Tussen de lidstaten zijn er enorme verschillen waar te nemen. Zo steeg het inkomen in Roemenië met maar liefst 56,8%. Ook in Hongarije (+49,2%), Ierland (+27,5%) en Luxemburg (+24,7%) werden sterke stijgingen van het landbouwinkomen vastgesteld.
In heel Europa steeg de productiewaarde van gewassen, goed voor ruim de helft van de totale productiewaarde, met 7%. Er werden vooral prijsstijgingen vastgesteld voor granen (+18,5%), oliehoudende zaden (+16,7%) en suikerbieten (+4,7%).
De sterkste dalers waren verse groenten (-10,7%), fruit (-2,4%) en planten en bloemen (1,7%). Er zagen 5 lidstaten verleden jaar de productiewaarde van hun gewassen dalen. België voert de lijst aan met een daling van 13%, gevolgd door Portugal (-6,3%), Nederland (-3,5%), Spanje (-3,2%) en Zweden (-0,6%).
Voor de dierlijke producten steeg de productiewaarde 8,2%. Per sectoren komt dat neer bij pluimvee op (+10,7%), runderen (+8,6%), schapen en geiten (+6,6%) en varkens (+6,5%). Tegenover gestegen prijzen, stonden ook gestegen kosten.
In alle lidstaten gingen bijvoorbeeld de energieprijzen omhoog, variërend van +26,5% in Finland tot +1,6% in Polen. Ook de prijs van meststoffen en bodemverbeteraars ging fors de hoogte in.
In Groot-Brittannië (+33,4%) en België (+30,5%) was de stijging het grootst, daarna volgen Oostenrijk (+29,5%) en Finland (+28,2%).