Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Vorig ArtikelVorig artikel Volgend artikelVolgend Artikel

 13 jun 2018 04:59 

Aantal beroepen van het Departement Omgeving tegen bouwvergunningen


Vraag om uitleg over het aantal beroepen van het Departement Omgeving tegen bouwvergunningen van Bart Nevens aan minister Joke Schauvliege

De voorzitter

De heer Nevens heeft het woord.

Bart Nevens (N-VA)

Minister, we kennen het verhaal van ontvoogding, waarbij Vlaanderen de gemeenten steeds meer autonomie gaf op het vlak van bouwvergunningen, wat positief is. Intussen werden die vervangen door de omgevingsvergunning, waarbij de gemeenten volledige autonomie hebben voor gemeentelijke dossiers.

Het vertrouwen dat de decreetgever hiermee geeft aan de lokale besturen is een goede zaak, aangezien die lokale besturen het dichtst bij de burgers staan en vanuit hun bevoorrechte positie het best kunnen oordelen over dossiers inzake ruimtelijke ordening. In de regelgeving werd opgenomen dat een eventueel beroep vanuit het departement Omgeving of andere adviesinstanties enkel nog kan worden ingediend door de leidend ambtenaar. Dit is onder meer om ervoor te zorgen dat er een uniformiteit zit in de beoordeling tussen de verschillende provincies. In de loop der jaren zijn er door verschillende collega’s, maar ook door mezelf, verschillende vragen gesteld over de evolutie van het aantal beroepen, vooral de beroepen door het departement.

Als ik de cijfers van alle schriftelijke vragen van de laatste drie jaar naast elkaar leg – waarbij ik telkens dezelfde cijfers vroeg voor een overlappende periode – begrijp ik er niks van. Dat zou aan mij kunnen liggen, maar daarom vraag ik het hier aan u, minister. Ik zet hieronder even de cijfers over het aantal beroepen door het departement Ruimte naast elkaar die ik van u heb ontvangen in antwoord op mijn schriftelijke vragen van 27 januari 2017 en van 6 maart 2018. Ik heb geprobeerd dat overzichtelijk in een kolommetje weer te geven.

Om te kunnen beoordelen of de gemeenten hun werk correct uitvoeren, maar vooral om te kijken of de procedure voor beroepen door het departement efficiënt werkt, is het belangrijk over de juiste cijfers te beschikken. Hopelijk kunt u verduidelijken waar deze verschillen – in het bijzonder in het jaar 2016 – vandaan komen. Ik stel sowieso vast dat het aantal beroepen door het departement tegen beslissingen van de lokale besturen aanzienlijk groter is in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant dan in de andere provincies.

Minister, hoe verklaart u het verschil tussen de cijfers in de twee antwoorden, niettegenstaande deze cijfers telkens, zoals u zelf aanhaalde in uw antwoord, uit dezelfde gewestelijke vergunningendatabank afkomstig zijn? Wat zijn de correcte cijfers voor de periode 2014-2017? Hoe verklaart u de verschillen in het aantal beroepen tussen de verschillende provincies?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Collega Nevens, ik zal proberen u te verlossen uit uw vraagstuk, want het is inderdaad een heel kluwen. Om te beginnen, de cijfers die door de diensten ter beschikking werden gesteld voor de jaren 2014 en 2015 zijn op een kleine correctie na identiek.

Voor het jaar 2016 zijn er inderdaad enkele verschillen die volgens mijn diensten worden verklaard door de bron, en dat is niet, zoals u stelt, dezelfde gewestelijke vergunningendatabank. Daar knelt het schoentje.

Voor het antwoord op de schriftelijke vraag 301 van 2017 hebben mijn diensten de cijfergegevens vanuit de verschillende werkplekken van mijn administratie ter beschikking gesteld. Het antwoord op schriftelijke vraag 352 van 2018 werd gegenereerd vanuit de gewestelijke databank. De diensten zijn er zich van bewust dat er een noodzaak bestaat aan correcte monitoring. Er werd dan ook overleg gevoerd om dit punt uit te klaren en zuiver te zetten. Er werden afspraken gemaakt om de registratie en monitoring nog correcter te laten verlopen. De diensten doen ook een inhaalbeweging om de registratie van de beroepen van de voorbije jaren op punt te zetten.

De verschillen in de provincies, daar hebben we niet echt een verklaring voor. Een mogelijke verklaring is dat de lokale overheden uit bepaalde regio’s meer aandacht besteden aan een duurzame ruimtelijke ordening, aan de doorwerking van de Vlaamse beleidsopties, normen en principes, waardoor er betere, gemotiveerde beslissingen worden genomen. Zo kan er bijvoorbeeld meer worden ingezet op vooroverleg. Daar zien we wel veel regionale verschillen. Er zijn regio’s waar veel meer op voorhand wordt overlegd, en er zijn regio’s waar dat veel minder gebeurt.

Ook het al dan niet naleven van de adviezen van andere besturen, is vaak verschillend in cultuur tussen lokale besturen. Ten slotte kan het belang van beroep ook bij een andere sector liggen. In elk geval past mijn administratie de haar decretaal toegewezen opdracht van een maatschappelijke afweging bij het instellen van een beroep overal gelijk toe. We hebben er geen duidelijke verklaring voor, maar ik kan alleen maar vaststellen dat er grote regionale verschillen zijn.

De voorzitter

De heer Nevens heeft het woord.

Bart Nevens (N-VA)

Minister, dank u wel voor mijn gemoedsrust, want ik dacht echt dat het aan mij lag, die verschillende cijfers. Hiermee is dat uitgeklaard en ga ik in de toekomst eenduidige cijfers hebben uit dezelfde databank, en kan ik beter nagaan hoe de verhoudingen zijn tussen de verschillende provincies en de beroepen die worden ingesteld.

Aan de andere kant blijf ik toch nog met een aantal vragen zitten over de weging door de leidend ambtenaar, wanneer wel of niet een beroep wordt ingesteld. Mijn ervaring als schepen van Ruimtelijke Ordening in een weliswaar bescheiden gemeente doet me vermoeden dat er in sommige departementen anders wordt gehandeld dan in andere. Ik heb het gevoel dat sommige leidend ambtenaren het meer overlaten aan hun mensen op het terrein, die dan de keuze maken om wel of niet verder te gaan in bepaalde dossiers. Daaraan zou paal en perk moeten worden gesteld.

Het is onze plicht ervoor te zorgen dat er overal evenwichtig wordt gehandeld. De ruimtelijke ordening, of de ruimtelijke wanorde, heeft soms nood aan een goed beleid. Ik merk daar verschillen, en de cijfers tonen zwart op wit dat er in verschillende provincies op een andere manier wordt omgegaan met die beroepsprocedure.

Soms is dat ook een frustratie voor de lokale besturen omdat zij het dichtst bij de bewoners staan en de ervaring op het terrein het beste kennen. Het is niet altijd de stedenbouwkundige context die ertoe moet bijdragen een vergunning al of niet af te leveren, maar dat er ook breder wordt gekeken naar mobiliteit, waterhuishouding en allerhande aspecten die ook in andere dossiers aan bod komen. Die moeten we goed kunnen inschatten. Daardoor is een goed stedenbouwkundig uniform beleid nodig.

Minister, ik vraag nogmaals om binnen de departementen te bekijken hoe u er op een uniforme wijze voor kunt zorgen dat de weging om in beroep te gaan, kan worden gelijkgesteld.

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Bruno Tobback (sp·a)

Dit is een interessante vraag om uitleg. Het probleem is dat we enkel aan de hand van de cijfers van het aantal beroepen, bijzonder weinig weten. Het zou me veel meer interesseren – minstens evenveel interesseren, laat ik de kerk in het midden houden – te weten hoeveel van die ingediende beroepen ofwel beroepen bij de provincie ofwel, in de volgende stap, beroepen of procedures aangevat door de administratie, uiteindelijk ook succesvol zijn. Zeventig beroepen instellen die allemaal worden afgewezen, is natuurlijk weinig zinvol.

Aan de andere kant, als je vaststelt dat er in de ene provincie veertig terechte procedures worden aangevat die allemaal gegrond blijken, en in de andere er maar één blijkt te zijn, dan is dat een probleem. De grote moeite in de ruimtelijke ordening is natuurlijk dat de inhoudelijke afweging bijzonder weinig gestroomlijnd is in Vlaanderen, en dat al naargelang de gemeente of het toevallige gemeentebestuur waarmee je wordt geconfronteerd het ene wel mag en op een andere plaats precies hetzelfde niet mag. Dat leidt natuurlijk tot frustraties en conflicten.

Minister, naast de interessante evaluatie van de cijfers en de verschillen tussen de provincies, zouden we waarschijnlijk veel meer kunnen leren als er ook een jaarlijks inhoudelijk overzicht zou worden geproduceerd, aan de ene kant door de provincies over de gerechtelijke procedures en de resultaten in de verschillende gemeentebesturen, en aan de andere kant door de Vlaamse administratie over de succesratio en de inhoudelijke afwegingen en de redenen waarom er in bepaalde provincies meer, en in andere provincies veel minder wordt opgetreden. Die afweging ontbreekt totaal.

Op dat vlak is het autonoom maken van de gemeenten aan de ene kant een principe waarover iedereen het wel eens is, maar aan de andere kant ook een risico op totale willekeur en chaos op het terrein, als het niet wordt opgevolgd, waarbij bewoners van omliggende gemeenten en aanpalende gemeenten in het ene geval veel meer mogen dan in het andere geval. Dat kan voor het rechtsgevoel van de burger uiteindelijk ook niet de bedoeling zijn.

Minister Joke Schauvliege

Collega's, u weet dat wij absoluut niet politiek tussenkomen in dergelijke zaken, dat kunnen we ook niet doen. De diensten passen die bevoegdheid toe. Ik ga ervan uit dat er een interne richtlijn is, die iedereen toepast. Misschien is het interessant, en kan het een suggestie zijn om die richtlijn hier eens te bespreken. Misschien kunt u de diensten eens uitnodigen om te weten te komen hoe ze daar concreet mee omgaan. Dat kan een interessante hoorzitting zijn.

Het klopt natuurlijk dat, als die regionale tendensen op die manier worden voortgezet, we misschien dieper moeten kijken en nog beter preventief werken. Als we weten waarom er in de ene provincie minder beroepen zijn dan in de andere, en dat te maken heeft met een andere aanpak, dan kan het leerzaam zijn voor andere provincies. Wat finaal de uitkomst is, is natuurlijk ook zeer relevant.

Ik meen te weten – maar straf me niet af als ik het fout heb – dat we daarover in het parlement al vragen hebben gehad en dat onze diensten zeiden dat ze dat niet meteen aan elkaar konden linken, dat ze niet altijd de finale uitspraak konden zien. We zullen dat zeker navragen. Mocht er worden beslist om daar dieper op in te gaan in deze commissie aan de hand van een hoorzitting, kan dat daar misschien aan bod komen.

Bart Nevens (N-VA)

Minister, ik denk dat uw suggestie om daarover een hoorzitting te organiseren inderdaad zeer nuttig kan zijn, om eventueel de leidend ambtenaar uit te nodigen om een toelichting te geven over de aanpak van het behandelen van dossiers en de afweging die hij maakt om al dan niet in beroep te gaan. Ik hoop dat het resultaat dan niet is dat er misschien financiële aspecten zijn om minder in beroep te gaan, of dat men een soort willekeur toepast en het overlaat aan bepaalde mensen die voor leidend ambtenaar spelen en de keuze maken om niet in beroep te gaan.

Ik veronderstel dat er ook regionale verschillen zijn doordat het in een bepaalde regio misschien lucratiever is om in beroep te gaan, wetende dat men er meer kan uithalen dan de vergunning die men eventueel van een lokale overheid heeft gekregen.

Maar het is gissen. Ik kan het ook niet baseren op cijfers. Ik zie alleen de verschillen, dus de suggestie om daar in deze commissie een hoorzitting over te houden, is zeker een goede manier om eventuele onduidelijkheden, die er vandaag toch zijn, uit te klaren.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
57e Internationale Rozenkeuring in Kortrijk Lees meer
 
 
Expertisecentrum laat Vlaamse producten schitteren in binnen- en buitenland Lees meer
 
 
Biodiversiteit - Onderzoeksrapport IPBES Lees meer
 
 
Overstromingsgevoelig gebied - Impact remediërende lokale infrastructuurmaatregelen Lees meer
 
 
Belgapom: geen noteringLees meer
 
 
Actielimieten voor chemische contaminanten in levensmiddelen : aluminium, nitraten en nitrieten, ...Lees meer
 
 
CAO vlassectorLees meer
 
 
Synagra maïs notering onveranderdLees meer
 
 
185 vierkante kilometer minder jachtterrein in een jaar tijd Lees meer
 
 
Vlaming gebuisd op kennis over voeding Lees meer
 
 
FrisLees meer
 
 
CBOT: tarwe en maïs stijgenLees meer
 
 
Systeem waarmee plant omgaat met stress na een overstroming Lees meer
 
 
EU en Nieuw-Zeeland openen handelsbesprekingen Lees meer
 
 
Belgische vleessector keurt bindend charter ‘vlees voor de toekomst’ goed Lees meer
 
 
Milcobel betaalde fors hogere melkprijs in 2017 maar boekte lager bedrijfsresultaat Lees meer
 
 
Vraag om uitleg over drempels in de mestwetgeving voor de biologische landbouw Lees meer
 
 
FLAX DNA hoogmis voor Vlas en linnen Lees meer
 
 
Vlasseizoen 2018 en vlasmarktLees meer
 
 
Parlementaire vraag over de afhandeling van de dossiers van het Rampenfonds 2016 Lees meer
 
 
Studiedagen, vergaderingen en demo'sLees meer
 
 
Investeringssubsidies voor het aanschaffen van uitrusting in het land- en tuinbouwonderwijs Lees meer
 
 
Aanslepende beroepsprocedures tegen milieu- en stedenbouwkundige vergunningen Lees meer
 
 
Producten op basis van mancozeb tijdelijk toegelaten tegen cercospora-bladvlekkenziekte Lees meer
 
 
Nederlandse boer wil omwenteling op platteland Lees meer
 
 
Flandria marktvooruitblik juli Lees meer
 
 
Weerbericht voor de landbouwLees meer