestuur naar de gedelegeerd bestuurder geactualiseerd dient te worden gelet op de nieuwe en gewijzigde taken die aan het agentschap werden toegekend en de gewijzigde regelgeving,
Besluit :
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen inzake delegatie van bevoegdheden
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° een Vlaamse commissaris : een Vlaamse commissaris als vermeld in artikel 2, 2° van het decreet van 19 december 2014 houdende de Vlaamse vastgoedcodex;
2° het decreet natuurbehoud : het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
3° het decreet integraal waterbeleid : het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
4° de gewone ruilverkavelingswet : de wet van 22 juli 1970 betreffende de ruilverkaveling uit kracht van wet;
5° de ruilverkavelingswet grote infrastructuurwerken : de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken;
6° het Vlaams onteigeningsdecreet: het Vlaams onteigeningsdecreet van 24 februari 2017;
7° het decreet landinrichting: het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting.
Art. 2. De raad van bestuur die bij dit besluit bevoegdheden heeft gedelegeerd blijft steeds gerechtigd deze bevoegdheden zelf uit te oefenen.
De bij dit besluit gegeven delegaties kunnen enkel worden uitgeoefend in zoverre de budgettaire weerslag van de beslissing kan opgevangen worden binnen de beschikbare jaarlijkse begrotingskredieten. Met het oog op de opvolging wordt bij iedere beslissing, met uitzondering van Hoofdstuk III, het beschikbaar vastleggings- en het beschikbaar vereffeningskrediet opgenomen en het respectievelijke saldo dat na aanrekening van de beslissing overblijft.
De bij dit besluit gedelegeerde bevoegdheden kunnen enkel worden uitgeoefend inzake de aangelegenheden die tot de taken van het agentschap behoren.
De bij dit besluit gedelegeerde bevoegdheden worden uitgeoefend binnen de perken en met inachtneming van de voorwaarden en modaliteiten die zijn vastgelegd in de bepalingen van de geldende wetgeving en het jaarlijkse ondernemingsplan.
In de mate dat de door dit besluit verleende delegaties zijn gekoppeld aan regelgeving of specifieke overeenkomsten, blijven zij overeenkomstig van kracht indien deze regelgeving of overeenkomsten worden gewijzigd, aangevuld of vervangen.
HOOFDSTUK II. - Overheidsopdrachten
Art. 3. De gedelegeerd bestuurder wordt gemachtigd om in het kader van de algemene werking van het agentschap :
1° bestekken voor werken, leveringen of diensten of de bescheiden die ze vervangen goed te keuren;
2° de wijze te kiezen waarop de opdracht wordt gegund;
3° de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten te gunnen binnen de perken van de begroting en in te staan voor de uitvoering ervan, voor zover :
a) indien het een openbare of niet openbare procedure betreft met als enige gunningscriterium de prijs, het gunningsbedrag lager is dan 500.000 euro exclusief btw;
b) indien het een openbare of niet openbare procedure betreft, met als enige gunningscriterium kosten, als bedoeld in artikel 81, § 2, eerste lid, 2°, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, of op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding, het gunningsbedrag lager is dan 150.000 euro, exclusief btw;
c) indien het een mededingingsprocedure met onderhandeling of een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking betreft, het gunningsbedrag lager is dan 120.000 euro, exclusief btw;
d) indien het een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking betreft, het gunningsbedrag lager is dan 85.000 euro exclusief btw;
e) het een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking betreft wegens dwingende spoed voortvloeiend uit onvoorzienbare gebeurtenissen voor de aanbestedende overheid, als bedoeld in artikel 42, § 1, 1°, b) van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
4° het bedrag van de eindafrekeningen van de opdrachten goed te keuren.
Hij wordt tevens gemachtigd om :
1° wijzigingen aan een opdracht goed te keuren met toepassing van Hoofdstuk 2, Afdeling 5 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten in zover hieruit geen bijkomende uitgaven van meer dan 15 % van het gunningsbedrag voortvloeien;
2° vertragingsboetes en straffen kwijt te schelden;
3° verrekeningen goed te keuren in zover hieruit geen bijkomende uitgaven van meer dan 15 % van het gunningsbedrag voortvloeien.
HOOFDSTUK III. - Rechtsvorderingen
Art. 4. De gedelegeerd bestuurder wordt gemachtigd om in rechte op te treden, afstand te doen van schuldvorderingen en rechtsvorderingen alsmede dadingen aan te gaan voorafgaand of volgend op het ontstaan van een rechtsgeding. De gedelegeerd bestuurder stelt de rechtsvorderingen in, alsmede de rechtsvorderingen die een bewarende maatregel inhouden met inbegrip van alle hierbij horende handelingen zoals het mandateren van een raadsman of deskundige die de belangen van de vennootschap behartigt zowel in gerechtelijke als buitengerechtelijke procedures en het instellen van alle rechtsmiddelen tegen vonnissen of arresten of desgevallend het berusten erin zoals onder meer het instellen van hoger beroep, verzet of voorziening in cassatie met uitzondering van de rechtsgedingen voor het Grondwettelijk hof en het Rekenhof.
Art. 5. De gedelegeerd bestuurder beslist over het afstand doen van alle zakelijke rechten, voorrechten en eisen tot ontbinding en over de opheffing van alle bevoorrechte of hypothecaire inschrijvingen, overschrijvingen, inbeslagname, verzet en alle andere verhindering, zonder de uitputting van de maatschappelijke schuldvorderingen of welkdanige betaling te moeten rechtvaardigen.
HOOFDSTUK IV. - Plattelandsfonds
Art. 6. De gedelegeerd bestuurder wordt gemachtigd om beslissingen te nemen aangaande de goedkeuring of afkeuring van projecten die bij de Vlaamse Landmaatschappij zijn ingediend in toepassing van het decreet van 7 juni 2013 tot vaststelling van de regels inzake de verdeling van het Vlaams Plattelandsfonds, alsmede beslissingen die betrekking hebben tot de uitbetaling, verantwoording en terugvordering van de door dat decreet toegekende subsidies.
HOOFDSTUK V. - Grondzaken
Afdeling I. - Algemeen
Art. 7. De gedelegeerd bestuurder wordt gemachtigd om te beslissen over de verwerving, vervreemding en ruil van onbebouwde onroerende goederen, over het afsluiten en beëindigen van pacht- en gebruikscontracten, over het vestigen en afstand doen van zakelijke rechten en over het toekennen van vergoedingen onder de voorwaarden bepaald in de afdelingen II, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XI van dit hoofdstuk en voor zover de prijs per verwervings-, ruil- of vervreemdingsdossier niet hoger is dan 750.000 euro.
De gedelegeerd bestuurder wordt gemachtigd om te beslissen over de verwerving, vervreemding en ruil van bebouwde of onbebouwde onroerende goederen, over het afsluiten en beëindigen van pacht- en gebruikscontracten, over het vestigen en afstand doen van zakelijke rechten en over het toekennen van vergoedingen onder de voorwaarden bepaald in afdeling III van dit hoofdstuk en voor zover de prijs per verwervings-, ruil- of vervreemdingsdossier niet hoger is dan 750.000 euro.
Art. 8. De gedelegeerd bestuurder wordt gemachtigd om de openbare onderzoeken zoals bedoeld in titel 3, hoofdstuk 3 van het Vlaams onteigeningsdecreet te organiseren en de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde standpunten, opmerkingen en bezwaren te behandelen.
De gedelegeerd bestuurder legt in voorkomend geval een aangepast voorlopig onteigeningsbesluit voor aan de raad van bestuur indien er essentiële wijzigingen of wijzigingen die niet voortvloeien uit het openbaar onderzoek worden aangebracht aan het voorlopig onteigeningsbesluit, vermeld in artikel 10 van het Vlaams onteigeningsdecreet.
De gedelegeerd bestuurder wordt gemachtigd om een machtiging tot onteigening zoals bedoeld in titel 2, hoofdstuk 3 van het Vlaams onteigeningsdecreet aan te vragen.
Art. 9. De gedelegeerd bestuurder beslist over de aankoop van onroerende goederen die het voorwerp uitmaken van een definitief vastgesteld onteigeningsbesluit onder de voorwaarde dat de aankoopprijs niet hoger is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter.
Art. 10. De gedelegeerd bestuurder wordt gemachtigd om een boscompensatievoorstel op te maken overeenkomstig artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990 en dit voorstel in te dienen bij de vergunningverlenende overheid.
Art. 11. De gedelegeerd bestuurder sluit de afpalingsovereenkomsten en ondertekent in uitvoering hiervan de processen-verbaal van afpaling.
Afdeling II. - Landinrichting
Art. 12. De gedelegeerd bestuurder beslist over de aankoop van onroerende goederen in een landinrichtingsproject onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de aankoopprijs niet hoger is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter;
2° de aankoop kadert binnen een landinrichtingsproject.
Art. 13. De gedelegeerd bestuurder beslist over de ruil van onroerende goederen in een landinrichtingsproject onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de waarde van het te verwerven goed niet hoger is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter en de waarde van het te vervreemden goed niet lager is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter;
2° de ruil tot doel heeft een landinrichtingsproject te realiseren.
Art. 14. De gedelegeerd bestuurder beslist over de overdracht van onroerende goederen die de VLM heeft verworven op voorwaarde dat de overdracht gebeurt overeenkomstig de maatregelen in een landinrichtingsproject.
Art. 15. De gedelegeerd bestuurder beslist over de overdracht van onroerende goederen die bij het afsluiten van een landinrichtingsproject niet ingezet zijn voor de realisatie van de maatregelen in dat project onder de voorwaarde dat de overdrachtsprijs niet lager is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter.
Afdeling III. - Recht van voorkoop natuur/integraal waterbeleid
Art. 16. De gedelegeerd bestuurder beslist over de aanvaarding van het recht van voorkoop bepaald in artikel 37 van het decreet natuurbehoud en het recht van voorkoop bepaald in artikel 12 van het decreet integraal waterbeleid, onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de aankoopprijs niet hoger is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter;
2° niet wordt afgeweken van de overeenkomst afgesloten tussen de VLM en de bevoegde administratieve overheid van het Vlaams Gewest betreffende het adviseren en uitoefenen van het recht van voorkoop.
Art. 17. De gedelegeerd bestuurder beslist over de overdracht aan het Agentschap voor Natuur en Bos van onroerende goederen die de Vlaamse Grondenbank heeft verworven met het recht van voorkoop bepaald in artikel 37 van het decreet natuurbehoud en de overdracht aan de bevoegde administratieve overheid van het Vlaams Gewest van de onroerende goederen die de Vlaamse Grondenbank heeft verworven met het recht van voorkoop bepaald in artikel 12 van het decreet integraal waterbeleid, onder voorwaarde dat niet wordt afgeweken van de overeenkomst afgesloten tussen de VLM en de bevoegde administratieve overheid van het Vlaams Gewest betreffende het adviseren en uitoefenen van het recht van voorkoop.
Afdeling IV. - Ruilverkaveling
Art. 18. De gedelegeerd bestuurder beslist over de aanvaarding van het recht van voorkoop en over de aankoop van onroerende goederen op grond van de gewone ruilverkavelingswet en de ruilverkavelingswet grote infrastructuurwerken, onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de aankoopprijs niet hoger is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter;
2° niet wordt afgeweken van de richtlijn vastgesteld door de bevoegde Vlaamse minister betreffende het toekennen van terugvorderbare voorschotten aan de Vlaamse Landmaatschappij en het verwerven van landeigendommen in toepassing van artikel 56 en 74 van de gewone ruilverkavelingswet en in toepassing van artikel 76 van de ruilverkavelingswet grote infrastructuurwerken.
Art. 19. De gedelegeerd bestuurder beslist over de verkoop van onroerende goederen verworven op grond van de gewone ruilverkavelingswet en van de ruilverkavelingswet grote infrastructuurwerken, onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de verkoopprijs niet lager is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter;
2° niet wordt afgeweken van de richtlijn vastgesteld door de bevoegde Vlaamse minister betreffende het toekennen van terugvorderbare voorschotten aan de Vlaamse Landmaatschappij en het verwerven van landeigendommen in toepassing van artikel 56 en 74 van de gewone ruilverkavelingswet en in toepassing van artikel 76 van de ruilverkavelingswet grote infrastructuurwerken.
Art. 20. De gedelegeerd bestuurder beslist over de ruil van onroerende goederen in het kader van de gewone ruilverkavelingswet en de ruilverkavelingswet grote infrastructuurwerken, onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de waarde van het te verwerven goed niet hoger is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter en de waarde van het te vervreemden goed niet lager is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter;
2° niet wordt afgeweken van de richtlijn vastgesteld door de bevoegde Vlaamse minister betreffende het toekennen van terugvorderbare voorschotten aan de Vlaamse Landmaatschappij en het verwerven van landeigendommen in toepassing van artikel 56 en 74 van de gewone ruilverkavelingswet en in toepassing van artikel 76 van de ruilverkavelingswet grote infrastructuurwerken.
Afdeling V. - Niet-instrumentgebonden projecten
Art. 21. De gedelegeerd bestuurder beslist over de aankoop van onroerende goederen in een niet-instrumentgebonden project, onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de aankoopprijs niet hoger is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter;
2° de aankoop gebeurt overeenkomstig de bepalingen van een door de raad van bestuur goedgekeurde overeenkomst of opdracht betreffende een niet-instrumentgebonden project.
Art. 22. De gedelegeerd bestuurder beslist over de overdracht van onroerende goederen in een niet-instrumentgebonden project, onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de verkoopprijs niet lager is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter tenzij het een kosteloze overdracht betreft aan de contracterende partij van de overeenkomst betreffende een niet-instrumentgebonden project;
2° de verkoop gebeurt overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst betreffende een niet-instrumentgebonden project.
Art. 23. De gedelegeerd bestuurder beslist over de ruil van onroerende goederen in een niet-instrumentgebonden project, onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de waarde van het te verwerven goed niet hoger is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter en de waarde van het te vervreemden goed niet lager is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter ;
2° de ruil gebeurt overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst betreffende een niet-instrumentgebonden project.
Afdeling VI. - Gronden Vlaamse Landmaatschappij
Art. 24. De gedelegeerd bestuurder beslist over de aankoop van onroerende goederen die gefinancierd worden door de Vlaamse Landmaatschappij onder de voorwaarde dat de aankoopprijs niet hoger is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter.
Art. 25. De gedelegeerd bestuurder beslist over de verkoop van onroerende goederen waarvan de verwerving werd gefinancierd door de Vlaamse Landmaatschappij onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de verkoopprijs niet lager is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter;
2° de verkoopprijs niet hoger is dan 100.000 euro.
Art. 26. De gedelegeerd bestuurder beslist over de verkoop van de eigen domeingoederen onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de verkoopprijs niet lager is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter;
2° de koper geen uitstel van betaling wordt toegekend.
Afdeling VII. - Lokale grondenbanken
Art. 27. De gedelegeerd bestuurder beslist over de aankoop van onroerende goederen in het kader van een overeenkomst afgesloten tussen de VLM en een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest houdende de oprichting van een lokale grondenbank, onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de aankoopprijs niet hoger is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter;
2° de aankoop gebeurt overeenkomstig de bepalingen van een door alle partijen ondertekende overeenkomst houdende oprichting van een lokale grondenbank.
Art. 28. De gedelegeerd bestuurder beslist over de ruil van onroerende goederen in het kader van een overeenkomst afgesloten tussen de VLM en een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest houdende de oprichting van een lokale grondenbank, onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de waarde van het te verwerven goed niet hoger is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter en de waarde van het te vervreemden goed niet lager is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter;
2° de ruil gebeurt overeenkomstig de bepalingen van een door alle partijen ondertekende overeenkomst houdende oprichting van een lokale grondenbank.
Art. 29. De gedelegeerd bestuurder beslist over de overdracht van onroerende goederen in het kader van een overeenkomst afgesloten tussen de VLM en een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest houdende de oprichting van een lokale grondenbank, onder de cumulatieve voorwaarden dat :
1° de verkoopprijs niet lager is dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter tenzij het een kosteloze overdracht betreft aan de contracterende partij van de overeenkomst houdende de oprichting van een lokale grondenbank;
2° de overdracht gebeurt overeenkomstig de bepalingen van een door alle partijen ondertekende overeenkomst houdende oprichting van een lokale grondenbank;
3° de koper geen uitstel van betaling wordt toegekend.
Art. 30. De gedelegeerd bestuurder beslist over het beëindigen van pacht- en gebruiksovereenkomsten in het kader van een overeenkomst afgesloten tussen de VLM en een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest houdende de oprichting van een lokale grondenbank onder de volgende cumulatieve voorwaarden :
1° de eindepachtvergoeding, de vergoeding voor de stopzetting van het landbouwgebruik en de vergoeding voor de opstanden is, rekening houdende met de afrondingen, niet hoger dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter;
2° de pacht- of gebruiksbeëindiging gebeurt overeenkomstig de bepalingen van een door alle partijen ondertekende overeenkomst houdende oprichting van een lokale grondenbank.
Art. 31. De gedelegeerd bestuurder neemt de beslissingen inzake de toekenning van de flankerende maatregel voor mestafzetverlies in het kader van een overeenkomst afgesloten tussen de VLM en een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest houdende de oprichting van een lokale grondenbank, onder de voorwaarde dat de voorwaarden en modaliteiten zoals beschreven in die overeenkomst zijn vervuld.
Art. 32. De gedelegeerd bestuurder neemt de beslissingen inzake de toekenning van de flankerende maatregel "pachtaanvaardingsvergoeding" in het kader van een overeenkomst afgesloten tussen de VLM en een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest houdende de oprichting van een lokale grondenbank, onder de voorwaarde dat de voorwaarden en modaliteiten zoals beschreven in die overeenkomst zijn vervuld.
Afdeling VIII. - Afsluiten en beëindigen van pacht- en gebruiksovereenkomsten
Art. 33. De gedelegeerd bestuurder beslist over het afsluiten van pacht- en gebruiksovereenkomsten op onroerende goederen in eigendom van de VLM.
Art. 34. De gedelegeerd bestuurder beslist over het beëindigen van pacht- en gebruiksovereenkomsten op onroerende goederen in eigendom van de VLM onder de volgende cumulatieve voorwaarden :
1° de beëindiging kadert niet binnen een overeenkomst afgesloten tussen de VLM en een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest houdende de oprichting van een lokale grondenbank;
2° de vergoeding is niet hoger dan de schattingsprijs van een Vlaamse commissaris of een beëdigde schatter.
Afdeling IX. - Vestiging en afstand van zakelijke rechten
Art. 35. De gedelegeerd bestuurder beslist over het afstand doen van alle zakelijke rechten, voorrechten en eisen tot ontbinding en over de opheffing van alle bevoorrechte of hypothecaire inschrijvingen, overschrijvingen, inbeslagname, verzet en alle andere verhindering, zonder de uitputting van de maatschappelijke schuldvorderingen of welkdanige betaling te moeten rechtvaardigen.
Art. 36. De gedelegeerd bestuurder beslist over het vestigen van een erfpachtrecht of opstalrecht op onroerende goederen in eigendom van de VLM voor zover de vestiging van die rechten gebeurt in het kader van een inrichtingsproject en overeenkomstig de door de raad van bestuur vooraf bepaalde modaliteiten.
Art. 37. De gedelegeerd bestuurder beslist over het vestigen van erfdienstbaarheden ten bate of ten laste van onroerende goederen in eigendom van de VLM.
Afdeling X. - Vergoedingen
Art. 38. De gedelegeerd bestuurder neemt de beslissingen inzake toekenning van de gebruikerscompensatie zoals bepaald in artikel 8 van het decreet van 27 maart 2009 houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut.
Art. 39. De gedelegeerd bestuurder neemt de beslissingen inzake toekenning van de bestemmingswijzigingscompensatie en de compensatie ingevolge beschermingsvoorschriften zoals bepaald in artikel 6.2.13 en 6.3.3. van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid.
Afdeling XI. - Aanwijzing secretaris
Art. 40. De gedelegeerd bestuurder wordt gemachtigd de secretaris van elke coördinatiecommissie, van elk ruilverkavelingscomité en van elk ander orgaan belast met de ruilverkaveling van landeigendommen, van de landinrichting en van de natuurinrichting aan te wijzen.
HOOFDSTUK VI. - Gebruik en rapportering van de delegaties
Art. 41. Over het gebruik van de hem verleende delegaties, rapporteert de gedelegeerd bestuurder maandelijks aan de raad van bestuur, op een gestructureerde, beknopte en ter zake doende wijze.
Het rapport bevat de nodige informatie over de beslissingen die met toepassing van de verleende delegaties in de betrokken periode worden genomen. Het rapport bevat tevens de stand van uitvoering per begrotingsartikel, voor zover dat van toepassing is.
Het gebruik van de verleende delegaties en de rapportering erover kan door de raad van bestuur nader worden geregeld bij beslissing van de raad van bestuur.
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen
Art. 42. Het besluit van de raad van bestuur van de Vlaamse Landmaatschappij van 13 november 2013 betreffende de delegatie van bevoegdheden aan de gedelegeerd bestuurder en tot opheffing van het besluit van de raad van bestuur van de Vlaamse Landmaatschappij van 28 november 2007 wordt opgeheven.
Art. 43. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Brussel, 17 januari 2019.
De voorzitter van de raad van bestuur van de Vlaamse Landmaatschappij,
H. BROERS



  Nieuwsflash
 
Vrijdag 31 mei, uiterste wijzigingsdatum van de verzamelaanvraag Lees meer
 
 
Oproep 'Burgerplatform Leefbaar E403' tegen het geplande hoogspanningstraject Ventilus Lees meer
 
 
ABS wil anticiperen op aardappeloverschotLees meer
 
 
Vrijwillige intrekking van de vergunning van PIRIMORLees meer
 
 
Samenstelling van het Centraal Comité van het JachtfondsLees meer
 
 
De oprichting van een cannabisbureau Lees meer
 
 
Minister Van den Heuvel investeert in onderzoeksinfrastructuur voor tuinders Lees meer
 
 
KB bestrijding van rundertuberculoseLees meer
 
 
VLAM brengt zijn activiteitenverslag 2018 uit Lees meer
 
 
Actieplan Droogte en Wateroverlast 2019-2021Lees meer
 
 
Verzoen landbouw en natuur Lees meer