De achteruitgang was, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk, nergens ter wereld groter. Landen zoals Duitsland en Zwitserland hielden veel beter stand.
Het wegkwijnen van de industrie maakt ons land bijzonder kwetsbaar. We verliezen export - en dus inkomsten uit het buitenland - en worden meer en meer afhankelijk van de binnenlandse vraag, die op zijn beurt gestimuleerd moet worden door de overheid.
Elke industriële job levert ook een veelvoud aan directe werkgelegenheid op. "De industrie vormt de basis van de economische piramide, de basis van de welvaart. Zonder industrie dreigt verarming", waarschuwt Noels.
Het verlies is vooral een gevolg van delokalisatie en outsourcing. Factoren zoals de hoge loonkosten, de rigiditeit en de complexiteit van de regels hier en het trage aanpassingsvermogen van onze arbeidsmarkt spelen ons land parten.
Toch is het nog niet te laat, meent Noels. Volgens hem moet België een voorbeeld nemen aan Duitsland, inzake loonbeleid en hervormingen. "In 2000 namen ze maatregelen waardoor ze tijdens de huidige crisis concurrentieel zijn gebleven", zegt Noels.