Knoflooketers zijn voor de buitenwacht op afstand herkenbaar. Hun karakteristieke geur verraadt de favoriete eetgewoonte. Gezondheidsfreaks nemen dat nadeel voor lief. Ze weten immers waar ze het voor doen. Knoflook zou goed zijn voor hart- en bloedvaten. Een grootschalige Europese studie gooit echter roet in het eten. Gezondheidseffecten van Allium sativum lijken er nauwelijks te zijn.
„Dat hadden we niet verwacht. Een positief effect was leuk geweest. Aan de andere kant schept deze studie wel duidelijkheid”, stelt dr. Chris Kik. Hij was tijdens de knoflookstudie verbonden aan Plant Research International, een onderdeel van Wageningen Universiteit en Researchcentrum, en coördineerde tussen 2000 en 2004 het Europese onderzoeksproject waaraan vijftien onderzoeksgroepen in zes landen meededen. De uitkomsten verschijnen in januari op de website van de universiteit.
Een onderdeel van de knoflookstudie betrof de effecten van Allium sativum op de gezondheid. „Daar was al het nodige onderzoek naar gedaan, maar dat ging om kleine studies. De uitkomsten daarvan zijn altijd minder betrouwbaar dan die van grote onderzoeken. Bovendien was meestal niet bekend wat de concentraties aan werkzame stoffen in de gebruikte knoflookpreparaten waren. Die kunnen flink verschillen. Bij de beoordeling van onderzoeksresultaten heb je die gegevens nodig, anders tast je eigenlijk in het duister”, stelt Kik, die momenteel werkzaam is bij het Centrum voor Genetisch Bronnen Nederland, eveneens een onderdeel van Wageningen Universiteit.
Knoflook behoort samen met uien, bieslook en prei tot de looksoorten. Knoflook bevat veel fructanen (oplosbare vezels) en plantaardige zwavelverbindingen (organozwavelverbindingen). Ze worden zo genoemd ter onderscheiding van anorganische zwavel, bekend van de lucifers. Knoflook maakt de organozwavelverbindingen uit sulfaat dat de plant opneemt uit de bodem. Alleïne is de belangrijkste organozwavelverbinding in de plant.
Optimisme
De invloed van knoflook op de gezondheid wordt vooral toegeschreven aan de organozwavelverbindingen en de fructanen. Beide verlagen het ’slechte’ cholesterol. De organozwavelverbindingen zouden ook de elasticiteit van de bloedvatwand verbeteren. Hun invloed op de bloedplaatjes, cellen die zijn betrokken bij de bloedstolling, zou leiden tot een afname van het risico op trombose.
De onderzoekers waren dus behoorlijk optimistisch over de mogelijke uitkomsten van hun onderzoek. Kik: „Dat optimisme nam nog toe toen uit onze experimenten met cellen bleek dat de organozwavelverbindingen de concentraties van bepaalde boodschapperstoffen kunnen verlagen. Het gaat om cytokinen, een type boodschapperstoffen dat door witte bloedcellen wordt aangemaakt en dat een ontstekingsbevorderende werking heeft. Bij aderverkalking spelen ook ontstekingsachtige processen een rol. Als je de aanjagers van zulke processen kunt terugdringen, werkt dat dus positief.”
Verder bleek dat de organozwavelverbindingen een duidelijk remmend effect hebben op het belangrijkste enzym dat betrokken is bij de cholesterolvorming (HMG CoA reductase).
Muizen
Een ander experiment werd bij TNO in Leiden uitgevoerd met transgene muizen die gemakkelijk aderverkalking krijgen. Zij kregen Franse knoflookpoeder door hun voer gemengd in een concentratie van 0,5 en 5 procent. Daarnaast waren er een derde groep die knoflook van het merk Kyolic kreeg en een controlegroep. Kik: „Dat deden de onderzoekers omdat Kyolic is gemaakt van knoflookolie. Er zitten andere verbindingen in dan bijvoorbeeld in Kwai, dat is gemaakt van knoflookpoeder.”
De resultaten waren verrassend en ondubbelzinnig. „De onderzoekers vonden geen enkel positief effect van knoflook op het cholesterolniveau en andere bloedvetten en ook niet op het atherosclerotische proces.”
Ook had nog onderzoek plaats met in totaal negentig enigszins zwaarlijvige mannen en vrouwen die minimaal tien sigaretten per dag rookten. Een groep kreeg zes knoflookpillen per dag (in totaal 2,1 gram knoflook), een groep kreeg neppillen en een groep kreeg een commercieel verkrijgbare cholesterolremmer. Ook deze uitkomst was niet voor tweeërlei uitleg vatbaar: er werd op allerlei controlepunten (bloeddruk, cholesterolgehalte, cytokinengehalte) gedurende de drie maanden dat het onderzoek duurde geen enkel positief effect van knoflook gevonden. De cholesterolremmer daarentegen had op onderdelen wel gunstige effecten.
Kanker
In de Europese studie is ook gekeken naar het effect van knoflook op het ontstaan van kanker. Evenals bij hart- en vaatziekten werd op drie niveaus onderzoek gedaan: met cellen, ratten en mensen.
Uit het onderzoek met cellen bleek dat de organozwavelverbindingen de invloed van bepaalde mutagene stoffen -stoffen die schade aan het DNA kunnen veroorzaken- verminderen. „Positief was ook dat bij hogere concentraties het beschermende effect groter werd”, aldus Kik.
In een ander experiment werd bij ratten gedurende negen weken onderzoek gedaan naar de invloed van organozwavelverbindingen op onder meer leverkanker. Een groep kreeg geen knoflook in het voer, vier andere groepen kregen door hun voer 5 procent Franse knoflookpoeder met organozwavelverbindingen in vier verschillende concentraties. De concentratieverschillen waren ontstaan doordat de planten niet of verschillend waren bemest. Tevens kregen de ratten de leverkankerverwekkende stof aflatoxine B1 (de beruchte pindaschimmel) per injectie toegediend. Daardoor ontstonden haarden van levercellen die in een soort voorstadium van kanker verkeerden.
Vervolgens werden de ratten aan het eind van het onderzoek gedood en werd hun lever onderzocht. Daaruit bleek dat de dieren uit de knoflookgroepen minder cellen in een voorstadium van kanker hadden ontwikkeld dan de ratten uit de controlegroep. Bovendien kwam naar voren dat het beschermende effect groter was naarmate de ratten knoflook kregen met een hogere concentratie aan organozwavelverbindingen. „Dat was dus ook een positief resultaat”, aldus Kik.
Bij dezelfde negentig mensen die meededen aan het hart- en vaatonderzoek werd ook gekeken naar de invloed van knoflook op schade aan het DNA van witte bloedcellen. Bij de proefpersonen kon tijdens het drie maanden durende experiment geen positief effect worden vastgesteld. Kik: „Dus ondanks de veelbelovende uitkomsten van de experimenten met cellen en ratten konden we in onderzoek bij mensen geen gunstige effecten vaststellen.”
Betekent dit het einde voor knoflook als gezondheidsbevorderend voedingsmiddel? Kik verwacht dit niet. „Knoflook blijft een plantaardig voedingsmiddel. En groente en fruit hebben in het algemeen toch gunstige effecten op de gezondheid.” Daarnaast wijst de Wageningse wetenschapper op een nieuw project dat onlangs van start is gegaan in Europees verband, waarin ook knoflook een rol speelt.
„Dit project bouwt min of meer voort op ons eerdere onderzoek naar knoflook. Gekeken wordt of we een knoflookras kunnen maken met hoge gehaltes aan organoselenium. Uit Amerikaans onderzoek uit 1996 bleek dat seleniumgist het risico op long-, darm- en prostaatkanker in belangrijke mate kan terugdringen. Maar seleniumgist is minder werkzaam dan organoselenium uit knoflook, omdat het organoselenium afkomstig uit gist, in tegenstelling tot het organoselenium uit knoflook, voor een groot deel wordt ingebouwd in eiwitten. Dat vermindert de werkzaamheid van deze stoffen. Als het lukt zo’n nieuw knoflooktype te ontwikkelen, zou dat wel eens positieve effecten kunnen hebben.”
Knoflook uit Kazachstan
De bakermat van knoflook ligt in Kazachstan, Oezbekistan en Kirgizië. Daar komt de plant in het wild voor. Een Israëlische onderzoeker die is opgegroeid in Kazachstan en later naar Israël is geëmigreerd, bezocht haar geboorteland en kwam terug met een indrukwekkende verzameling wilde knoflookplanten. „Dankzij haar werk beschikken we nu over een grote en waardevolle collectie genetische bronnen”, aldus dr. Kik.
De inbreng van de Israëlische onderzoeker was volgens hem voor het knoflookonderzoek heel belangrijk. De oorspronkelijke Centraal-Aziatische knoflookrassen raken in de minderheid doordat Azië wordt overspoeld met Chinese knoflook. Dat leidt tot genetische erosie: het proces dat er steeds minder varianten aanwezig zijn van een bepaald gewas. „Om een voorbeeld te geven waarom zo’n collectie belangrijk is: telers vermeerderen knoflook via kleine bolletjes aan de zijkant -teentjes- en niet via zaad. In de Aziatische knoflookcollectie hebben we echter knoflooktypen kunnen selecteren, die zich wel kunnen vermeerderen via zaad. Deze planten zijn interessant voor het veredelingsbedrijfsleven, omdat de veredelaar in staat is om via kruisen gunstige eigenschappen die zich bevinden in verschillende planten bij elkaar te brengen, zodat een nieuw en verbeterd ras kan ontstaan”, zegt Kik.
Verder werd een genetische modificatiemethode ontwikkeld voor knoflook, omdat lang niet alle knoflookplanten zich via zaad kunnen vermeerderen. „Het is dus nu ook mogelijk om ook via deze weg nuttige eigenschappen over te brengen.”
De Europese Unie onderkent het belang van een eigen knoflookteelt. Die moet een kwalitatief hoogwaardig product leveren. Die overweging vormde een belangrijke reden om het knoflookonderzoek met 3,8 miljoen euro te steunen. De overige 2,2 miljoen werd bijgedragen door de onderzoeksgroepen.
Europese knoflooktelers bevinden zich vooral in het Middellandse Zeegebied. Frankrijk en Spanje zijn de grootste producenten. Sinds 1993 is er een Europese invoerbeperking op knoflook. Per maand mag slechts 1000 ton worden ingevoerd. Kik: „Als dat niet was gebeurd, dan hadden de Chinezen en de Argentijnen de markt geheel in handen.”