Akkerbouw
Algemeen
Dieren
Economie
Markten
Mechanisatie
Milieu
Politiek
Tuinbouw
Veehouderij
Voeding
Inloggen
 
 
 
Klik hier om u te registreren en te abonneren
(72,60 euro per jaar)
 
Wachtwoord vergeten
Volgend artikelVolgend Artikel

 20 feb 2018 18:27 

Vraag om uitleg over het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV)


Vraag om uitleg over het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), meer bepaald wat betreft het MKBA-eindrapport (maatschappelijke kosten-batenanalyse) en de impulsprojecten ter verhoging van het ruimtelijk rendement van Lydia Peeters aan minister Joke Schauvliege

De voorzitter

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Voorzitter, deze vraag is een vervolgvraag op wat in het verleden al aan bod is gekomen over de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) die samen met de milieustudie werd gemaakt in het kader van het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), om de maatschappelijke kosten te kunnen screenen wanneer men bepaalde beleidsmaatregelen gaat nemen, en welke repercussies dat heeft.

In de plenaire vergadering van 22 november hebben we daaromtrent reeds een debat gevoerd. Nadien hebben we via de commissiesecretaris de studie met als titel ‘Rapport fase 1 - Budgettaire en financiële impact transitietraject Beleidsplan Ruimte Vlaanderen’ van Stec Groep mogen ontvangen. Dat was op dat ogenblik een conceptstudie.

In antwoord op mijn schriftelijke vraag van 22 november 2017 gaf u aan dat de eindoplevering van de studie gepland was voor eind december 2017, maar dat verwacht werd dat de studie pas eind januari 2018 zou worden opgeleverd. Ook in antwoord op mijn schriftelijke vraag gaf u mee dat de administratie werkt aan een subsidiebesluit om ruimtelijke impulsprojecten ter verhoging van het ruimtelijk rendement te operationaliseren. Vandaar mijn vragen aan u, minister.

Werd de MKBA en/of de studie van Stec Groep ondertussen definitief opgeleverd? In welke mate verschilt het definitief rapport ten overstaan van het rapport fase 1 van 31 oktober 2017 en/of welke wijzigingen werden doorgevoerd? Is er een wijziging in de diverse beleidsscenario’s en/of de gehanteerde cijfers inzake de berekening van de planschade? Welk specifiek beleidsscenario geniet uw voorkeur? In rapport fase 1 is sprake van 20.000 hectare slecht gelegen bouwgronden die moeten worden geschrapt. Op basis van welke criteria of ruimtelijke parameters werden deze gronden in de studie geselecteerd en wat is de huidige bestemmingscategorie van deze gronden? Wanneer voorziet u in de agendering van de principiële goedkeuring door de Vlaamse Regering van het uitvoeringsbesluit omtrent de ruimtelijke impulsprojecten ter verhoging van het ruimtelijk rendement?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Collega Peeters, de studie is nog niet definitief opgeleverd. Er vond vandaag nog een klankbordgroep plaats, en daar zijn een aantal opmerkingen geformuleerd. Die is pas een half uurtje geleden afgerond. Op basis van die opmerkingen zal de studie gefinaliseerd worden en eind februari worden opgeleverd.

Het eindrapport heeft dezelfde opbouw als de tussentijdse versie. De methodologie en de algemene uitgangsprincipes zijn behouden. De klankbordgroep vroeg om een aantal aspecten verder uit te diepen. Het rapport is uitgebreid met een onderbouwing bij de keuze voor de gehanteerde scenario’s. Kwalitatieve aspecten en effecten die niet of moeilijk te ‘monetariseren’ zijn in een kosten-batenanalyse (KBA), worden uitvoeriger besproken, bijvoorbeeld biodiversiteit, ecosysteemdiensten en dergelijke meer. Het wordt mogelijk om combinaties van de verschillende scenario’s te evalueren. Regelmatig wordt ook de link gelegd naar het rekenmodel om in de toekomst zelf scenario’s te kunnen bouwen. Het studiebureau heeft een analyse uitgevoerd waaruit blijkt vanaf wanneer het kansrijk is om in een bepaald gebied in te zetten op ruilen, dan wel op schrappen. Er is ook een verdieping toegevoegd over de budgettaire effecten naar verschillende overheden.

Er zijn geen gigantische wijzigingen aangebracht met betrekking tot de gehanteerde cijfers voor planschade. Het eindrapport omvat een aantal uiteenlopende beleidsscenario’s, met cijfers voor de berekening van de planschade. Zoals u weet, werkt de studie met een nulscenario en met vier scenario’s van extremen. Er zijn zowel varianten die planschade ramen op basis van de historische verwervingswaarde, als scenario’s op basis van de venale waarde. Dat blijft allemaal behouden.

De studie onderzoekt ‘de uithoeken van het speelveld’, waarin verschillende scenario’s gecombineerd worden. Het is niet de bedoeling daar één scenario uit te kiezen. Ik wil benadrukken dat het onderzoek ons als beleidsmakers een inzicht geeft in de verschillende combinaties, zonder expliciet een keuze op te leggen. Het is aan het beleid om een keuze te maken.

Om de wenselijke en niet-wenselijke locaties in beeld te brengen, is het juridisch woonaanbod afgetoetst aan de criteria zoals deze zijn beschreven in het witboek BRV. Dat is logisch, aangezien de studie net een kosten-batenanalyse van dat BRV voor ogen heeft. De parameters die in het witboek BRV worden vooropgesteld, zijn u bekend: de knooppuntwaarde maar ook het voorzieningenniveau, fysische systemen zoals de rivier- en beekvalleien, de open ruimte, het kernversterkend karakter van een plek of de potentie voor energie. Iedere locatie heeft op basis van deze analyse een label ‘goed gelegen’ of ‘slecht gelegen’ gekregen. Dat wil niet zeggen dat deze locaties voortaan in het beleid zo zullen worden bestempeld, maar het is belangrijk dat die parameters gehanteerd worden.

De studie van Stec doet enkel een uitspraak over gronden in woongebied, woonuitbreidingsgebied en woonreservegebieden. Het is belangrijk om dat hier te benadrukken.

Momenteel werken onze diensten in overleg met ons aan een voorstel van subsidiebesluit voor de impulsprojecten. Hiervoor moet ook nog taal- en legistiek advies worden aangevraagd, alsook een advies van de minister van Financiën. Wij hopen dat dit snel rond zal zijn.

De voorzitter

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik zal over een maand of zo nog eens moeten terugkomen. Voorzitter, misschien kunnen we, zodra de MKBA finaal is opgeleverd, daar een vergadering aan wijden. Het is voor iedereen interessant om eens het definitieve verhaal te horen van alle mogelijke scenario's. Minister, u hebt gezegd dat het niet een keuze voor een welbepaald scenario zal zijn, maar een combinatie van diverse scenario's, afhankelijk van wat men op welbepaalde plaatsen wenst.

Wat betreft de parameters, komt de kansenkaart toch weer naar boven. Ik hoop dat men wat dat betreft blijft vasthouden aan het feit dat niet alleen de voorzieningen en de knooppuntwaarden van belang blijven. U zegt dat ook de openruimtegebieden, de groen-blauwe dooradering en dergelijke aan bod komen. Het is belangrijk dat dat wordt meegenomen.

Ik denk dat de ruimtelijke impulsprojecten op dit ogenblik belangrijkere elementen zijn om een proactieve aanpak te realiseren dan de Bouwmeester Scan die op dit ogenblik loopt. Ik hoop dat dat er weldra staat aan te komen. We kijken daarnaar uit.

Ik hoop dat de voorzitter mijn suggestie kan meenemen.

De voorzitter

We zullen dit straks meenemen in de regeling der werkzaamheden.

De heer Vandaele heeft het woord.

Wilfried Vandaele (N-VA)

Voorzitter, ik heb een algemene opmerking. We hebben in een aantal documenten de voorbije maanden kunnen zien dat, om kort door de bocht te gaan, het niet aansnijden van bepaalde gebieden op termijn een goede zaak is en de kosten-batenanalyse positief is, ook voor de lokale besturen, en dat het soms beter is om niet te bouwen dan wel te bouwen. Een kleine kanttekening daarbij is dat we dan spreken over gunstige effecten op de lange termijn, namelijk twintig tot dertig jaar. Dan is het inderdaad voordelig om een aantal ontwikkelingen niet te laten plaatshebben. Maar de keerzijde van de medaille is als we vandaag beslissen dat we die ontwikkelingen niet zullen laten doorgaan, dat er vandaag wel middelen voor moeten zijn om dat af te remmen, bijvoorbeeld voor planschade. Dan zit er een discrepantie tussen enerzijds het feit dat we op de duur met zijn allen beseffen dat het een goede zaak is om een aantal dingen niet te doen en de open ruimte te laten wat die is, en dat dat voordelig is op lange termijn, ook financieel, maar anderzijds dat we op de korte termijn daar wel middelen voor nodig hebben, en die zijn er misschien niet altijd. Dat is een bedenking die ik maak en waar we toch een oplossing voor zullen moeten vinden, want niets doen is ook niet verstandig.

De voorzitter

We zullen straks tijdens de regeling der werkzaamheden bekijken of we dit thema nog verder uitspitten in de commissie.

De vraag om uitleg is afgehandeld.



  Nieuwsflash
 
Minder methaan, meer melk en meer rendabiliteit door langere leefbaarheid melkvee Lees meer
 
 
Methaanuitstoot van de Vlaamse melkveebedrijven kan met één derde verminderenLees meer
 
 
Betere selectie van blindengeleide dek-reuen op komstLees meer
 
 
Droogtemaatregelen: EC voorziet in bijkomende versoepelingen voor groenbedekkers Lees meer
 
 
Kalfskoek van Keurslager Schalck uit Wetteren krijgt erkenning Vlaams streekproduct Lees meer
 
 
Antwerpen organiseert "Best Sommelier of the World" wedstrijd 2019Lees meer
 
 
Mestcontrole: hoe werkt een bedrijfsdoorlichting? ​ ​Lees meer
 
 
Win-win: ruilverkaveling Rijkevorsel-Wortel versterkt landbouw en natuur ​ Lees meer
 
 
Noordwest Europese aardappeloogst geschat op minder dan 24,0 miljoen ton Lees meer
 
 
Tongeren stelt droogteschade landbouw vast met eigen app Lees meer
 
 
PROTECOW laat Franse en Belgische melkveehouders nadenken over bedrijfsvoeringLees meer
 
 
Studiedagen, vergaderingen en demo'sLees meer
 
 
Weerbericht voor de landbouwLees meer