Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Dat weten ook de makers van Mijn restaurant. Omdat de meeste koppels van de vorige twee edities de geboden culinaire kansen compleet verknalden, werd dit jaar gewaarschuwd voor het belang van de zakelijke kant van een restaurant. Tot vervelens toe hamerden Rani De Coninck en de juryleden op een goede boekhouding. De rekening moest kloppen.
De eerste aflevering van gisteravond leert dat de boodschap bij een aantal koppels nog niet is doorgedrongen. De vijf duo’s moesten een gerecht klaarmaken voor dertig mensen. De jury onder leiding van Peter Goossens proefde niet mee, maar beoordeelde de borden puur boekhoudkundig.
Slechte punten
Vooral de West-Vlaamse en Vlaams-Brabantse duo’s lieten zware steken vallen. Kristof kreeg de prijs van het lekkerste gerecht, maar slaagde erin vijftien kilo langoustines aan te kopen. Gevolg: zestig langoustines in de vuilnisbak. Om uit de kosten te komen zou hij zijn gerecht voor 37,25 euro moeten verkopen.
Ook Ludovic en Jurgen van Halle – ‘we zijn homo maar hebben totáál geen relatie’ – gingen compleet de mist in: hun miezerige bordje zalm was veel te duur voor wat het was.
De duo’s uit Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg hadden wél goed gerekend. Catherine en Inge uit Aalst, allebei goed voor nul komma nul kookervaring, wonnen zelfs de hoofdprijs van 14.000 euro omdat hun gerecht boekhoudkundig zo goed in balans was.
Jurylid Dirk De Prins hoopt dat de duo’s de hint begrepen hebben. ‘We hebben hen een simpele vuistregel gegeven om de food cost of kostprijs van een gerecht te berekenen. Je vermenigvuldigt gewoon álle kosten die je maakt met 2,5 of drie. Het resultaat is de prijs die je voor een gerecht moet vragen om uit de kosten te komen. Met kosten bedoelen we álles: loonkosten, verwarming, koeling, producten, bestek.’
Onbetaalbaar
De Prins kan niet vatten dat twee duo’s die eenvoudige regel niet hadden toegepast: ‘Die gasten met hun bordje zalm zaten aan 7,1 euro per bord. Voor zoiets kun je toch geen 21 euro vragen? Wat hadden die mannen gedaan? Voor die paar borden die vollédige zalm in rekening gebracht, de vollédige fles balsamico. Zelfde verhaal met die langoustines: Kristof had er véél te veel aangekocht. Dat is goed als je de mensen van Poverello ook te eten wil geven, maar we zijn dat eerlijk gezegd een beetje beu.
Vorig seizoen waren we geschokt door de overvolle frigo’s van sommige kandidaten die op een week of een paar weken van een mogelijke sluiting stonden. Wij dachten: die gaan hier het Belgisch leger te eten geven. De essentie van Mijn restaurant blijft lékker eten, maar we gaan geen eten meer weggooien. Dat is zonde.’