Als je de Europese inspanningen tenminste vergelijkt met bijvoorbeeld de Verenigde Staten of met India en China.
Het klinkt verbazend; Europa dat het op gebied van milieu en duurzaamheid slechter doet dan de zo vervuilende Verenigde Staten of dan ontwikkelingslanden als India en China. Toch is het zo, aldus professor Dan Hayes van de universiteit van Limerick. Hij sprak deze week op een bijeenkomst van de Land Use and Food Policy Intergroup (Lufpig) in het Europees Parlement.
De VS heeft zich hardere en hogere doelen gesteld dan Europa als het gaat om de productie van met name bio-ethanol. Het geeft ook meer financiële ruggensteun aan bedrijven.
Bijvoorbeeld in de vorm van garantstellingen voor leningen.
In dit verband is het opmerkelijk, stelt Hayes, (of juist niet) dat veel grote Europese concerns niet in eigen land gaan investeren in productiebedrijven voor tweede generatie biobrandstoffen, maar juist in de Verenigde Staten. Als de Europese overheden ook garant zouden willen staan voor meer risico’s, dan was de situatie wellicht anders geweest.
Europa verkeert op zich wel in een goede uitgangspositie, meent de Ierse wetenschapper. Het beschikt volgens hem over meer geschikte grondstoffen, zoals hout, stro en andere gewassen dan de Verenigde Staten.
Europa moet volgens Hayes kiezen voor meer investeringen, een harder beleid en duidelijker doelen. Zo vindt hij het vorig jaar gestelde doel van 10 procent biobrandstoffen in 2020 erg mager.
Maar dit doel is dan ook de uitkomst van langdurig gepolder, realiseert hij zich.
Met name de auto-industrie kan veel zuiniger voertuigen maken. Ook moeten meer motoren worden gemaakt die geschikt zijn voor het gebruik van alle soorten benzine en biobrandstofmengsels, ook al zijn die 40 procent duurder in de aanschaf.
Europese boeren kunnen volgens de Ierse onderzoekers het beste olifantsgras gaan telen, geen bieten of granen. Dit gewas rendeert naar zijn mening het beste.
Ook in China nemen de biobrandstoffen een hoge vlucht, net als in India, aldus wetenschapper Ashutosch Sheshabalaya. Al heeft China paal en perk gesteld aan het gebruik van zetmeel voor biobrandstoffen. Het land vreest het dat anders te weinig voedsel overhoudt voor consumptie door de bevolking zelf.
Nog een punt is dat Europa zich met de inzet op een hogere productie van biobrandstoffen deels laat afleiden, zo merkte professor Lars Nilsson van de Zweedse Lund universiteit op.
Naar zijn mening doet Europa veel te weinig aan energiebesparing en verhoging van de brandstofefficiëntie. Deze doelen blijven dankzij een efficiënte lobby van de auto-industrie grotendeels buiten beeld en buiten schot.