Toch mag een goede teelttechniek van consumptieaardappelen niet uit het oog verloren worden.
Ruimer planten
Proeven in het verleden hebben aangetoond dat de meeste kilo's verkregen worden met de nauwste plantafstanden. Ruimer planten kan dit jaar economisch verantwoord zijn, als er niet overdreven wordt. Ruimer planten geeft meer grove knollen met meer kans op holheid, kloven, groenverkleuring, stootblauw en rooischade. Zorg ervoor dat de plantafstand aangepast is aan de omstandigheden (dichter in zware, koude grond; ruimer in lichte grond) en aan het ras.
Snijden
Snijden van pootgoed is een techniek die vooral toegepast wordt bij vroege rassen. In principe is snijden niet aan te raden omwille van de kans op overdracht van (latent aanwezige) ziekten. Bij vroege rassen levert snijden een iets onregelmatigere opkomst, maar een vergelijkbare opbrengst als dezelfde stengeldichtheid aangehouden wordt (doorgaans zes à acht cm nauwer planten). Door te snijden worden meer kiemen (= stengels) gestimuleerd per poter. Dit kan een besparing van een derde van de benodigde kilo’s opleveren.
Andere rassen
Als gevolg van het beperkte aanbod van pootgoed voor de meest geteelde rassen, werd deze winter een groter gamma van minder gekende rassen aan telers aangeboden. Het is belangrijk dat ze zich vooraf goed informeren over de gebruikswaarde en de mogelijke afzet van dergelijke rassen. Pootgoed wordt nu gemakkelijk verhandeld, maar zal de oogst ervan even gemakkelijk voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen?
Is het een vroeg, halfvroeg of laat ras? Is het ras geschikt voor verwerking tot friet of gaat het om een kookaardappel? Kan het ras voldoen aan de gestelde normen voor onderwatergewicht, bakkleur? Is het ras te bewaren? Zijn de plantafstand en de bemesting gekend? Neem contact op met het PCA voor meer informatie.
Controleer pootgoed
Wanneer het pootgoed aankomt op het bedrijf, is het goed de inhoud van enkele zakken te controleren. Doe dit vóór het lossen, om elke discussie te vermijden. Eventuele gebreken worden het best opgespoord door enkele poters te wassen. Meteen kan er worden nagegaan of het pootgoed voldoet aan de vooropgestelde normen.
Lakschurft
De laatste jaren vormt lakschurft (Rhizoctonia sp.) een belangrijk probleem dat zich uit in een slechte opkomst, een verlaagde opbrengst en een minder goede kwaliteit. Vooral bij vroeg planten is het risico groter, omdat koude weersomstandigheden de opkomst vertragen en de schimmel meer kans geven om scheuten aan te tasten. Aangetaste poters zijn een belangrijke oorzaak, naast besmetting uit de grond. Minder lakschurft op de poters betekent een betere opkomst, een betere sonering, een mooiere vorm, minder afval door gaatjes en scheuren en beter wasbare aardappelen (minder lakschilfers)
Beoordeel daarom uw pootgoed door enkele knollen te wassen zodat de zwarte sclerotiën zichtbaar worden. Als meerdere knollen grote hoeveelheden van dergelijke lakdruppeltjes bevatten, is pootgoedontsmetting aangewezen (Monceren, Symphonie, Curon). Grondbehandeling kan met Amistar.
Poters tellen
Het is zinvol vóór het planten het aantal poters per kilogram te weten. Mogelijk vallen de poters groter uit dan verwacht, waardoor een kleinere oppervlakte kan worden beplant.
Bintje (28/35 mm) met een afstand tussen de rijen van 75 cm en een afstand in de rij van 36 cm, vereist 10 000: (0,36 x 0,75) = 37037 poters per hectare. Als er 37 poters in 1 kilogram zitten, zal 1000kg pootgoed per hectare nodig zijn.
Bintje van de rnaat 35/45mm kan op 39 à 41 cm geplant worden. Hiervoor is tot 1750 kg/ha pootgoed nodig.
Met dank aan Ilse Eeckhout, PCA